Gettopaleisjes

Voor een prikkie koop je in Rotterdam een zogeheten Klushuis, een kaalgestripte woning in een beruchte stadswijk als Spangen, die geheel naar eigen smaak mag worden verbouwd. door Sam Gerrits, foto’s Elsbeth Tijssen

Spangen, lente 2009: voetstappen klinken hol op een kale plankenvloer vol met spijkers. Licht valt door de kieren van een met karton afgeplakt raam naar binnen. In de stralen kun je het stof in dikke wolken zien dansen. “Gadverdamme, zie je dat, dat ademen wij in!” Twee Amsterdamse upperclass zusjes, Melissa en Floor van Amerongen, voor deze gelegenheid gehuld in kluskleren en met boerenzakdoeken om het haar gebonden, stappen gewapend met gereedschapskisten en huurapparaten hun kluswoning binnen.

Melissa begint het karton van de gebroken ruit te trekken. En dan zie je pas hoe groot de ruimte is waarin de zusjes staan: een soort post-apocalyptische grot met een hoog plafond met gaten erin, waardoor je de verdieping erboven kunt zien. Het ziet er vervallen en uitgewoond uit. “Dit is het dan, ons gettopaleisje!” Melissa zegt het met een grote glimlach.

De zusjes zijn sinds kort, en voor weinig geld, eigenaar van een prachtig, maar totaal afgeleefd pand van vijf verdiepingen in de Snellinckstraat in het Rotterdamse Spangen, een van de meest beruchte stukjes Randstad. De dames willen er, samen met hun vrienden, twee flinke appartementen in creëren. “Zodat we straks gemakkelijk de zorg voor onze kinderen kunnen combineren. We gaan hier een commune nieuwe stijl stichten, een soort studentenhuis, maar dan met twee aparte opgangen, zonder rotzooi en met een ligbad.”

Floor en Melissa kijken dwars door de rotzooi van hun kluspand heen en zien de toekomst. In plaats van wanden met smerig behang en vol met gaten zien zij badkamertegels en keukenblokken. En daar hoeven ze niet eens heel erg hun best voor te doen. Vele klussers gingen hun al voor.


Neem nu Arja Hoogstad, keramist en kleuradviseur voor architecten. Ze woont samen met haar kat in een door haarzelf gerestaureerd, lekker groot bovenhuis vol met planten, aan de rand van Spangen. Arja heeft de uitgebroken wanden in haar Klushuis lekker weggelaten en de boel wit geschilderd. Ze vindt dat ze nu op rozen zit. “Als meisje alleen kon ik me in Hilversum slechts een koopwoninkje van anderhalve ton veroorloven. Ik voelde me daar soms net een sardientje in een blikje.”

Voor haar cascowoning aan de Zoutziedersstraat in Rotterdam betaalde ze net zoveel. Een kleine 25.000 euro aan verbouwings- en kluskosten en flink wat vrouwuren verder, is Arja de trotse bezitter van een woning tweemaal zo groot als haar poppenhuisje in Hilversum. Maar als je bij Arja uit het raam kijkt, herinneren de seksclub aan de overkant en de rotzooi op straat je eraan dat er andere, immateriële kosten verbonden zijn aan wonen in een wijk als Spangen.

Wie een Klushuis koopt, neemt een gok. Ondanks de mooie woorden van de gemeente, ben jij op het moment van intrekken, met al je gereedschap en goede bedoelingen, vaak het enige lichtpuntje in een verder hopeloos verpauperde, criminele buurt. Toch wagen veel mensen de sprong. Tussen de zeshonderd en zevenhonderd oude krotten en slooppanden in de getto’s van Rotterdam worden of zijn al omgetoverd tot zo’n 450 nieuwe, luxe woningen. En de stad is bezig met alweer een vierde verkoopronde. Dit keer gaat het om dertig Klushuizen, voornamelijk op Zuid. Ook andere steden hebben lucht gekregen van het Rotterdamse succes. In Den Haag loopt op dit moment een pilot met veertig woningen. Arnhem en Utrecht doen haalbaarheidsstudies.


Het Klushuizenprincipe komt uit de koker van Frans van Hulten van adviesbureau Urbannerdam en architect Ineke Hulshof. Van Hulten: “We bedachten het eigenlijk vanzelf, op een mooie zomeravond met een goed glas wijn. We wisten direct dat we een gouden idee in handen hadden. Het enige dat nog ontbrak, was een stel ouwe krotjes.”

Die ouwe krotjes vinden blijkt vervolgens lastig. Er is immers nog nooit eerder zoiets gedaan. Maar op een goede dag in 2002 ontmoet het duo Ditty Blom van de gemeente Rotterdam, de vrouw die ooit met een maquette van een tuibrug op haar hoofd voor gek liep tijdens een Rotterdamse gemeentevergadering, om de heren bestuurders te overtuigen van de zin van een eyecatcher als verbindingsstuk tussen Rotterdam Noord en Zuid. (En het werkte: Rotterdam dankt zijn Erasmusbrug voor een groot deel aan haar inzet.)

Blom ziet wel iets in de woeste plannen van Hulshof en Van Hulten. Spangen was in die tijd immers zo’n beetje het Wilde Westen van Nederland: de TROS heeft er zelfs een spannende politieserie met Linda de Mol naar vernoemd.

De eerste panden die de gemeente Rotterdam in 2004 als Klushuizen beschikbaar stelt, liggen in het hart van het Spangense getto. Het zogenaamde Wallisblok, drie rijtjes jaren-dertig-huizen aan de Schie, tussen de Wallisweg en de Balkstraat, op een steenworp afstand van de Mathenesserweg. De Mathenesserweg is in die tijd de fast lane tussen de nationale afzetplek voor Franse drugs op de Mathenesserbrug en de beruchte tippelzone aan de Keileweg. Ground Zero van de verloedering, kortom. Het Wallisblok is al jaren dichtgetimmerd en staat op de lijst om te worden gesloopt.


Gegadigden vinden voor de panden gaat door een opmerkelijk toeval vanzelf. De gemeente Rotterdam heeft berekend dat ze de panden aan moet bieden voor één euro per huis, met de verplichting ze op te knappen voor minimaal twee ton. Een wooncorporatie geeft daar ruchtbaarheid aan in een vakblad, en juist dat éne zinnetje over woningen voor één euro valt een redacteur van het NOS Journaal op. Die maakt er een item van voor het journaal van zaterdagavond.

Daarna is de hype niet meer te stoppen: Hart van Nederland, Radio 1, dagbladen, tijdschriften, iedereen heeft het erover, nog voor er een cent aan reclame is uitgegeven. De reclamejongens zijn er vervolgens ook snel uit: het project moet ‘169 Klushuizen’ gaan heten, naar het specifieke aantal dat in een eerste subsidieaanvraag naar VROM genoemd is, en dat ook in het NOS Journaal terugkwam.

Huizen aanbieden voor één euro lijkt een grotere verliespost dan het in werkelijkheid is. Voor het gehele Wallisblok pakt het prijskaartje een slordige 200.000 euro duurder uit dan volledige herstructurering: dus slopen, bouwrijp maken van de grond en er sociale woningbouw plegen. En als ze kiest voor de goedkopere optie, blijft de gemeente dweilen met de kraan open. Want ze trekt dan voor haar mooie nieuwbouwpandjes weer dezelfde moeilijke bewonersgroep aan. Door de woningen als Kluspand voor één euro aan te bieden, lokt Rotterdam een totaal nieuwe bevolkingsgroep naar Spangen: jonge, initiatiefrijke, hoogopgeleide mensen. Architecten, kunstenaars, de slagroom op de maatschappelijke taart.

Floor en Melissa zijn precies het soort koper dat de gemeente Rotterdam graag ziet. Melissa is doctor in de filosofie, Floor is juriste. Melissa’s vriend is architect, die van Floor is stedenbouwkundige. De zusjes kennen de reputatie van de wijk waarin ze zich gaan vestigen, maar zien het ruim. Melissa: “Amsterdam heeft wel iets van een gemeubileerde kamer: alles is oud en vol en ligt vast. Rotterdam is nog lekker niet ingevuld, er kan hier veel meer. Zeker in een wijkje als dit. We deden aan het begin ook de hele tijd alsof we op vakantie waren in een vreemd land, hè Floor?”


Floor: “Ja, je hebt hier allemaal van die grappige winkeltjes. Maar dit zijn wel extreem ranzige panden, hoor. En toch is iedereen superenthousiast. Omdat je het helemaal zelf in kunt richten!”

Gereedschapskisten worden geopend, huurapparaten ingeplugd. Deze eerste dag samen oud behang strippen zullen de zusjes niet snel vergeten. Door de gebroken ruit waait een zacht lentebriesje naar binnen, vogeltjes fluiten in de achtertuin. Het behangafstoomapparaat blaast grote wolken stoom, waarin je regenboogjes ziet.

Melissa staat te zweten op een trapje, maar ze straalt: “Tot nog toe was dit pand vooral een berg papier, maar vanaf vandaag is het een gevoel. Ik weet nu al dat ik veel van deze plek ga houden.” Floor: “Dit wordt een topwoning, ik zie het helemaal vovor me!” De oorspronkelijke begroting van de folder, 190.000 euro per casco woning en 30.000 euro voor het opknappen, dus 440.000 euro voor vijf geheel vernieuwde verdiepingen, was wel een beetje optimistisch, vindt Melissa. Zoveel kost het woonstuk alleen nu al. Floor: “Maar huis mag toch ook vorm krijgen terwijl je er woont? Hier en daar een kluskamertje mag best. Zeker als je zo’n supergaaf pand als dat van ons hebt!”

De euforie van de zusjes is begrijpelijk, maar ze zien het wel heel rooskleurig. Nieuwe bewoonster van het eerste uur Arja Hoogstad ervaart op het moment weinig overlast in haar huizenblok, ‘De Loper’, maar er is dan ook een drastische ingreep gedaan: de ingang en het trappenhuis zijn naar een straatje achteraf verplaatst, in de luwte van het straatgeweld van de Mathenesserweg, die Arja’s uitzicht bepaalt.


Het trappenhuis van ‘De Loper’ lijkt wel een kerstboom ’s avonds, zo vol hangt het er met verlichting. Want ’s nachts loopt er nog steeds gajes op straat. Arja hoort regelmatig politiesirenes. “Ik heb een keer vanuit mijn huis gezien hoe de politie een stel jongens opdroeg op hun knieën op straat te gaan zitten, met hun armen boven hun hoofd.” En dan is er het vuil: vooral rijst wordt op allerlei plekken achtergelaten. “Dat schijnt iets te zijn van de Marokkaanse cultuur, dat je dat niet weg mag gooien. De ratten en de vogels weten er wel raad mee:”

Toch zijn er in de tijd dat Arja er woont ook dingen ten goede veranderd in Spangen. Veel huisjesmelkers zijn uitgekocht of onteigend. De Franse dealers zijn verdreven en de tippelzone aan de Keileweg is gesloten. En Arja Hoogstad ziet ook voordelen aan het Spangense straatbeeld: “Ik hoef me hier niet eerst om te kleden als ik boodschappen wil doen; ik kan gewoon in mijn werkkleren naar buiten.”

Arja verwacht veel van de strengere eisen die de gemeente Rotterdam stelt aan ondernemers die een nieuw winkeltje willen openen aan de Mathenesserweg beneden. Geen belhuizen meer, er moeten vooral ambachtelijke, kleinschalige winkeltjes met luxeproducten bij komen.

Het wordt donker; het begint koud te worden in Snellickstraat 47/47 boven. Floor en Melissa pakken hun spullen bij elkaar. Ze zijn minder goed opgeschoten dan ze gehoopt hadden. De zware huur-apparaten worden met de nodige moeite in de grote stationcar geladen, voor de lange terugrit naar Amsterdam. Floor heeft een grote, bebloede pleister op de rug van haar linkerhand. “Je moet er wel voor bloeden,” glimlacht ze. “En nu naar huis; ik hoop dat mijn vriend iets lekkers heeft gehaald!”


Arja Hoogstad staat met haar kat in haar armen voor het raam, in haar luxe woning boven in ‘De Loper’ aan de Mathenesserweg. Ze aait het dier en wijst met haar kin naar de glimmende kale kop van de uitsmijter die met gekruiste armen voor de felverlichte seksclub aan de straat staat. “Weet je dat ik een heel veilig gevoel krijg van die meneer daar beneden?”

Een Klushuis is een ‘cascowoning’, een totaal ontmanteld, (nog) niet bewoonbaar huis dat je met een flinke kluskorting van de gemeente koopt. Het staat bijna altijd in een wijk van twijfelachtige allure, en heeft veelal een duister verleden: er is in gedeald, er hebben junks in gewoond, er heeft een wietkwekerij in gezeten, et cetera.

Dat verleden is eruit gestript, tot op het skelet, zelfs de schoorsteen is gesloopt. Over blijven: kale wanden en verdiepingen van houten balken, zonder plafonds. Om te voldoen aan de minimale wettelijke eisen zijn er nieuwe trappen geplaatst, er is een schacht voor de (afwezige) water-, gas- en elektraleidingen, en een kast voor de meters. That’s it.

In het koopcontract van je Klushuis verplicht je jezelf de woning opnieuw af te bouwen, voor een bepaald minimumbedrag, waarbij je rekening houdt met de eisen van Bouw- en Woning Toezicht. Waarom je zo gek zou zijn om zo’n huis te kopen? Omdat het je één ding biedt dat schaars is in Nederland: de vrijheid om het binnenwerk van je woning geheel naar eigen inzicht vorm te geven. En voor relatief weinig geld, want ze zijn gesubsidieerd. Jij bepaalt zelf waar en hoe groot je de badkamer wilt, of je een vide wilt, of er überhaupt kamers moeten komen, en voor hoeveel geld. Het is jouw Lego. En ze zijn er nog steeds:

import klushuizen