Diana Ozon

Diana Ozon (Amsterdam, 1959) is dichteres. Onlangs verscheen haar bundel Hartspanne.

Blij en in afwachting.

Jan Slauerhoff, Nina Hagen, Mathilde P (Mupe), dat is mijn zus. En iedereen die op straat werkt: vuilnismannen, postbezorgers. Het barst van de helden.

Aan zelfingenomen ijdeltuiten en botteriken: Silvio Berlusconi en Imelda Marcos.

Ja, ik heb haar bevlogenheid en haar jukbeenderen.

Oorlog.

Landschappen voor me zien. Mijn vader was cartograaf en illustrator. Als ik in zijn naslagwerken zat te bladeren, droomde ik ver weg: ik noem het leunstoelreizen.

Ik spreek dankwensen uit. Niet in kerkelijk vorm. Maar de intentie is hetzelfde.

Ja. Ik ben ooit op de Magere Brug in Amsterdam door de bliksem getroffen. Het vuur ging langs mijn paraplu, door mijn arm en kwam bij mijn oksel weer naar buiten. Hoewel ik alles zag, meende ik dat ik was overleden. Dat ik het heb overleefd, is een wonder.

Onbekenden praten snel tegen me, ik trek mensen aan, ik zal dus wel aantrekkelijk zijn.

Genoeg te eten, water, onderdak, warmte en redelijke vrede.

Ik kan onverwacht fel uit de hoek komen. Later schaam ik me dan voor mijn reactie.

Nee, ik tel in mijn nieuwe bundel een tiental minnaars en een handvol aanbidders. Maar sinds een paar jaar ben ik met mijn man zeer monogaam.

Laatst, toen een dierbare overleed. Maar ik huil niet veel. Big girls don’t cry.

Nee, ze vullen mij aan: niet met luxe, maar met kennis. We hebben allen wel dezelfde levensstijl.

Niet bril- of contactlens- dragend zijn.

Frank. Ik kende hem uit de theaterwereld, maar zag hem eens aan de overkant van de straat lopen. Als door de bliksem werd ik getroffen: daar loopt de liefde van mijn leven. Ik keek, hij keek, ik keek weer, hij keek weer, ik keek om, hij keek om. We zijn nu tien jaar bij elkaar.


Van mezelf. Niet in egocentrische zin. Alleen als je van jezelf houdt, kun je ook van de ander houden.

Ik ga de confrontatie niet uit de weg.

Mijn ouders: zelfredzaamheid. Simon Vinkenoog: hoe op het podium te handelen. Voordat je opgaat even tijd nemen voor jezelf.

Roken. Het verbod in cafés: vreselijk. Constant verkouden van het permanent buiten staan, maar ik leer er wel weer andere verschoppelingen door kennen.

14 augustus 2005. Ik stond tijdens Zomerpop in Venlo in het voorprogramma van Guus Meeuwis. Zestienduizend mensen voor me die goed reageerden op mijn teksten – alsof ik zweefde.

Hartelijkheid, inzet voor anderen.

Dezelfde; het enige verschil tussen mannen en vrouwen is dat de laatsten een kind kunnen baren. Maar dat een rits inzetten maar beter aan een vrouw kan worden overgelaten, is onzin.

Ik geloof in de oerkracht die alles in werking heeft gezet: de eenheid van alles, de energie die blijft voortbestaan. Wij profiteren ook nog van de generaties voor ons.

Tuinieren, Southpark-cartoons bekijken, wandelen, met Google over de aarde reizen en lezen, veel lezen: Club Risiko van Fred de Vries en Grafherrie van Remco Daalder hadden van mij vijftig meter dik mogen zijn.

Ik kan geen notenschrift lezen. Vier leraren hebben geprobeerd het me bij te brengen, maar het lukt me niet.

Schoon water, land, lucht en liefde.

Mijn exen, door bij hen weg te gaan. Leed is ook wat anderen zichzelf aandoen door erin te zwelgen.

Amsterdam, rand centrum.

Door op te letten, het geluk te vinden in kleine dingen. Het sprietje tussen de tegels, een lichtval, een klein diertje, een markant figuur.


Laat de liefde de leidraad zijn in grote en kleine dingen.

Volgende week: Cabaretière en actrice Yora Rienstra

Martin Bons, foto Jos Lammers