Daar is Buruma weer

De Brits-Nederlandse schrijver/journalist Ian Buruma, die met zijn boek Dood van een gezonde roker het begrip ‘losjes citeren’ een nieuwe dimensie gaf, vereert ons nu met zijn visie op de Amerikaanse marteldiscussie.

Buruma publiceerde in 2006 een Geert Mak-achtig boek over Nederland na de moord op Theo van Gogh. Kern van zijn betoog: we moeten hier in Nederland niet zo’n punt maken van dingetjes als homo- en vrouwenhaat onder moslims. Want: “Een frontale aanval op de religie ontneemt de grote massa van gematigde moslims de hoop zich hier ooit thuis te voelen.”

Leven en laten leven dus, leerde de in de VS woonachtige Buruma ons. Ook al omdat als je wél moeilijk gaat doen, er allerlei akelige dingen kunnen gebeuren – zie de moord op columnist/filmmaker Van Gogh. En al die intellectuelen die beweerden dat Buruma hen verkeerd had geciteerd, zoals Frits Bolkestein en Afshin Ellian? Gewoon onsportief.

Tsja.

Nu pakt Buruma groot uit op de opiniepagina van NRC Handelsblad. Onderwerp: het marteldebat in de VS. Aan de ene kant staan zij die, aangevoerd door Dick Cheney, betogen dat het doel, het voorkomen van aanslagen, soms de middelen kan heiligen. Hun opponenten stellen dat martelen immer uit den boze is. Buruma is – het mag nauwelijks een verrassing heten – vanuit zijn studeerkamer mordicus tegen. “Als marteling volstrekt verkeerd is, ongeacht de omstandigheden, dan is de vraag naar de doeltreffendheid niet van belang. Sterker nog, als het debat onder deze voorwaarden wordt gevoerd, bestaat het gevaar dat het morele principe verwatert.”

Mooi gezegd – laat dat maar aan Ian Buruma over. En deze keer heeft hij gelijk. En toch… Toch zou het interessant zijn om te weten hoeveel dodelijke aanslagen het westen bespaard zijn gebleven doordat betrokkenen, geconfronteerd met een beul van of namens de CIA, eieren voor hun geld kozen.

Boudewijn Geels