Stervenskunst

Lezen is fijn, muziek luisteren is fijn, eten is fijn, drinken is fijn, wandelen is fijn, fietsen is fijn, zeilen is fijn, reizen is fijn, dansen is fijn, zoenen is fijn, luieren is fijn, allemaal fijn, maar de allerbeste manier om van het leven te genieten is misschien toch wel het bijwonen van een begrafenis. Een uitvaart, beter gezegd, want of de overledene nu verast of gecomposteerd wordt, dat maakt mij niet zoveel uit. Voor er misverstanden ontstaan: zelf zou ik een voorkeur hebben voor dat laatste. Of wellicht een combinatie: wel cremeren, maar de urn bijzetten in een heus graf. Aan een traag ondergronds ontbindingsproces op zichzelf hecht ik niet, ik heb geen hooggespannen verwachtingen van een postume ontmoeting met wormen en andere bodembewoners, de milieulast van al die doden in de grond schijnt overigens ook aanzienlijk te zijn, en dat je het milieu schaadt om te kunnen leven is één ding, als we daar in de dood ook nog eens mee doorgaan is het einde natuurlijk zoek. Of beter nabij.

Het gaat me meer om het graf zelf.

Zo’n urn op de schoorsteen, of in zo’n hokje ergens in een rouwcentrum, dat is het niet voor mij. In zo’n nis gestald worden lijkt mij net iets te veel op wat ze met gevaarlijk chemisch afval doen. Van die genummerde blokken, opgestapeld in rijen. De dode als iets waar we nog geen oplossing voor hebben.

En op de schoorsteen staan lijkt me ook niet prettig. Alsof je een oogje in het zeil wilt houden. Je nabestaanden er voortdurend aan wilt herinneren dat jij er niet alleen ooit was, maar eigenlijk ook nog bent. En niet al het huisbezoek je onverdeelde goedkeuring kan wegdragen. Ik zou in zo’n kamer toch minder gauw een plaat opzetten waarvan ik wist dat de urnbewoner hem verafschuwde. Of in m’n neus peuteren.

Dat is het mooie van een graf: je doet nog steeds een beetje mee, maar in ruimere zin, in een groter verband. In de wereld blijft een paar kubieke meter ruimte die van jou is. Je behoudt je personal space maar je loopt niemand voor de voeten. Als je geluk hebt komt er af en toe iemand op je zitten.

Maar het gaat dus eigenlijk om de uitvaart. Toen ik er laatst een had bezocht, een bijzonder droevige, van iemand die heel plotseling en veel te jong was overleden, en de volgende ochtend moe en katterig maar op een of andere manier ook verkwikt wakker werd en mij afvroeg hoe dat kwam, kon ik eigenlijk maar één ding bedenken. Op begrafenissen zie je de mens op zijn best. Neem alleen de kleding. Men kleedt zich netjes aan, maar ook sober, precies de combinatie waarin de meeste mensen het best tot hun recht komen. Die verschillen in status en welstand camoufleert, en het contact vergemakkelijkt. Ook qua gedrag zet de uitvaartbezoeker zijn beste been voor. Men is voorkomend, verdraagzaam en saamhorig. Trivia worden opzij gezet, ijdelheden onderdrukt, humbug en hypocrisie blijven achterwege en er wordt gesproken vanuit het hart. En of een dichter nu een gelegenheidsmeesterwerk voordraagt of een tienjarige speelt onvast op een te grote saxofoon, ze voegen ieder evenveel toe aan het geheel.


Natuurlijk zijn er begrafenissen en crematies waarbij dit ideaal niet bereikt wordt, iedereen heeft ze meegemaakt, en toch is dat maar zelden. Vrijwel altijd zijn er wel één of twee betrokkenen die hun plaats niet kennen, te veel aandacht opeisen, de gelegenheid misbruiken voor oneigenlijke doeleinden, maar op een goede uitvaart is daar begrip voor, want het is een beproeving, een collectieve, ongevraagde beproeving, waar nu eenmaal niet iedereen tegen opgewassen is. Vroeger ergerde ik me weleens aan de modieuze muziek (weer dat Slavenkoor) of aan het moderne gebruik om je niet tot de bezoekers te richten, maar tot de overledene zelf, zodat je een inkijkje krijgt in een persoonlijke relatie waar je niet zo’n behoefte aan hebt, maar ik ben ermee opgehouden. Wie ben ik, met mijn smaak? Een uitvaart is geen voorstelling, een uitvaart is als een feest: een viering, een ritueel, waarvan in wezen alleen de functie telt, niet de vorm. Een manifestatie van dat merkwaardige vermogen waarover de mens als enige diersoort beschikt: om iets te maken uit pijn.

Ook na afloop van een uitvaart kun je de mens op z’n voordeligst in actie zien. Zelden worden de regels der etiquette zorgvuldiger in praktijk gebracht dan op dat moment. Dat klinkt waarschijnlijk een beetje tuttig, maar zo voelt het niet. Iedereen doet simpelweg zijn best om het de ander naar de zin te maken, we hebben het al moeilijk genoeg. En wat je op andere momenten ook van ons mag denken, als we toegeven aan de banale kleinheid van het leven, als het erop aankomt, als De Essentie bij ons aanklopt, dan verschrompelen de onbenulligheden en staan wij daar. Rug recht, borst vooruit, en kom maar op.


Begrafenissen. Als je er geen dode voor nodig had, deed ik het vaker.

import kuitenbrouwer