Oranjes ook gewone mensen

Soms zijn het net gewone mensen, de Oranjes. Dat is de ervaring van leden van de Koninklijke Marechaussee die in de jaren zeventig en tachtig dienst deden in de ‘Brigade Soestdijk’. Hoe we dat weten? Hun herinneringen zijn te lezen op de website Dienstmakkers.nl.

Neem Theo, die in 1974 diende op kasteel Drakensteyn. “Op een zondagmorgen liet (kleine) Willem-Alexander me uit de bovenste dakkapel zijn gebouwde Legoboot zien. Ik stond toen bij het bruggetje voor het kasteel. Ik liet hem zo ver vooroverbuigen, dat-ie dat bootje uit zijn handen moest laten vallen.” Ruud, die er hetzelfde jaar was, vond de kroonprins ronduit een ettertje. “Altijd kloten door het raam van de wacht, totdat een van de collega’s zijn gummilat op de vensterbank sloeg en hij zijn hoofd stootte tegen het raam. Altijd riep hij: ik ga het tegen mijn vader zeggen.” En vader Claus wilde zijn bewakers nog weleens berispen. Theo: “Vaak waren we tijdens de nachtdiensten op Drakensteyn zo luidruchtig moppen aan het tappen dat Claus naar de wachtmeester van dienst belde of het wat rustiger kon.”

Maar verder waren het aardige mensen. Ruud vond ‘Juultje’ een lieverd. “Als zij in de tuin haar hond uitliet, moest je je verstoppen volgens de instructies. Zij riep dan altijd: ‘Marechaussee, kom maar tevoorschijn!’ en samen liepen wij dan op.” Nog een herinnering van Ruud: “Trix, die altijd zo lekker rook als zij voorbij kwam en naar haar atelier ging om te schilderen.” Een stressbaan was het niet, dat wachtlopen op Soestdijk. ‘Zwemmen in het paleiszwembad in het midden van de nacht’ noemt Bert een hoogtepunt. Maar, weet Ruud nog: “Je moest altijd oppassen wanneer Bernhard aan het rijden was met een van zijn Ferrari’s. Als je hem hoorde aankomen, moest je maken dat je de ketting voor de poort op tijd los had gemaakt, want hij remde nooit af.”

wouter sinke