Brildraagster neemt wraak

Er is geen ontkomen aan. Na ruim driehonderd bladzijden Judith Visser (Rotterdam, 1978) galmen de woorden van Gerrit Komrij weer door je hoofd, die stelt dat de serieuze literatuur in Nederland op sterven na dood is. Het fabeldier Komrij maakte de weinig collegiale opmerking ruim een maand geleden bij Pauw & Witteman. “De chicks, ze schrijven zonder kloten/ Maar onveranderlijk met hanepoten,” voegde Komrij er in de talkshow snerpend aan toe. Universiteiten, journalisten en bibliotheken zouden alleen nog oog hebben voor oppervlakkig geschreven bestsellers. De ene keer zou de aandacht naar Saskia Noort gaan en de volgende keer naar iemand die op Saskia Noort lijkt.

Er is in elk geval iets wat Judith Visser voor heeft op de kritiek: ze lijkt met haar zwarte haarlokken geenszins op Saskia Noort. Zelfverzekerd staart ze de lezer die haar nieuwste boek Stuk omdraait tegemoet. Na een studie voedingsleer is ze tegenwoordig fulltime schrijfster. Naast de foto prijken alvast de schijnbaar mooiste, opeenvolgende zinnen uit het boek: “Ik kneep mijn ogen dicht en voelde hoe er een traan over mijn wang rolde. Maar het was nog niet voorbij.”

Visser debuteerde drie jaar geleden bij uitgeverij Passage met Tegengif. De roman zorgde voor veel opschudding onder mannelijke bezoekers van een privéclub aan de Rotterdamse Bergweg toen bleek dat de schrijfster had geput uit de gedetailleerde klantervaringen van dames die daar werkzaam waren. Hoofdpersoon in Tegengif is de negentienjarige Kim. Nadat haar grote liefde Edwin haar met een andere vrouw heeft bedrogen, stelt ze zich op het standpunt dat alle mannen monsters zijn. Om tegengif te creëren gaat ze dan maar in de prostitutie werken.

Het in 2007 verschenen Tinseltown leest als een vervolg op Tegengif. Kim heeft daarin een hartstochtelijke relatie met een getrouwde man gekregen. Ze is gedebuteerd als succesvol schrijfster en vertrekt op uitnodiging van een vriendin enige tijd naar Los Angeles. Als ze daar aankomt, blijkt de vriendin onvindbaar. Een speurtocht langs de clubs van Hollywood brengt pas na lange tijd meer duidelijkheid over het lot van de vrouw.

Vissers nieuwe literaire thriller Stuk, genomineerd voor de Gouden Strop 2009, is door de thematiek van pesten op school een ander boek geworden. De zestienjarige Elizabeth, die in de vierde klas van het Mercatus College in Rotterdam zit, draagt een bril, is veel te dik en heeft geen vrienden omdat ze af- gezonderd leeft van de rest van de klas. Haar isolement leidt in Stuk tot een reeks drama’s.


Dat het schrijven van een thriller een meesterproef in het creëren van levensechte karakters kan zijn, weten we door de altijd weer originele psychologische thrillers van René Appel. Op haar beurt overdrijft Visser in Stuk wel erg als ze wil bewijzen dat een ongeluk in het bestaan van eenzame meisjes nooit alleen komt. Elizabeth is verliefd op een onbereikbare jongen, heeft een eetstoornis, doet aan zelfverminking en denkt regelmatig aan zelfmoord. Ook haar omgeving reageert wel erg fatalistisch. Iedereen ziet lijdzaam toe hoe een pubermeisje op het schoolplein in elkaar wordt geslagen en zelfs aangerand.

En ‘dan is het nog niet voorbij’, zoals de op het omslag afgedrukte zinnen uit de roman al beloven. Al snel is het in Stuk niet meer de vraag of Elizabeth iemand gaat vermoorden, maar wie het slachtoffer zal zijn. Erg overtuigend is het allemaal niet. Als Judith Visser al niet op het zwarte lijstje van Komrij stond, dan heeft hij er dankzij Stuk een doelwit bij.

Hugo Jager

Judith Visser: Stuk. De Boekerij. €18,95. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

Bart Chabot: “Mensen zeiken over de wind, de leegte en de ongezelligheid, maar ik heb daar geen last van. Het Schouwburgplein is altijd leeg, en je moet er uitkijken dat je niet op je muil gaat, maar het waait er lekker door. Voor getuttebol moet je maar naar de provincie. Daar is het wel gezellig. Eigenlijk hebben de Duitsers met het bombardement een prachtige impuls gegeven. Eerst is het hart eruit geflikkerd en nu is het een jonge, energieke stad met nuchtere mensen.” WR

import fictie