Italiaanse fratsen

Kun je een land met zo’n vulgaire premier nog serieus nemen?

Silvio Berlusconi blijft een dankbaar onderwerp. Onlangs schoffeerde hij Angela Merkel, door haar als gastvrouw van een NAVO-viering eindeloos te laten wachten omdat de premier van Italië hoognodig moest telefoneren. Kort daarop werd het stadje L’Aquila getroffen door een aardbeving, maar dat belette hem niet om grappen te blijven maken. Voor het Europees Parlement vaardigt hij een stel jonge vriendinnen af die het begrip ‘rondborstig’ een nieuwe dimensie geven. Echtgenote Veronica Lario, eveneens uit de categorie oogverblindend, heeft laten weten het geflirt van haar 72-jarige man met jonge meiden beu te zijn en te willen scheiden. Dit tot woede van Silvio, die zijn vrouw in een interview opriep haar excuses aan te bieden omdat zij van een privézaak een publieke zaak maakte en hem dit nu voor de derde keer in verkiezingstijd flikte om haar linkse vriendjes te plezieren.

Noord-Europese kranten spraken er schande van en vinden Berlusconi niet leuk meer (wat dan eigenlijk weer amusant is). Om zijn schaamteloosheid blijven we grinniken, want het is Berlusconi, en we houden allemaal van Italië. De man ziet er niet alleen als een oplichter uit, van onderen tot boven, maar hij is het ook en komt er telkens mee weg. In eigen land is hij populairder dan ooit en krijgt hij dingen voor elkaar die niemand voor hem kon. Dat maakt Berlusconi voor zijn binnenlandse tegenstanders tot een ongrijpbaar fenomeen en voor het buitenland tot een raadsel. Kan zo’n circusartiest nog wel door de mand vallen?

Ik moet bekennen dat ik Berlusconi lang voor een onschadelijke fantast heb gehouden.

Een bellenblazer, maar ongevaarlijk, want zeepbellen laten geen sporen na. Geweld gebruikt hij niet, en wie in hem een nieuwe Duce ziet onderschat de kwaadaardigheid van het fascisme. Maar een verleider is hij wel, met zijn lichtheid, bravoure en fratsen. Zolang zijn formule (Forza Italia!) winnend is, zullen Italianen hem volgen en vergeven. En dat terwijl Italië na de ineenstorting van het naoorlogse politieke bestel in de jaren negentig onder de door rechters geleide operatie ‘Schone Handen’ een zuiveringsproces leek door te maken. Het land lijkt er zijn subtiliteit door te hebben verloren. Giulio Andreotti, die vijftig jaar de Italiaanse politiek beheerste en van allerlei duisters werd verdacht, was een meester van discretie en sereniteit (zie de film Il divo), zeker vergeleken met Berlusconi. Kun je een land met zo’n vulgaire premier nog serieus nemen? Moet Europa zich weer zorgen maken over het schone Italië?


Zulke vragen dringen zich op sinds we op Wall Street hebben gezien dat luchtbellen wel degelijk worden doorgeprikt. Zelfs Amerika kon niet ongestraft op de pof blijven leven. En wat niet in het land van de onbegrensde mogelijkheden kan, kan ook niet in Italië, al doet de elite er alsof zij onbeperkt krediet heeft en er helemaal geen recessie is. Onder leiding van Sergio Marchionne, de onconventionele baas van Fiat, heeft de Italiaanse autobouwer een bod gedaan op het noodlijdende Chrysler en zijn er plannen om Opel over te nemen. Geen wonder dat Duitsland zich onbehaaglijk voelt; het wantrouwt Italiaanse theatermakers (cultuurvolk waarmee van oudsher ook is gedweept). Fiat mag dan gesaneerd zijn, maar zit zelf met een miljardenschuld. En wat stelt dat Fiat nog voor? Niet meer dan de Tipolino, een retromodel van de legendarische 500. Het vermoeden bestaat dat Marchionne een oogje heeft op alle overheidssteun die bij deze reddingsoperatie wordt uitgedeeld.

In Italië wordt deze verdenking van de hand gewezen, omdat andere gegadigden zich wel gemeld zouden hebben als er zo makkelijk subsidie op te halen was. Fiat neemt wel degelijk risico, wat de ernst van de overnameplannen kracht moet bijzetten. Marchionne geldt als een geniale bedrijvendokter, maar het valt niet in te zien hoe Fiat moet slagen waar Daimler, dat zich met Chrysler in de vingers sneed, heeft gefaald. Het verhaal dat Fiat specialist is op het gebied van zuinige, duurzame motoren klinkt mooi, maar als Amerikanen daar echt op zaten te wachten, waren daar nooit zo veel SUV’s verkocht. De vraag naar groene auto’s komt van de politiek, niet van de markt.

Daar komt nog iets bij. Fiat heeft een verleden in landen met gegarandeerde overheidssteun. Herinneren we ons de Zastava nog, de Polski Fiat, en de Lada, kloon van de 124? Toen al retro en wat dat betreft zijn tijd ver vooruit, maar zeker niet groen, en onooglijk in plaats van oogverblindend. Italië heeft de wereld betoverd met schoonheid en design. Daarvoor ziet het buitenland veel lelijks door de vingers, zelfs de streken van Berlusconi. Maar de coup die Fiat voor ogen staat, is een coup te veel. Daar trappen we niet in.

import dirk jan van baar