Esther uit Dokkum

Bij elke thuiswedstrijd is het er. In de Kuip. Over de rand van vak K. Dat eeuwige spandoek: ‘Esther Dokkum’. Best een eindje rijden, Dokkum-Rotterdam. Moet zo’n tweeënhalf uur zijn. Dus bij een wedstrijd die om halfeen begint, moet ze griezelig vroeg van huis. En niet vergeten het spandoek uit de droger te halen. Maar bestaat die hele Esther wel? Of is Esther niet meer dan een spandoek? Misschien ligt het gewoon in een Rotterdamse kelder op Zuid, te wachten op de volgende thuiswedstrijd. Mogelijk. Dat ze gewoon een verzinsel is van een Rotterdammer. Een running gag. Supporter denkt goede grap te maken met een Esther uit Dokkum. Zodat de seizoenskaarthouder zich lachend, gierend, brullend afvraagt wie nou die Esther is die daar altijd hangt. En met zijn buurman-seizoenskaarthouder in een tweewekelijkse discussie belandt of Esther het moeilijk had met het vertrek van Gert-Jan Verbeek. Die was toch Fries-achtig, om niet te zeggen een autochtone Fries. En die Friezen, die zijn er fel op, als je aan een andere Fries komt.

Maar misschien is Esther het Friese ontstegen. Moet haast wel, als je elke twee weken over de rand van vakkie K komt hangen. Anders had je ook gewoon in Heerenveen kunnen blijven. Was vanuit voetbaloogpunt helemaal niet zo gek geweest. Dus Esther moet wel een Feyenoord-hart hebben.

Ze is waarschijnlijk blond en niet van de oorbellen of andere accessoires. Dat kun je aan het spandoek zien. Geen woord te veel. Geen creatief gedoe met mooie letters of kleurtjes. Gewoon, ‘Esther Dokkum’, punt. Geen-gelul-drie-bier-type. Fok aan en nog een beetje hoger aan de wind. De vrouwelijke variant op Hielke en Sietse Klinkhamer. Maar dan één die af en toe de Fluessen verruilt voor Rotterdam-Zuid. Waarschijnlijk. Maar het blijft gissen.

Ik had natuurlijk een keertje vanuit vak NN over vele puntige hekken naar haar toe kunnen klimmen en springen. Kijken of ze er echt zit. Maar afgezien van het probleem van die spiesen, was ik dan vroeg of laat in de houdgreep genomen door een fluorescerend geel type met zo’n badge om zijn nek. Zo iemand die zich de Kuip heeft weten in te lullen om gratis mee te kijken en pas later doorkreeg dat-ie de hele tijd met zijn rug naar het spel toe moet zitten. Ik bedoel een steward. Ste-ward. Who the hell introduceerde dit poepchique woord in etterbrakende voetbalstadions?

Maar goed, die Esther dus. Ik probeerde haar te googelen. Esthers genoeg in Dokkum. Dat is het probleem niet. Vond een Esther die op internet haar Dokkumse rijschool recenseert. Ze heeft veel geleerd van instructeur Jelmer. Niet alleen over het autorijden zelf, maar ook over bepaalde situaties in het verkeer. Is kennelijk een extraatje, in Friesland, om tijdens rijlessen ook iets over verkeerssituaties te leren. Lijkt me dan ook sterk dat het deze Esther is. Die durft verkeerssituatietechnisch gezien echt niet naar de Randstad te rijden.


Dan vond ik nog een Esther die samen met haar vriendin Femke vorig jaar de majorettewedstrijden in Dokkum heeft gewonnen. Het ging heel goed, ze hebben de stok maar twee kaar laten vallen. Maar die is het niet, die is te jong. Althans, dat mag je hopen, dat mensen van boven de achttien geen majorette meer spelen, of dansen, of welk werkwoord ook bij dat merkwaardige tijdverdrijf past. De volgende Esther die kwam bovendrijven is voorzitter van korfbalvereniging De Granaet. Ja echt, met ‘ae’. Die Esther kan het niet zijn. Korfbal en de Kuip, dat gaat niet samen. Bovendien, wat moet Esther doen als de wedstrijd van Feyenoord samenvalt met die van De Granaet 1 tegen Flamingo’s 1?

Nog eentje dan. De Esther uit Dokkum die drie konijnen te koop heeft, een zwart mannetje, een bruin-grijs mannetje en een grijs vrouwtje. Zou die het zijn? Ik weet het niet. Om de een of andere reden associeer ik wollige konijntjes niet direct met Feyenoord. Misschien om mee te gooien, dat zou nog kunnen. Dat Tim de Cler een Vlaamse reus naar zijn kop geslingerd krijgt bij een verdedigingsfout. Maar nee, ik denk toch ook niet dat zij het is.

Het wordt nu gewoon irritant om elke twee weken tegen dat spandoek aan te kijken. Met in wat knullige dikke viltstiftletters ‘Esther Dokkum’ erop gekalkt. Ik moet en zal haar vinden want – dat heb ik net bedacht – ik wil haar interviewen.

Esther, of iemand die Esther kent, als je dit leest: bel of mail HP/De Tijd.

import judith spiegel