Fatsoen

Waren mensen in de jaren tachtig al ‘onbewust asociaal’.

Ze zaten je in ieder geval op de lip, vond G.L. van Lennep in zijn HP-rubriek ‘Fatsoen’: “Het begint met mensen die, meestal op een partijtje, tegen je aan gaan staan. Het vervelende toeval wil dan dat zij óf de mediterrane keuken zijn toe-gedaan óf van huis uit een openstaande maag hebben. Soms ook is slechts het gebit aan vernieuwing toe, maar hoe het ook zij, ze staan te dichtbij. Ik ontbrand in onevenredige woede als iemand in de rij achter me tegen me aan gaat staan. Ze hebben het meestal niet zelf in de gaten, maar het geeft me een sterk vermoeden van hun geestelijke vermogens. Slechts domoren of genieën doen zulks, maar de kans dat je met een middelbaar genie in de rij staat is gering. Toch is het aardiger om eens een vriendelijk woord over te hebben voor de oude mevrouw die alleen woont en sinds vorige week vrijdag geen woord meer met iemand gewisseld heeft, behalve met haar oude poes. Maar doe dat dan van een afstandje. En poets uw tanden van tevoren.”

import destijds 1984