Dick Cheney staat op

Amerika is druk bezig afstand te nemen van het tijdperk-Bush en alles dat daarin in gang is gezet en fout gegaan. Ook voor Barack Obama niet zonder risico’s. Weliswaar kan de nieuwe president achteroverleunen en alle rampen op het conto van zijn voorganger schrijven, maar een deel van zijn achterban neemt daar geen genoegen mee en wil verder gaan. Dat eist een radicale afrekening. Er is gepleit voor een ‘waarheidscommissie’ die alle ontsporingen van de laatste acht jaar moet gaan onderzoeken, en hier en daar klinkt de roep om het vorige bewind wegens oorlogsmisdaden te vervolgen. Als dat gebeurt, staat Amerika een nieuwe periode van interne tweespalt te wachten.

Vandaar dat Obama gezegd heeft dat Amerika vooruit moet en niet moet terugkijken. Het land verkeert in een economische crisis en is in twee oorlogen verwikkeld. Het beste is dan dat alle partijen zich onder leiding van de president geruisloos naar een nieuwe consensus voegen. Maar zo zit de Amerikaanse politiek niet in elkaar. Democraten en Republikeinen bestrijden elkaar te allen tijde, zelfs op die schaarse momenten dat zij eensgezind lijken. Alle Amerikanen zijn het erover eens dat de regering zich ook in noodgevallen aan de wet moet houden en fatsoensregels niet mag overschrijden, maar over de interpretatie en de uitvoering daarvan lopen de meningen vaak langs partijpolitieke lijnen uiteen. Tegelijk gaat de nationale veiligheid boven alles. Vandaar dat Obama op eieren loopt bij het vrijgeven van de ‘torture memos’ over de omstreden verhoormethoden van de CIA. Want martelen doet Amerika niet, en als dat wel zo is, mag het niet zo heten.

Het is niet verrassend dat Obama een gebaar heeft willen maken. Hij wil schoon schip maken en naar hogere ethische standaarden terugkeren. Daarin past de sluiting van Guantánamo Bay, en het afschaffen van de term ‘war on terror’, die onder de naam ‘Overseas Contingency Operations’ wordt voortgezet. In beide gevallen klinkt het Orwelliaans, al gaat mijn ethische voorkeur uit naar het heldere doel van de terreurbestrijding boven de codetaal waarmee het Obamakamp zich indekt. Je kunt George W. Bush veel verwijten, maar niet dat hij geheimzinnig deed over wie hij als Amerika’s vijanden beschouwde. Obama is minder zwart-wit, maar of dat een stap vooruit is, moet nog blijken. Dat hangt niet af van de vraag of Amerika zijn imago in de wereld verbetert, maar of er reële successen tegen het moslimterrorisme worden geboekt. Met de opmars van de Taliban in Pakistan bepaald geen academisch vraagstuk.


Daarom is het goed dat Dick Cheney is opgestaan. De voormalige vicepresident gold in de periode-Bush als de sinistere kracht die achter de schermen in het Witte Huis aan de touwtjes trok. Als er al iets klopt van dat beeld, dan zeker niet voor de tweede ambtstermijn, toen Bush duidelijk de beslissingen nam en zijn vertrouweling Condi Rice tegen de zin van Cheney het gezicht van Amerika in het buitenland moest uitdragen. Te vaak wordt vergeten dat Amerika al lang voor de komst van Obama weer was teruggekeerd in de diplomatieke hoofdstroom van de wereld. Maar Cheney was ongetwijfeld een drijvende kracht achter de ‘war on terror’ (de Long War) en heeft de meest controversiële besluiten van Bush altijd verdedigd. Waar Bush dat nalaat (hij vindt dat zijn opvolger zijn stilzwijgen verdient), is het belangrijk dat Cheney van zich afbijt, want Amerika wordt er niet beter van als het zichzelf wijsmaakt dat het jaren door een stel schurken is geregeerd en zich nu weer op het juiste morele pad bevindt.

Cheney houdt niet alleen de Republikeinen, die liever zien dat hij van het toneel verdwijnt, de spiegel voor, maar ook de Democraten, die de ‘war on terror’ na 11/9 wel degelijk in grote meerderheid hebben gesteund. Congresleiders als Nancy Pelosi kunnen niet doen alsof zij niets wisten van zaken als waterboarding, die nu als martelen worden omschreven, maar eerst juridisch zijn goedgekeurd. Obama keurt zulke praktijken af, maar houdt zich op de vlakte of zulke methoden bruikbare informatie hebben opgeleverd om nieuwe aanslagen te voorkomen, zoals Cheney beweert.

Amerika gaat aan zelfonderzoek doen, daar is het Amerika voor. Maar Cheney laat het land zien dat de strijd tegen het terrorisme een vuile oorlog is waarin soms dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen velen. Obama kan zich daaraan niet onttrekken, hoe graag hij dat ook wil. Cheney kan het weten. Hij was er al bij toen de regering-Ford na Vietnam en Watergate schoon schip wilde maken en de CIA door het Congres aan banden werd gelegd. Dat leidde tot het ongelukkige presidentschap van Jimmy Carter, met wie Obama beslist niet vergeleken zal willen worden.

import dirk jan van baar