Ze moesten ‘es weten!

Haagse Post: Uw laatste plaat ‘Brandend Zand’ heeft u als teenager-ster grote bekendheid gegeven. Hoeveel zijn er van verkocht?

ANNEKE GRNLOH: Ik denk op het ogenblik, precies weet ik het niet, een 60.000. Het gaat wel heel erg hard.

HP: Houdt u dat niet bij?

ANNEKE G.: Nee:. alleen als de afrekening komt. En dan weet ik het nog niet precies, want ik kan er echt niet uit wijs.

H.P.: Hoe vindt u de tekst van ‘Brandend Zand’?

ANNEKE G.: O, die is heel raar: Brandend zand en een verloren land, en een leven vol gevaar, brandend zand berooft je bijna van het verstand, en dat alles komt door haar…

HP: Ziet het ernaar uit dat ‘Brandend Zand’ uw grootste succes is?

ANNEKE G.: Ja, in zo’n korte tijd wel. Het is mijn meest verkochte plaat in Nederland, en in het buitenland loopt ‘Nina Bobo’ erg hard. In het Verre Oosten, Suriname, Nigeria en zo. Bijna al mijn platen die ik voor het buitenland gemaakt heb, dus de Engelse en Maleise, gaan daar heel fijn.

HP: Uw platenmaatschappij kan dus tevreden over u zijn. Maar u heeft toch ook wel eens moeilijkheden gehad met Phonogram?

ANNEKE G.: Ja, heel kleine, in het begin. Ik moest net als andere artiesten in dealer-shows optreden voor minder dan normaal, en daar moest ik natuurlijk aan wennen. Ik vond dat altijd heel erg, en zal daarom wel eens lastig geweest zijn. Maar toen ik beter ging verkopen, moesten ze mij wel meer betalen.

HP: U bent begonnen met 2 cent per plaatje, later kreeg u 5 cent. Stijgt het percentage naarmate het succes toeneemt?

ANNEKE G.: Ja.

HP: Hoe ligt het percentage nu met ‘Brandend Zand’?

ANNEKE G.: Dat kan ik niet zeggen. Mag ik niet zeggen.


HP: Heeft de maatschappij bij de keuze van het repertoire een beslissende stem?

ANNEKE G.: In het begin wel, ja.

HP: En later?

ANNEKE G.: Later ben je wat vrijer. Wel raden ze je nummers aan. Ik zit dus bij Philips, en de programmaleidster juffrouw Geveke weet heel goede dingen voor mij. Meestal volg ik haar raad op. Mijn laatste liedje ‘Paradiso’ vond ik in het begin verschrikkelijk. Nou, ik zei meteen: “Ik neem het niet op”. Nou, zei ze, beluister het eerst maar. De volgende dag belde ik haar op en zei: “Nou, ik neem het op, ik vind het ontzettend leuk.”

HP: Heeft u wel eens een song afgewezen?

ANNEKE G.: Nou, geen één. In het begin had ik het natuurlijk wel moeten doen, want ‘Charley stuurde mij bloemen’, waarmee ik bekend geworden ben, ligt mij helemaal niet. Veel te veel Nederlandse woorden, dat kan ik niet.

HP: Heeft u daar veel kritiek op gehad?

ANNEKE G.: Ja, ontzettend veel.

HP: U bent daar gevoelig voor?

ANNEKE G.: In het begin wel, maar nu glijdt alles over mij heen. Ik heb een keer een briefje gehad waar zulke nare dingen in stonden. Ik was er helemaal kapot van.

HP: Wat stond er dan in?

ANNEKE G.: Dat kan ik niet in woorden uitdrukken, nee, dat durf ik niet te herhalen. Hoofdzakelijk ging het over mijn persoon. Het briefje kwam uit Drachten.

HP: Was het anoniem?

ANNEKE G.: Ja, anoniem.

HP: Bent u gelukkig met uw repertoire?

ANNEKE G.: O nee, ik zoek steeds verder. Ik zou ontzettend graag jazz willen zingen, maar daar ben ik nog niet rijp genoeg voor. Dat voel ik.

HP: Helpt de grammofoonplatenmaatschappij u bij uw scholing als zangeres?


ANNEKE G.: Jaja.

HP: We mogen dus aannemen dat u muzieklessen hebt gevolgd en iets aan uw dictie hebt gedaan…

ANNEKE G.: Dictie? Wat wil dat zeggen?

HP: Voordracht.

ANNEKE G.: Als ik bijvoorbeeld een Engelse opname moet maken, dan neem ik er echt de tijd voor, met een Engelse leraar. Maar dat is zeker niet gemakkelijk.

HP: Volgt u op het ogenblik nog andere lessen?

ANNEKE G.: Op het moment niet. Ik heb ook m’n Engelse les opgegeven, want ik kan de drukte echt niet aan. De meeste tijd gaat in de fanmail zitten, dan de telefoontjes, de afspraken, die ik na moet komen, en mijn contracten en administratie…

HP: Voor welk publiek zingt u het liefst?

ANNEKE G.: Voor jong en oud. Liefst voor boven de twintig. De fijnste avond die ik mij herinner, was, meen ik, in Oss. Meestal zit ik de hele avond achter de coulissen, in m’n kleedkamer, omdat ik niet naar buiten mag – of mag, ik doe het voor mezelf niet. Anders ben je geen attractie meer. Maar daar riepen ze me dus, ik moest bij hen komen zitten en dat vond ik ontzettend leuk. Ik heb de hele avond gedanst. Bijzonder leuke avond, want ik ga bijna nooit uit.

HP: U gaat nooit uit?

ANNEKE G.: Nee, want het kan nooit echt ongedwongen zijn. Als ik eens uitga, ga ik liefst naar gewone zaakjes, waar ik niet opval. Daar doen de mensen gewoon, en ze zitten niet zo opgedirkt.

HP: U zult op straat wel veel van uw populariteit merken.

ANNEKE G.: In de buurt hier is het iets verschrikkelijks geweest. De bel stond geen drie minuten stil, steeds maar voor een foto en een handtekening. Heel vervelend.


Ik krijg wel eens briefjes waar ze in schrijven: ANNEKE, wat is dat toch fijn, om zo populair en zo beroemd te zijn, en wat is het toch heerlijk om een eigen wagentje te hebben, en al die roem… dan denk ik, nou, ze moesten maar eens weten.

HP: Heeft u een idee waaraan uw populariteit te danken is?

ANNEKE G.: Nee… nee… ik heb er zelf ook wel eens over nagedacht, want ik kan helemaal niet zingen. Ik kan m’n eigen platen bijna niet horen, ik vind ze allemaal afschuwelijk. Ik hoor elk foutje, dat is iets verschrikkelijks. Ik krijg wel brieven waarin staat: nou ANNEKE, je bent tenminste anders dan anderen.

HP: Is dat zo?

ANNEKE G.: Ach, ik vind mezelf heel erg stug, verwaand wil ik niet zeggen, de meesten zeggen van wel. Zoals ik nu ben bij voorbeeld, ik ben nu erg hooghartig…

HP: O ja?

ANNEKE G.: Jawel, want ik ben anders niet zo. Maar het is alleen maar om iets om me heen te bouwen, ik weet me anders geen houding te geven. Ik kan er anders niet meer tegenop.

HP: …

ANNEKE G.: Zoals ik me nu voel, zou ik er het liefst morgen nog uit willen stappen. Ik kan er echt niet meer tegenop. Ik weet niet meer wat ik doen moet.

HP: Denkt u dat uw populariteit blijft? Denkt u wel eens aan uw toekomst?

ANNEKE G.: Nee, ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Ik weet alleen maar dat ik, mocht ik ooit gaan trouwen, meteen het vak uit stap.

HP: Heeft u trouwplannen?

ANNEKE G.: Nee, wie zou mij nou willen hebben!

H.P.: Och… als u zingt, maakt u niet de indruk onzeker te zijn. Bent u nerveus op de bühne?


ANNEKE G.: Bijna elke avond dat ik moet optreden, is een marteling voor mij. Het is iets verschrikkelijks, die zenuwen.

Ik ben bang dat ik de mensen geen waar voor het geld geef. Als de gordijnen nog dicht zijn, dan sta ik gewoon te trillen op mijn benen. Dan kan niemand een woord tegen me zeggen, of ik vlieg meteen op. Ben ik kwaad op iedereen. Maar als het gordijn opengaat, en ze hebben m’n naam aangekondigd en het applaus klinkt, dan is alles weg. Dan ben ik ook een heel ander mens. Dan durf ik alles.

HP: Hoe hebben uw fans gereageerd op ‘Brandend Zand’?

ANNEKE G.: M’n stem komt er goed op uit, schrijven ze.

HP: Heeft u er veel reacties op gekregen?

ANNEKE G.: Gemiddeld 1700 per week. De laatste tijd is het verschrikkelijk. Toen er in het begin van mijn carrière, ik zat nog op kantoor, één brief per dag kwam, was ik in de wolken! Als ik thuiskwam van kantoor, was het eerste wat ik zei: “Mam, is er een fanbrief gekomen?” en dan meteen lezen. Ik vond het iets machtigs! Maar toen er vijf per dag kwamen, en hoe langer hoe meer, schreef ik vier regels terug, later twee, en toen alleen maar op de foto ‘hartelijke groeten’ en nu alleen maar een handtekening. Het kan niet meer, het is te veel. Als ik om twee uur ’s nachts terugkom van een optreden, dan werk ik tot vijf uur aan mijn fanmail.

HP: Ontvangt u ook wel eens iets anders dan brieven?

ANNEKE G.: O ja, ik heb pas nog een geschilderd portret gekregen van een meneer Tonnie Verwey. Aan de achterkant schreef hij: “Voor een lief meisje met een bijzonder mooie, warme stem. Zing nog maar veel liedjes in het Maleis.” Lief, hè?


HP: Hm… Wij zouden graag weten hoe een doorsnee-werkdag verloopt.

ANNEKE G.: Ik sta meestal om elf uur op, want het wordt bijna elke nacht vier uur, halfvijf. ’s Middags ga ik altijd even oefenen boven, plaatjes draaien, luisteren hoe die anderen zingen. Daartussendoor telefoontjes afhandelen, foto’s maken, interviews, radio-uitzendingen, naar de kapper. ’t Is moeilijk precies te zeggen. Het gaat allemaal automatisch. Ik weet alleen dat ik haast nooit vrij ben. De meeste avonden moet ik ergens optreden.

HP: Wat is uw prijs per avond?

ANNEKE G.: Dat kan ik niet zeggen, Echt niet.

HP: Het is toch interessant te weten hoeveel u waard bent.

ANNEKE G.: Het is heel verschillend.

HP: Zegt u dan hoe het varieert.

ANNEKE G.: Het ligt eraan hoe groot de plaats is waar ik optreed. Dat varieert van 125 tot 175 gulden per optreden.

HP: En de televisie?

ANNEKE G.: In het buitenland van 800 tot 1200 gulden. In Nederland krijg ik dat er niet voor. Hier betalen ze bijna niets.

HP: Werkt u met vaste begeleiders?

ANNEKE G.: Nee. Als er een goed orkest is, maak ik een goed optreden. Als er een heel slecht orkest is, dan laat ik de mensen meezingen. Dus dan maak ik er een lollige avond van. Iets versieren, zo noemen ze dat.

HP: U heeft dus weinig tijd om van uw geld te genieten.

ANNEKE G.: Ik heb in de vier jaar dat ik zing, geen vakantie gehad. Toen ik nog op kantoor was, besteedde ik elke vrije dag aan het zingen. Mam heeft maar een klein pensioentje, en ik wou haar een fijn leven bezorgen.

HP: Wat denkt u met uw geld te gaan doen?


ANNEKE G.: Ik ga niet eerder trouwen voordat mijn zusje en mijn moeder iets op de bank hebben staan en een klein huisje hebben. Dat moet ik bij elkaar hebben. En ik ga nu een nieuwe wagen kopen.

HP: Welk merk?

ANNEKE G.: Ik heb nu een Austin Seven en ik neem een Citroën DS, voor de lange afstanden. Je verdient in dit vak ontzettend veel geld, maar je moet ook veel uitgeven. Ik moet bijvoorbeeld altijd netjes voor de dag komen. Voor een mantelpakje kan ik niet zomaar C&A binnenstappen. In dat soort dingen gaat anders ook een hoop tijd zitten.

HP: U zult dan ook wel weinig tijd overhouden voor romantiek.

ANNEKE G.: Daar heb ik heel nare herinneringen aan:

HP: Wat doet u voor uw ontspanning?

ANNEKE G.: Rusten.

In ruim 2 jaar werd de anonieme stenotypiste Anneke Grönloh (20, 1.68 m, 114 pond) tot meestbeluisterde lieveling van het Nederlandse teenagerpubliek; sinds twee maanden bezet zij met de uit Duitsland overgenomen hit ‘Brandend Zand’ de eerste plaats op de hitparade vóór topsterren als Pat Boone, Ray Charles en Cliff Richard, wat haar waarschijnlijk eind oktober bij de verkoop van het 100.000ste exemplaar een gouden plaat van Philips zal opleveren.

Door insiders in de showbusiness om haar ‘stem als een ontploffing’ (Algemeen Dagblad) beschouwd als meer dan een tijdelijk fenomeen, maakte zij tot nu toe achttien singles en twee ep’s, die haar met radio- en tv-uitzendingen en een tournee naar Singapore tot ver over de grenzen bekend maakten als een zangeresje dat tot meer in staat is dan het imiteren van buitenlandse voorbeelden. Geboren op 7 juni 1942 in Tondano (Noord-Celebes) als dochter van de Haagse sergeant-majoor F. Grönloh, die in ’53 sneuvelde in de Koreaanse oorlog, emigreerde zij in ’47 met vader, moeder Fennie Grönloh-Rorora en zusje Tjula naar Nederland, dat haar eind ’59 leert kennen: 19 december van dat jaar start haar bliksemcarrière, wanneer zij in een tv-uitzending van een amateurcabaret duizenden jonge harten steelt en grammofoonplatenmaatschappij Bovema voor zich interesseert. Daarvoor oogstte zij al succes op familie- en Mulo-avondjes met zelfgeschreven Maleise liedjes, waarvan er enkele later op de plaat zijn vastgelegd. Sinds eind ’61 woont zij met moeder en zusje op een bovenhuis in de Amsterdamse Uiterwaardenstraat 90a.

import armando special