‘In principe ben je meester van je eigen leven’

Een nuchtere ploeteraar is ze. Neelie Kroes (1941) werkte niet eerder zo hard als voor Europa, dat op 9 mei vijftig jaar bestaat. ‘Voor mijn loopbaan heeft veel moeten wijken.’

Het is me nooit makkelijk afgegaan in mijn carrière, ik heb het niet cadeau gekregen. Hard geknokt heb ik. Juist als ik ervoor moet vechten, presteer ik ook beter. In het begin van mijn politieke loopbaan, begin jaren zeventig, zei Haya van Someren, de toenmalige partijvoorzitter van de VVD: “Op het moment dat je geen vlinders meer in je buik hebt als je een spreekgestoelte moet betreden en je gaat op de automatische piloot, dan presteer je niet optimaal.” Zo is het nog steeds. In alles wat ik doe, moet een stuk spanning zitten om me net op mijn tenen te krijgen.

Plichtsbesef speelt een belangrijke rol in mijn carrière. Dat is ook een kwestie van opvoeding; ik ben heel erg opgevoed met plichtsbesef. Het was een reden om ja te zeggen tegen Europa, want eigenlijk kwam het me helemaal niet uit. Ik had een heel boeiend leven. Ik reisde veel, had interessante commissariaten, bestuursfuncties en adviseurschappen op alle gebieden die me boeiden: logistiek, cultuur en ook op terreinen waarbij ik de samenleving kon terugbetalen, voorzitter van het bestuur van een tbs-kliniek, het Nelson Mandela Kinderfonds, kanker research, et cetera. Alle facetten van mijn carrière – de wetenschap, de politiek, het bedrijfsleven – kwamen allemaal daarin samen. Ik genoot daarvan. Het was ook wel hard werken, maar ik kon het me permitteren. Ik was alleen, en mijn zoon en pleegzoon zitten in Amerika met hun dierbaren. Er was niemand aan wie ik verantwoording hoefde af te leggen.

“Je komt tien jaar te laat,” zei ik toen ik werd gevraagd voor de functie van Eurocommissaris. Maar ik stam nog uit zo’n generatie dat je wel héél zwaarwegende argumenten moet hebben om nee te zeggen als de regering je iets vraagt. Dat is ook weer dat plichtsbesef. Na overleg met mijn zoon Yvo en mijn vrienden zei ik ‘ja’, ook al heb ik er heel veel voor moeten inleveren. Financieel heb ik een heel grote aderlating gedaan. Ik ben in Brussel gaan wonen. Geen tijd voor vrienden – daar voel ik me weleens schuldig over, maar ze hebben begrip. Toen ik over de hobbel was om het leven op te geven dat ik gewend was en waarvan ik genoot, ben ik er enthousiast voor gegaan.


Het zijn tropenjaren, maar wel fantastische tropenjaren. Ik zit midden in een ontwikkeling van Europa die ik heel fascinerend vind. Als kind van de oorlog vroeg ik me al af waarom landen niet meer met elkaar samenwerkten. Bovendien startte mijn vader na de Tweede Wereldoorlog een eigen zwaar-transportbedrijf. Dan hoorde ik als kind dat hij vergunningen moest hebben om met zijn wagens naar Duitsland en België te gaan. Dat vond ik gek. Ik ken de hobbels en dilemma’s van de ondernemer en hoe spannend het is om je eigen zaak te beginnen met geleend geld. Voor mij was dat het begin van het gevoel dat er een betere samenwerking tussen landen moet komen.

Nu denk ik: ik ben een bevoorrecht mens dat ik hier zit. Ook al heb ik nog nooit in mijn leven zo hard gewerkt als nu – het is buffelen. Mededinging is een portefeuille met heel veel juridisch werk waarbij de kijk op het werken van de markteconomie heel belangrijk is. Je kunt geen fouten maken, of in elk geval zo min mogelijk. En ik wil niet zomaar ergens mijn handtekening onder zetten. Dus ik moet heel veel lezen, luisteren en overleggen. Ik wil het graag goed doen, en ik ben competitief ingesteld.

De crux van mijn succes is ambitie, doorzettingsvermogen, enthousiasme, engagement en het willen werken met en voor mensen. Als kind wilde ik al bepalen wat we gingen spelen, en in de studentenvereniging wilde ik in besturen zitten en initiatieven nemen – dat is een rode draad. Mensen worden soms, denk ik, een beetje horendol van mij: komt ze wéér met een initiatief. En ja, ik sta op nummer 47 op de Forbes-lijst van ‘Most powerful women’. Het is niet zo dat het me niks zegt, dat zou onzin zijn. Waar het om gaat, is dat het belang van mijn portefeuille in Europa wordt gezien. Dat het ertoe doet wat hier gebeurt. Ik heb alleen zo’n hekel aan het woord ‘macht’. Invloed vind ik beter, en die heb ik natuurlijk. Dat zit in deze portefeuille en die moet aangewend worden om een positief resultaat te krijgen. Als dat vasthangt aan die ranglijst, dan zeg ik: prima. Maar voor de rest ben ik te Rotterdams om daar opgewonden over te raken.


Ik heb er heel lang niet aan willen toegeven, maar ik ben toch een soort rolmodel. Ik wil mensen laten weten dat je in principe meester bent van je eigen leven. Je kunt een heleboel in beweging krijgen, als je daarvoor kiest. Dat gebeurt natuurlijk nooit zonder grote inspanning; het is wat je noemt bloed, zweet en tranen. Ik zeg niet dat iedereen het zou moeten doen zoals ik. Een heleboel mensen zouden er stikongelukkig of helemaal mesjogge van worden. Omdat het zo druk is, of simpelweg omdat ze andere keuzes maken. Dat mag iedereen doen, als het maar keuzes zijn die ze bewust maken, en niet omdat een ander dat verwacht. Ik heb vaker ervaren dat vrouwen vertelden: “Jij hebt me het duwtje gegeven om mijn opleiding af te maken, om wél carrière te maken.” Omdat ze zagen dat ik het combineerde. Dat uitdragen is voor mij nu essentieel. Voor mijn loopbaan heeft absoluut veel moeten wijken; dat waren keuzes. Je kunt niet alleen de leuke dingen pakken. Dus bepaalde dingen van Yvo’s jeugd, daar was ik niet bij. Maar dan zag ik anderen die wel meegingen naar zwemles en die dan zaten te bridgen, dus dan ben je er ook niet echt bij.

Op mijn 27ste werd ik als eerste vrouw van Nederland benoemd als lid in de Kamer van Koophandel. Een mannenbolwerk was het. De ondervoorzitter zei: “Je neemt de plaats van een man in, je zou achter het fornuis moeten staan.” Door dat soort uitspraken heb ik me nooit laten intimideren, integendeel. Ik heb er voordeel van gehad dat ik vrouw ben, daardoor kwam ik eerder in de Kamer van Koophandel en de Tweede Kamer. Ze wilden daar wel een vrouw, en dat was ik. Maar áls je er bent, zijn de maatstaven vrij hard en scherp en streng. Er zijn dan veel meer ogen gericht op Kwatta en er zijn natuurlijk een hoop mannen die dan denken: we zullen eens kijken of we haar onderuit kunnen halen.


Ik heb in mijn carrière van lange waslijsten met fouten veel geleerd. Het is mensen eigen hun successen voor lief te nemen en in hun fouten geconfronteerd te worden met zichzelf. Voor mij geldt dat ook. Dat ik niet goed geïnformeerd actie ondernam, te snel was, of te hard de confrontatie aanging. Ik hou van de confrontatie. Maar toen twintig jaar geleden het kabinet viel omdat ik de auto wilde aanpakken en mijn fractie daar niet in meeging, had ik het misschien wat anders aan kunnen pakken. Ik sprak de historische woorden: “Mensen die hun kop in het zand steken, worden later geconfronteerd met wat er mis kan gaan.” Tja, dat had misschien iets tactischer gekund. Tot het eind van mijn leven zal ik de lat hoog blijven leggen. En zolang ik kan, blijf ik werken. Anders word ik stikvervelend voor mijn omgeving. Dan ga ik me met álles bemoeien.”

Sara van Gorp,