Bollen met beelden

De AIVD slaagt er maar niet om fatsoenlijke jaarverslagen te publiceren. Ook de nieuwste editie faalt op alle punten.

Dat Nederland beschikt over een inlichtingen- en veiligheidsdienst weet tegenwoordig iedereen. Nog niet zo lang geleden was dat heel anders. Weliswaar was algemeen bekend dat er in ons land zoiets bestond als een Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), maar over wat die dienst precies deed, kregen we hoogstzelden betrouwbare informatie. Af en toe verschenen in met name linkse dag- en weekbladen kritische artikelen over de BVD, waarvan de strekking steeds was dat de dienst bij zijn jacht op vermeende staatsgevaarlijke elementen nogal eens blunderde en/of zijn boekje te buiten ging. Voor het overige bestond rond de BVD een wat lacherig sfeertje. In de ogen van veel burgers was deze ‘CIA op klompen’ een instelling die eigenlijk niet goed bij Nederland paste. Zoiets als eskimo’s op de Veluwe, of bosjesmannen in Sneek.

Die situatie is de laatste twee decennia drastisch veranderd. Om te beginnen verschenen een aantal doorwrochte historische studies over de Nederlandse inlichtingenwereld, zoals Dick Engelens Geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (1995) en Villa Maarheeze (1998) van Bob de Graaff en Cees Wiebes. Ook werd in 1991 de Netherlands Intelligence Studies Association (NISA) opgericht, een onafhankelijke studiegroep van academici, journalisten en (oud-)medewerkers van inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Bovendien ontpopte de gepensioneerde BVD’er Frits Hoekstra zich in 2004 met zijn onthullende boek In dienst van de BVD als een pionier op het in Nederland nog onontgonnen terrein van de intelligence memoires.

Een deel van de informatieachterstand over de activiteiten van onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten werd door deze initiatieven ingelopen. Tezelfdertijd begon de BVD ook zélf meer naar buiten te treden. Uit noodzaak, zou je kunnen zeggen, want na de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de Sovjet-Unie diende de dienst – opnieuw – zijn bestaan te bewijzen. Vandaar dat de BVD in 1989 in de persoon van Arthur Docters van Leeuwen voor het eerst een ‘diensthoofd’ kreeg dat frequent zijn opwachting maakte in de media, en vandaar ook dat de BVD in 1996 begon met het publiceren van openbare jaarverslagen. Achterliggende gedachte: een geheime dienst die de eigen activiteiten voor de volle honderd procent in nevelen hult, zal het op den duur gaan ontbreken aan maatschappelijk en politiek draagvlak.


Voor Nederland waren die openbare jaarverslagen, zoals gezegd, een novum. In veel andere landen bestond die traditie echter al veel langer. Mooiste voorbeeld: Duitsland, waar het Bundesamt für Verfassungsschutz (de binnenlandse veiligheidsdienst van onze oosterburen) al sinds mensenheugenis de gewoonte heeft jaarlijks een lijvig Verfassungsschutzbericht te publiceren. Die Verfassungsschutzberichte bevatten steevast een zeer gedetailleerd en goed gedocumenteerd overzicht (in-clusief notenapparaat en register) van alle radicaal-rechtse, radicaal-linkse, radicaal-religieuze of andersoortige groeperin- gen die het in Duitsland hebben voorzien op de democratische rechtsorde en/of de staatsveiligheid. Over al deze extremistische clubs, verenigingen en politieke partijen, hoe klein ze vaak ook zijn, beantwoordt het jaarverslag van de Ver- fassungsschutz zo’n beetje alle vragen die je maar kunt bedenken. Wie zijn de bestuursleden of de aanvoerders? Waar bevindt zich het hoofdkwartier? Hoeveel leden of aanhangers zijn er? Is er sprake van mantelorganisaties, en zo ja, welke? Hoeveel geld is er in kas? Welke periodieken worden gepubliceerd? Wat is de oplage van die periodieken? Welke acties en demonstraties zijn georganiseerd? Hoeveel mensen kwamen daar op af? Welke interne conflicten waren er en waar gingen die over? Welke internationale contacten worden onderhouden? Und so weiter, und so weiter.

Onze eigen Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (sinds mei 2002 de opvolger van de BVD) heeft op dit punt helaas geen voorbeeld genomen aan zijn Duitse collega’s. Zo informatief, accuraat en uitputtend als de jaarverslagen van het Bundesambt für Verfassungsschutz zijn, zo verwarrend, inconsistent en incompleet zijn de jaarverslagen van de AIVD. Ook de nieuwste editie – het onlangs verschenen jaarverslag over 2008 – faalt op alle punten.


Het verslag telt om te beginnen slechts 97 pagina’s. Dat is ongeveer driehonderd minder dan een doorsnee-jaarverslag van de Verfassungsschutz, waarbij dan ook nog moet worden aangetekend dat ongeveer een kwart van die 97 pagina’s bestaat uit artistiek bedoelde fotocomposities. Daarover wordt aan het eind van het jaarverslag gezegd dat ze ‘tijd en beweging suggereren’ door ‘de speelse toepassing van bollen met beelden’. In werkelijkheid suggereren de fotocomposities echter vooral dat iemand bij de AIVD ooit – tevergeefs – geprobeerd moet hebben de Gerrit Rietveld Academie te volgen.

En dan de inhoud. Het zou te ver voeren om die zin voor zin onder de loep te nemen, maar de grootste omissies mogen toch niet onvermeld blijven. Neem nu bijvoorbeeld het hoofdstuk over links extremisme in Nederland. Een uurtje googelen is al voldoende om te ontdekken dat er in ons land clubs bestaan als de Nieuwe Communistische Partij Nederland (NCPN), de Verenigde Communistische Partij (VCP), de Groep Marxisten Leninisten (GML), alsmede een aantal trotskistische organisaties: de Internationale Socialisten, Socialistische Alternatieve Politiek (SAP) en Offensief. Allemaal beschikken ze over eigen periodieken, professionele internetsites, contacten met buitenlandse zusterorganisaties en soms zelfs over eigen panden, eigen jongerenorganisaties en vertegenwoordigers in gemeenteraden. Anders gezegd: in het jaarverslag van de Verfassungsschutz zouden ze uitgebreid binnenstebuiten worden gekeerd.

Zo niet in het jaarverslag van de AIVD, want daarin worden voornoemde clubs in het geheel níet genoemd. De enige links-extremistische groepering waaraan het jaarverslag wél – zij het kort – aandacht besteedt, is de zogenoemde ‘Antifascistische Actie’ (AFA). Maar zelfs over die AFA weet de AIVD weinig steekhoudends te melden. Zo lezen we dat de organisatie beschikt over ‘afdelingen in het gehele land’, maar hoeveel dat er zijn, en of dat er meer zijn dan voorheen, komen we niet te weten. Ook meldt de AIVD dat de AFA zich bezighoudt met ‘mishandeling en beroving van (vermeende) extreemrechtse personen’. Maar wie zich vervolgens afvraagt hoe váák dat in 2008 is gebeurd, waar en hoe dat gebeur-de en wie erbij betrokken waren, komt met het jaarverslag geen steek verder. Ter vergelijking: ook Duitsland is bekend met (onderling) geweld tussen rechts- en links-extremisten. Maar daarover worden in het Verfassungsschutzbericht altijd concrete getallen genoemd: hoeveel pogingen tot doodslag, hoeveel mishandelingen, hoeveel gevallen van huisvredebreuk, hoeveel brandstichtingen, hoeveel berovingen, hoeveel gevallen van afpersing, et cetera. Die cijfers worden dan tevens verwerkt in een grafiek, zodat je in één oogopslag kunt zien of het met die delicten de laatste tijd erger is geworden of niet. Dat zijn tenminste illustraties waar je iets aan hébt – in tegenstelling tot de ‘bollen met beelden’ waar de AIVD ons op vergast.


Maar toch: als we de Nederlandse kranten moeten geloven, bevatte het jaar- verslag van de AIVD dit jaar wel degelijk ook een keiharde primeur. “Volgens de AIVD,” zo meldde bijvoorbeeld NRC Handelsblad, “zijn in Nederland buitenlandse inlichtingendiensten actief, die heimelijk informatie verzamelen op politiek, militair, economisch en technisch-wetenschappelijk terrein.” Waarschijnlijk zijn we het enige land ter wereld waar aan zo’n volstrekt obligate mededeling nieuwswaarde wordt toegekend. Klaarblijkelijk omdat er – zélfs bij NRC Handelsblad – mensen zijn die in de veronderstelling verkeren dat spionage door vreemde mogendheden in Nederland een nieuw verschijnsel is. Je zou bijna zeggen: zo’n naïef en onbenullig land verdient geen beter jaarverslag dan dat van de AIVD.

Roelof Bouwman