Onwetende kinderrover

Van Gerard Reve’s werk werd al tot vervelens toe gezegd, niet in de laatste plaats door de auteur zelf: “Er komt weer geen normaal mens in voor.” Wat kun je dan met goed fatsoen opmerken over de geestelijke gesteldheid van de personages waarmee Renate Dorrestein haar romans bevolkt? Op hen zijn kwalificaties van toepassing die in onze alledaagse werkelijkheid juist dóór ons goed fatsoen allang schuilgaan onder wollige dekens van eufemismen. ‘Imbeciel’ noemen we tegenwoordig de hufter die de file over de vluchtstrook inhaalt, ‘debiel’ gillen we tegen de pizzakoerier die ons op een zebra van de sokken rijdt. Maar die termen bezigen we niet meer als we spreken over geestelijk gehandicapten. We spreken trouwens ook niet meer over geestelijk gehandicapten.

‘Anders’, zijn ze. Anders dan wat? Tja, anders dan normaal.

Met de hoofdpersonen uit de boeken van Renate Dorrestein is een flinke sociale werkplaats te vullen. Daar werkt Igor, hoofdpersoon uit is er hoop, dan ook. Dat we niet denken dat Dorrestein het in haar 23ste boek, sinds zij in 1983 debuteerde met Buitenstaanders, nu ineens over een heel andere boeg gooit.

In 2004 verscheen Dorresteins roman Zolang er leven is. Haar nieuwste boek is geen vervolg op het eerste, maar vertelt hetzelfde verhaal vanuit een ander perspectief. Het meisje Bobbie dat bij de hoofdpersoon Igor uit is er hoop op de afdeling komt werken, met een gezicht zo rond als de zon en haar dat zit alsof het van dakpannen is gemaakt, zal de lezer dan ook bekend voorkomen. Zeker als haar familiale context wordt geschetst.

In Zolang er leven is draait het om de onopgeloste verdwijning en terugkeer van baby Babette, in is er hoop geeft Dorrestein de oplossing van het raadsel. Er blijkt geen internationale bende van babyrovers achter de ontvoering te zitten – als je strikt genomen al van een ontvoering, een misdaad kunt spreken.

De daders, Igor en zijn vriendinnetje Lisa, zijn geen misdadigers maar mensen die het verschil tussen goed en kwaad niet kennen, en dat niet eens omdat ze geen geweten hebben.

Want Igor is dus eh… anders. Hij weet dat je aan een batterij moet likken om erachter te komen of die nog goed is. “Lang niet iedereen weet dat. Je hebt er een IQ van minstens zestig voor nodig.”

Op een dag brengt hij Lisa mee naar huis. Ze verkoopt de daklozenkrant. Op weer een andere dag vinden ze samen een baby. Nettie, de oma van Igor, denkt dat het de baby van Lisa is. Op weer een andere dag gaat Lisa terug naar haar ouders en legt Igor de baby terug in het gras, waar zij door een ongelukkige samenloop van omstandigheden even alleen gelaten was. Hij is allang reteblij dat hij van het gejengel af is.


Net als andere personages die bij Dorrestein voorkomen, heeft Igor geen flauw benul van het onheil dat hij heeft aangericht. De verzachtende omstandigheid: hij is ‘anders’, ontoerekeningsvatbaar. Hij leeft zijn eigen leventje en leeft dat niet eens zo onaardig. Andermans verdriet, schuldgevoel en onmacht ontgaan hem. Hij slaat zijn oma weleens omver en gooit weleens met een meubelstuk. Zijn kwetsbaarheid maakt hem onkwetsbaar.

Dorrestein maakt je deelgenoot van de hilarische redeneertrant van Igor. Het boek heeft vaart maar nauwelijks een plot, en toch pakt Dorrestein je bij de lurven. Je ondergaat dit alles soms grinnikend, soms schaterlachend, maar ook vaak met een van pijn vertrokken gezicht, want stel je voor dat jóuw baby door idioten wordt ontvoerd. Excusez le mot. Frank van Dijl

Renate Dorrestein: is er hoop.

Contact. €18,95.

Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.

1 De eenzaamheid van de priemgetallen (1) – Paolo Giordano

2 Het diner (2) – Herman Koch

3 Binnen de huid (3) – J.J. Voskuil

4 Lea (7) – Pascal Mercier

5 Alleen maar nette mensen (8) – Robert Vuijsje

6 De verbouwing (4) – Saskia Noort

7 Is er hoop (-) – Renate Dorrestein

8 Vleugelslag (-) – Wally Lamb

9 Laagland (re) – Joseph O’Neill

10 Utrecht voor beginners (6) – Ingmar Heytze

import fictie