Chirologie

“Ik ben beslist geen handlijnkundige, laat staan dat ik de toekomst uit handen kan lezen; ik bedrijf geen charlatannerie, maar zuivere wetenschap”, zegt zich chirologe (naar het Griekse woord cheir = hand) noemende Phil Jaarsma.

Achter dit pseudoniem verschuilt zich een donkere vrouw van middelbare leeftijd, echtgenote van een Amsterdams jurist, wiens naam bijna hetzelfde luidt als haar schuilnaam. Zij is bezeten van handen, wil niets liever dan ‘handen doen’: “Ik geef niets om uitgaan, ik ben alleen maar een werkezel.” Urenlang kan zij over haar bezigheden praten, bezigheden die niet alleen betrekking hebben op het analyseren van schilderijen, want zij heeft ook haar patiënten, vooral in de minder door aardse goederen bedeelde lagen van de bevolking. “Arme mensen,” zegt zij, “behandel ik graag, ze zijn oneindig veel interessanter.” Vandaar haar pseudoniem, want in haar ware maatschappelijke gedaante zou zij onmogelijk het vertrouwen van die mensen kunnen winnen.

De directeur van het Haarlemse Frans Halsmuseum, H.P. Baard, liet haar onlangs een analyse maken (zoals zij dat ook al voor dr. A.B. de Vries, directeur van het Mauritshuis in Den Haag had gedaan: een schilderij van Paulus van Somer) van een zich in zijn museum bevindend schilderij van Frans Hals, Groepsportret van de regentessen van het Oudemannenhuis, en, naar hij zei: “Deze interessante analyse schonk mij vertrouwen in de beoefening van de chirologie, die ik aanvankelijk met enige scepsis beschouwde.”

Het bewuste schilderij werd in 1664, twee jaar voor zijn dood, door de in Antwerpen geboren, maar in Haarlem levende en werkende schilder, die zelf zijn leven eindigde in het Oudemannenhuis, gemaakt. Waren de kunsthistorici het er al over eens dat Frans Hals de weinig vriendelijke Regentessen (de dames Adriaentje Schouten, Marijtje Willems, Anna van Damme en Adriana Bredenhof) onbarmhartig te kijk had gesteld (er is zelfs wel eens gesproken van sociale kritiek), chirologe Phil Jaarsma kwam op grond van haar handstudies in een uitvoerig rapport tot eensluidende conclusies: ‘inhalige wezens met handen als klauwen’; ‘de armlastige oudjes, overgelaten aan deze hebzuchtige vrouwen zullen het paradijs op aarde wel niet genoten hebben’.


Van de eerste vrouw, links op het schilderij, staat onder meer in het rapport te lezen: ‘een actieve, ondernemende en energieke vrouw, met gevoel voor orde, stipt in alles… geen spoor van hoger geestelijk leven… kan plotseling fel uitschieten in kijven of in een schaterlach… een seksueel zeer krachtige vrouw…’ (dit naar aanleiding van haar linkerhand). Uit haar rechterhand, die moet openbaren wat men van zichzelf en wat het leven van iemand gemaakt heeft, blijkt: ‘zuur, gierig en bezeten door een felle haat… alles bij haar is grof en laag bij de grond…’ (en dan ironisch:) ‘een zeer trouw lidmaat van de kerk’.

Uit de linkerhand van de tweede vrouw leest de chirologe onder meer de volgende karaktereigenschappen: ‘arbeidzaam, volhardend, zakelijk… sluw en gesloten… haar ego is als een klauw… een soort lagere slimheid’. De rechterhand geeft over het algemeen dezelfde eigenschappen als de vrouw al in haar jeugd bezat (zie linkerhand): ‘de lagere slimheid heeft haar niet verlaten… alles is gebaseerd op lichamelijke behoeften, in hoofdzaak drankmisbruik’. Verder meent mevrouw Jaarsma bij deze vrouw reuma te moeten constateren.

In de linkerhand van de derde vrouw zouden de volgende karaktermogelijkheden liggen: in tegenstelling met haar voorgangsters wordt zij intelligent genoemd, ‘zij kan haar gedachten wonderwel ordenen… een sterk zelfbewustzijn…’ Haar rechterhand wijst uit dat zij in later jaren geen overleg meer pleegt: “doordrijven, doen is het parool… minder verbeten dan de eerste en tweede figuur, maar daarom niet minder berekenend, harteloos en koud… ze gaat voor niemand uit de weg…’.


Van de vierde figuur is alleen maar de linkerhand gegeven. “Is dit toeval,” vraagt de chirologe zich af, “of waren de eigenschappen van de rechterhand nog lelijker, zodat de schilder hem maar verborgen heeft?” Wel noemt zij dit ‘de meest gedetailleerde hand van het doek, prachtig minutieus geschilderd’. Zij beschrijft de hand als ‘verfijnd gemeen… deze vrouw is een cynische, zelfverzekerde huichelaarster… vrolijk is ze nooit, geeft niets om de andere sekse en staat volkomen buiten de wereld… zwakke maag en spataderen’.

Van de vijfde figuur (niet-regentes) is alleen de duim chirologisch te onderscheiden: ‘zonder wil, zonder intelligentie, maar met een bereidheid tot dienen’.

Al 22 jaar wijdt Phil Jaarsma een groot deel van haar tijd aan de studie van handen, die wel eens ‘het zichtbare deel van de hersenen’ genoemd zijn. Deze ongetwijfeld sterke persoonlijkheid, die ook regelmatig als grafologe voor grote bedrijven werkt, wordt slechts nog door enkele zenuwartsen ‘voorzichtig’ gebruikt om patiënten op haar ‘unieke’ wijze te analyseren: “Het is heerlijk mensen te vinden die de moeite waard zijn om te redden. En wat ik hiervoor nodig heb, is liefde, een grote dosis liefde.”

Het schijnt mevrouw Jaarsma een welhaast onmogelijke taak officiële erkenning voor haar werkzaamheden te vinden: “Waarom halen ze mij niet bij die zaak van Anastasia die zegt een dochter van de indertijd vermoorde tsaar te zijn?”

Waarom zij niet harder vecht om erkenning? “Ik kan niet vechten, wel enthousiast zijn.”

import armando special