Bernhards verboden reis

Het volk kreeg op 02-02-2002 een koninklijk sprookjeshuwelijk. Maar wat was de rol van prins Bernhard? Nieuwe geheime documenten werpen een interessant licht op die vraag. door Boudewijn Geels

Zelfs van een aspirant-staatshoofd kun je moeilijk eisen dat hij zo kan opdreunen wie in welke akelige militaire dictatuur minister van Landbouw was. Daarom was het niet meer dan logisch dat de naam Zorreguieta kroonprins Willem-Alexander niets zei toen hij Máxima ontmoette. Dat was in april 1999, op een feest in Sevilla, zo wil het verhaal.

Althans, het officiële verhaal.

Maar klopt dat wel? Is de ‘toevallige’ ontmoeting in Zuid-Spanje destijds toch aanzienlijk minder spontaan tot stand gekomen dan het Nederlandse volk altijd is voorgehouden?

Er zijn sterke aanwijzingen dat de Oranjes, in casu wijlen prins Bernhard, en de Zorreguieta’s elkaar al sinds de Tweede Wereldoorlog kennen. Bernhard zou in 1943 een clandestien bezoek aan Argentinië hebben gebracht en daar op de haciënda van ene heer Zorreguieta hebben gelogeerd.

Bernhard heeft zelf altijd ontkend dat hij tijdens de oorlog in Argentinië is geweest, maar dat zegt niets. De prins reeg tijdens zijn lange leven (en in zijn roemruchte Volkskrant-interview zelfs postuum) de leugens aaneen. Over smeergeld, over amoureuze escapades: you name it. En dan zou hij onoverkomelijke gewetensbezwaren hebben gehad tegen een leugentje over een pleziertripje?

Uit nieuwe geheime documenten waarover HP/De Tijd beschikt, wordt duidelijk waarom Bernhard ook nooit had kúnnen toegeven dat hij tijdens de oorlog Argentinië heeft aangedaan. De Nederlandse regering was daar namelijk fel op tegen.

Wilde Bernhard naar Zuid-Amerika? Prima idee. “Gezien onze propaganda wil mij breed opgezette Zuid-Amerika reis uiterst gewenscht voorkomen,” telegrafeerde Alexander Loudon, Nederlands ambassadeur in Washington, op 11 oktober 1942 aan de Nederlandse regering in ballingschap te Londen. Maar daarna kwam het: “Natuurlijk zonder Argentinië en Chili.” Die landen waren volledig op de hand van Adolf Hitler en Benito Mussolini.


Voor minister van Buitenlandse Zaken Eelco van Kleffens was dat laatste zo evident dat hij beide landen in zijn antwoord aan Loudon niet eens meer noemde. Hij schreef dat hij ‘tegen dergelijk bezoek (van de prins aan Latijns-Amerika) mits goed voorbereid niet alleen geen bedenking (zou) zien, maar het integendeel nuttig (zou) achten’. Hoe meer internationale steun voor de geallieerde zaak, en de Nederlandse in het bijzonder, hoe beter.

Wel maakte Van Kleffens zich grote zorgen over de vele ‘asagenten in de Latijnsch Amerikaansche landen’. As-agenten waren geheim agenten van de zogeheten As-mogendheden: Duitsland, Italië en Japan. Ze liepen destijds bij bosjes rond in Zuid-Amerika, en al helemaal in Argentinië en Chili.

Kortom: een bezoek aan Argentinië van een prins uit het bezette Nederland zou moreel gezien niet alleen zeer onsmakelijk zijn, het was ook nog uitermate riskant.

Argentinië was dus off limits voor Bernhard, besloot de Nederlandse regering. Maar Bernhard was er de man niet naar om zich daar veel van aan te trekken.

Op 24 februari 1943 koos een gloednieuwe Mitchell B-25C-bommenwerper het luchtruim vanaf het vliegveld van Burbank (VS). Eindbestemming: Londen, via de Cariben, Brazilië, Dakar en Gibraltar. Eenmaal in Londen zou het toestel door de Britse luchtmacht worden ingezet in de oorlog tegen Hitler. Beroepsavonturier Bernhard had zich als vrijwilliger voor het transport naar Engeland aangemeld en fungeerde als copiloot.

Op 27 februari stopte de Mitchell in het Braziliaanse Belém. Pieter Brijnen van Houten, een Nederlander die namens de Britse geheime dienst MI5 Bernhard moest bewaken, ging die nacht rustig slapen. De volgende ochtend ontdekte hij dat hij een probleem had. Zijn object was gevlogen. Letterlijk, in een door de Braziliaanse regering ter beschikking gesteld vliegtuigje.


Op 2 maart meldde Bernhard zich weer doodleuk in Belém, en werd de reis naar Londen voortgezet. In de Mitchell vertelde Bernhard wat hij de dagen ervoor zoal had uitgespookt.

Nadat hij in Asunción een aangenaam onderhoud had gehad met de latere Paraguayaanse dictator Alfredo Stroessner, was hij in Argentinië geland voor een weerzien met Catalina von Pannwitz-Roth. Von Pannwitz, dochter van een schatrijke Duits-Argentijnse grootgrondbezitter, woonde tot 1941 op landgoed De Hartekamp in Heemstede. Bernhard wipte daar altijd graag aan, en was steevast opvallend vriendelijk geweest voor Catalina’s appetijtelijke spruit Ursula (1911).

En passant noemde Bernhard in de Mitchell ook de naam van de Baskische Argentijn op wiens landgoed hij te gast was geweest: een meneer Zorreguieta. Voor de goede orde: het betrof niet de vader van Máxima – Jorge Zorreguieta was toen pas vijftien jaar oud. Vermoedelijk ging het om haar overgrootvader Amadeo, die burgemeester was van de stad Mendoza, of een van diens broers of neven.

Brijnen van Houten vertelde dit alles in de jaren zeventig aan de Oranje-historicus Jan Kikkert, die een boek over hem schreef: De zeven levens van ‘The Cat’. De MI5-agent is al lang dood, net als J.M. Moll, de KLM-piloot die de Mitchell bestuurde. Kikkert gelooft nog steeds heilig in de betrouwbaarheid van zijn bron, laat hij desgevraagd weten.

Het moet gezegd dat Van Houtens verklaring zeer gedetailleerd is. Bovendien deed de naam Zorreguieta in die tijd nog bij niemand een belletje rinkelen. Waarom zou Van Houten hem dan hebben verzonnen?


Daarbij komt dat ook een petekind van Catalina von Pannwitz, Dietmar von Pann-witz, in 2001 aan de Volkskrant vertelde dat Catalina gedurende de oorlog in Argentinië bezoek kreeg van Bernhard.

Gegeven voornoemde vertrouwelijke regeringsdocumenten zou dat niets minder zijn dan een grof schandaal. Ook al omdat, als de nazi’s Bernhard in handen hadden gekregen, ze een gijzelaar hadden gehad waarmee ze allerlei leuke dingen hadden kunnen afdwingen.

Bernhard – volgens genealogen hebben hij en de Zorreguieta’s een gemeenschappelijke voorvader – bleef na de oorlog verliefd op Argentinië. Hij bewerkte het land voor de Nederlandse handel en reisde ter ontspanning en vermaak geregeld af naar het door ex-nazi’s opgezette wintersportoord Bariloche. In datzelfde Bariloche – de Zorreguieta’s bezitten een buitenhuis in het nabijgelegen Villa Catedral – stelde Willem-Alexander zich in augustus 1999 voor aan zijn toekomstige schoonhouders.

Althans, zo luidt het officiële verhaal.

Of die lezing klopt, is zeer de vraag. Bij de Oranjes weet je het maar nooit. Eén ding staat vast: een (min of meer) gearrangeerd huwelijk was niet aan het Nederlandse volk te verkopen geweest.

Dus kreeg dat volk in 2002 wat het wilde: een sprookjeshuwelijk, gebaseerd op echte, romantische liefde.

import focus