Ben Tiggelaar

Ben Tiggelaar (Veendam, 1969) is managementgoeroe.door Martin Bons, foto Jos Lammers

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Ontspannen.

Wie zijn uw helden?

George Gershwin; zijn werklust, muziek, opgewektheid en optimisme.

Aan wie ergert u zich?

Aan arrogante kwallen. Ik werk veel met directieleden van grote bedrijven. Sommigen voelen zich heel erg belangrijk en willen dat ook heel erg graag laten zien. Aan gemakzuchtigen, sprekers die zich niet voorbereiden. En aan radio- en televisiemakers die mij in één adem noemen met Emile Ratelband.

Lijkt u op uw vader?

Ja, we kunnen beiden genieten van buitenlucht, fietsen, lopen. Van mijn moeder, die op jonge leeftijd is overleden, heb ik mijn honger naar kennis. Zij had dezelfde grote emoties.

Wat is uw grootste angst?

Na verlies van vrouw en kinderen: dat wat ik doe niet goed genoeg is.

Wat zijn uw dagdromen?

Een jaar positive psychology studeren in de VS bij Martin Seligman.

Bidt u weleens?

Ik ben van het slag dat het elke dag doet. ’s Ochtends eventjes en ’s avonds als vader aan tafel met mijn kinderen.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Ik ben niet zo van de mystieke club. Toch stuit ik soms op een bijbeltekst waarvan ik denk: dit is geen toeval dat ik deze nu, op dit moment onder ogen krijg.

Bent u aantrekkelijk?

Ik hoor thuis dat ik nu aantrekkelijker ben dan twintig jaar geleden.

Wat is uw definitie van geluk?

Als mijn vier dochters en mijn vrouw liggen te slapen, ik de slaapkamers naloop en hen zie liggen, val ik diep gelukkig zelf in slaap.

Waar schaamt u zich voor?

Heel boze buien.

Bent u monogaam?

Ja, maar daar moet ik wel aan werken. Ik breng mezelf niet in ‘gevaarlijke situaties’, want ik wíl monogaam zijn en niet op de proef worden gesteld. “Wat mij nu toch is overkomen,” zal ik niet snel zeggen.


Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Vorig jaar bij een begrafenis in mijn vriendenkring. Snotteren doe ik al bij een Bambi-film als ik samen met mijn kinderen kijk.

Lijkt u op uw vrienden?

Ik ben meer extravert.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?

Me minder aantrekken van wat anderen van mij vinden. Dan lees ik in een recensie van een boek: Tiggelaar is simplistisch, denkt dat alles maakbaar is. Ik zie weleens dat een recensent mijn boek niet eens heeft gelezen, en toch trek ik me het aan.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn vrouw: we kennen elkaar van de middelbare school in Stadskanaal. Ik vond haar geweldig, was werkelijk bloednerveus, en mijn eerste zin was zoiets als: wat ben ik een sukkel dat ik je niet eerder durfde aan te spreken. We zijn nu al een kwarteeuw bij elkaar.

Hoe moedig bent u?

Voor duizend man spreken kost geen enkele moeite, maar één op één ben ik minder goed.

Van wie heeft u het meest geleerd?

Mijn moeder: gebruik je talent. Mijn vrouw: scherpte, zij stelt de goede vragen. Tom Peters: zijn performance, directheid en confrontatie. En Stephen Covey: ouderwets authentiek.

Wat is uw grootste ondeugd?

Goed uit eten gaan, lekkere wijn. Driesterrenrestaurant hoeft niet, maar er mag wel een prijskaartje aan hangen.

Wanneer was u het gelukkigst?

Dat was niet tijdens mijn werk. Geluk is van een hogere orde. Tijdens de geboorte – jawel – van mijn dochters.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Actiegerichtheid.


Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Bezinning.

Hoe ontspant u zich?

Ik lees strips (bijvoorbeeld Blake en Mortimer van Edgar P. Jacobs. Het Gele Teken kan ik inmiddels dromen) en kijk oude musicals met Judy Garland.

Wat is uw grootste mislukking?

Dat ik als columnist in het verleden soms wilde scoren over andermans rug. Als ik dat nu columnisten zie doen, denk ik: wat een sneu figuur.

Gelooft u in God?

Ja, het christelijke geloof brengt mij veel positiefs. Voor mij is het beter om wel christen te zijn dan om geen christen te zijn. Pragmatisch misschien: if it works, it must be true.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Mijn kop en schotel waar ik als kind al uit dronk, verhuizen al jaren mee.

Wat is de beste plek om te wonen?

Soest.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Niemand. Joep Schrijvers heeft bijvoorbeeld weleens een lullig stukje over mij geschreven, maar ik vind het best leuk om hem tegen te komen.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Vaak niet, dan kun je slechts berusten. Maar op een aantal zaken heb je wel grip. Als ik een erg lange dag maak, anticipeer ik. Dan huur ik iemand in die mij ’s avonds naar huis rijdt.

Wat is uw devies?

Zoek eerst het Koninkrijk van God.

import zelfportret