Komt dat zien: Goliath vs. bad boy!

In een universum parallel aan dat van Studio Sport vond zaterdag het grootste kickbokstoernooi van Europa plaats. Op de tribune bij K1-ster Sem Schilt (2,12 meter) en diens strijd tegen het Kwaad. ‘Dit is geen dammen – de mensen eisen actie!’ door Boudewijn Geels

Een afspraak met de – in theorie – gevaarlijkste man ter wereld is snel gemaakt.

“Ja hoor, kom maar,” bromt zijn trainer Dave Jonkers goedmoedig.

Fijn. Wanneer schikt het?

“Vrijdagochtend elf uur, hier in Zuidlaren.”

Kan ik Hem dan ook zien trainen?

“Nee, da’s geheim.”

Meent u dat?

“Nou en of.”

Vrijdag 8 mei, 11.00 uur. Sem Schilt gaat voor door de gang van sportcentrum Dave Jonkers. Waar hij loopt, is alleen nog wat ruimte naast zijn oren. Bij een deuropening aangekomen houdt hij stil. “Nou, hier train ik dus.”

Een vierkant zaaltje, de vloer bedekt met een blauwe mat. Links hangt een enorme bokszak behoorlijk versleten te zijn. Het is de minst benijdenswaardige bokszak van Nederland. Misschien zelfs wel van de hele wereld. Hij is namelijk in gebruik door kickbokser Sem ‘Hightower’ Schilt, 2,12 meter lang, 130 kilo zwaar en meervoudig winnaar van de K1-finale in Tokio.

De laatste maanden projecteert Schilt (35) in zijn hoofd het gelaat van Badr Hari op de zak. De 24-jarige Amsterdammer, die in wedstrijden voor Marokko uitkomt, is hét grote kickbokstalent van dit moment. Over acht dagen staat de elf jaar oudere Schilt tegenover hem in de Amsterdam ArenA. De beelden zullen de hele wereld over gaan.

‘Bad boy’ noemt Hari zichzelf, en wie hem in de K1-finale van 2008 bezig zag, zal onderschrijven dat die nickname perfect gekozen is. Hari schopte zijn tegenstander Remy Bonjasky in diens gezicht. Nu is dat in het kickboksen allerminst verboden, maar Hari deelde ook een trap uit terwijl Bonjasky al op de grond lag, en dat mag nadrukkelijk níet. Ach, zei de gediskwalificeerde Hari na afloop luchtig, ‘op de stoep fietsen mag ook niet’.


Als Hari de ‘bad boy’ is, mogen we Schilt dan de ‘good guy’ noemen? Het is een ietwat rare benaming voor iemand wiens beroep het is mensen zo snel mogelijk buiten westen te slaan, maar toch is het antwoord ja. Want Schilt respecteert de spelregels, binnen én buiten de ring – Hari is meerdere malen in aanraking gekomen met justitie. En na elke gewonnen finale doet Schilt voor de tv-camera’s de hartelijke groeten aan zijn moeder.

Sem Schilt is, zeggen kenners waarderend, een ‘groot sportman’, type ‘echte Hollandse boer’. De tragiek is evenwel dat in het kickboksen de markt voor bad boys aanzienlijk groter is dan voor echte Hollandse boeren.

Judo? Onduidelijk geduw en getrek onder akelig tl-licht. Boksen? Vaak een saai tactisch steekspel. Nee, kickboksen, dát is pas actie, zeggen de liefhebbers. Alle ledematen mogen meedoen. Zomaar ineens kan een knie of een schop – al dan niet in de vorm van een spectaculaire draaitrap – de tegenstander tegen het canvas doen klappen. En dan de show waarmee het allemaal gepaard gaat! Elke vechter zijn eigen angstaanjagende tune bij opkomst. Laserlicht, rook, danseressen – het kan niet op.

Dat de uitslagen pagina 601 van NOS Teletekst nooit halen, zal de honderdduizenden Nederlandse fans een zorg zijn. Kickboksen is de sport van de straat. En Nederlanders zijn er goed in. Sterker, ‘we’ zijn de besten ter wereld.

Sem Schilt was het zelfs drie keer achter elkaar.

In de bar van de Zuidlarense sportschool hangt, in een glazen vitrine, een kampioensriem. Het is een enorm gevaarte van wit leer en veel nepgoud, in 2007 aan Schilt uitgereikt in een stadion vol uitzinnige Japanners. Het heeft iets onwerkelijks om het ding te zien hangen in Zuidlaren, een dorp in Noord-Drenthe waar een verhoging van de bierprijs in café Berend Botje al geldt als een gebeurtenis van grote importantie.


De naamgever van de sportschool zit deze vrijdagochtend schuin onder de trofee, in een zithoekje met zwarte stoelen. Dave Jonkers (53) is klein van postuur, kaal en draagt een zwart trainingspak. Hij is al sinds 1991 Schilts steun en toeverlaat. Dat jaar zag hij hem vechten tijdens een karatetoernooi en zei: “Volgens mij is het een goed idee als jij bij mij komt trainen.” Aldus geschiedde. Schilt verhuisde voor zijn coach zelfs helemaal van Capelle aan den IJssel naar Zuidlaren.

Het bleek een goede zet. Schilt werd wereldkampioen full contact-karate, daarna wereldkampioen pancrase (een vechtsport waarin men elkaar alleen met de vlakke hand mag slaan) en ten slotte ook wereldkampioen kickboksen.

In het kickboksen is voor vechter én trainer het grote geld te verdienen. De winnaar van de K1-finale (K1 is de merknaam van ’s werelds grootste kickboksorganisatie, die zetelt in Japan) toucheert 400.000 dollar. Van wat een vechter ophaalt, gaat zo’n twintig à dertig procent naar de coach.

Drie keer achter elkaar was het kassa voor Schilt en Jonkers, in 2005, 2006 en 2007. Maar vorig jaar ging het mis. Schilt werd vroegtijdig uitgeschakeld door een andere Nederlandse kickbokslegende.

Peter Aerts.

Volgens Jonkers had er een extra ronde moeten komen, maar hij begrijpt heel goed dat de jury anders besliste: zijn pupil moest zo snel mogelijk het toernooi uit. Immers, het kickboksen ís al vergeven van de Nederlanders, en dan zou uitgerekend de weinig spectaculair vechtende kolos Schilt met zijn vierde zege de grootste kickbokser aller tijden, Ernesto Hoost, evenaren? Dat zouden de tv-kijkers niet leuk vinden. En daar gaat het in het K1-circuit allemaal om, om de kijkcijfers.


Rancune is Jonkers niet vreemd. “Mooi dat het vorig jaar zo’n kutfinale was,” zegt hij vergenoegd. “Een finale zonder winnaar. Ik dacht: zie je nou wel, hier hadden wij moeten staan.” Schilt, die net is aangeschoven en amper in zijn stoel past, bevestigt dat. “Bonjasky bleef na die trap van Hari liggen. Hij was zogenaamd zwaar aangeslagen. Heel professioneel, want toen móest de jury Badr wel diskwalificeren, en kon Remy die vier ton mee naar huis nemen. Of ik wél was opgestaan? Nou, ik ben, denk ik, inderdaad een emotionelere vechter dan Remy. Remy is vooral een zakenman.”

Bonjasky, evenals Schilt drievoudig K1-winnaar en de beau garçon van de kickbokswereld, zat vorig jaar in tal van tv-programma’s. Aanleiding was de verschijning van zijn biografie God in Japan. Belachelijke titel, vindt Schilt. “God? Zo ziet hij zichzélf misschien.” Jonkers: “Verschrikkelijk! Dat iemand zegt: ‘Ik kwam in een Japans ziekenhuis, en de mensen stonden op uit hun rolstoel om me een hand te geven’. Laat Remy dan voor Jomanda gaan spelen in Tiel. Echt, van zulke uitspraken ga ik dus over mijn nek.”

Kan zijn, maar Bonjasky is wel een echte mediamagneet. Schilt is dat niet. Hij is gewoon een erg lange slungel die eigenlijk machinebankwerker had moeten worden en die, blijkens zijn homepage, graag luistert naar de ‘Dire Straights’.

Wat voor partij gaat het worden tegen Hari? Schilt, op besliste toon: “Een knalpartij.”

Vrijdag 15 mei, het Claus Event Center in Hoofddorp. Het is de dag van de grote persconferentie. Bijna alle vechters die morgen aantreden, zo’n dertig man, zijn present. Ze moeten wel, anders krijgen ze mot met toernooibaas Simon Rutz. Zijn evenement heet, net als Rutz’ bedrijf, It’s Showtime. De 39-jarige Nederlander is een van de machtigste mensen in de internationale kickbokswereld, want It’s Showtime is inmiddels al bijna even groot als het Japanse K1. Rutz heeft zelfs zijn eigen wereldtitels in het leven geroepen. Morgen zijn er twee te vergeven, waaronder die van wereldkampioen zwaargewicht – dat wordt dus Schilt of Hari.


Voor in de met It’s Showtime-vaandels volgehangen zaal staan, op een podium, rijen tafels en stoelen opgesteld. Op de tafels prijken vlaggetjes: veel Nederlandse, maar ook Surinaamse, Turkse, Marokkaanse en een Armeense.

In het midden van de zaal staan zo’n tachtig stoelen, maar dat blijkt lang niet genoeg. De persconferentie trekt namelijk ook veel mensen die overduidelijk géén journalist zijn. Het zijn – uiteraard – vooral mannen: snelle types in dure merkspijkerbroeken en glimmende shirtjes waaruit bovengemiddeld gespierde – en vaak getatoeerde – armen steken. Ook de aanwezige dames zijn met hun pikzwarte of juist helblonde haar, hoge hakken en diepe decolletés helemaal in character.

Om half twee betreedt Rutz het podium. Hij zit helemaal vooraan. Naast hem zullen, zo leren de naambordjes, Schilt en Hari plaatsnemen. Maar eerst wil Rutz, een forse kerel in een zwart overhemd, een paar dingen kwijt. Hij noemt het ‘onacceptabel’ dat een reeds gecontracteerde vechter opeens een forse verhoging van zijn gage eiste. Ook roept hij alle vechters op morgen ‘te gaan voor de knock-out’. “Dit is geen dammen, de mensen willen actie zien!”

Dan roept Rutz een voor een de vechters naar voren. Sommigen, onder wie een moordlustig kijkende Surinamer, hebben een stevig strafblad, vertelt een kenner. Maar onder de gladiatoren bevindt zich ook strafpleiter Ashwin Balrak. Hij moet het morgen opnemen tegen de Zwitserse bodybuilder Björn Bregy, die met zijn 2,02 meter een kop groter is. Balrak is ook in het nadeel omdat hij weinig tijd heeft om te trainen.

Als laatsten verschijnen Schilt en Hari. Schilt draagt een donkerblauw kostuum. Een week geleden maakte hij nog volop grapjes. Nu kijkt hij boos, wat zijn verschijning nog indrukwekkender maakt. Hij wil desgevraagd weinig meer kwijt dan dat hij ‘a great fight’ verwacht.


Hari, gekleed in een crèmekleurig truitje, is fysiek en verbaal een en al souplesse. Hij knipoogt en zwaait joviaal naar zijn vele vrienden in de zaal – hij speelt als Amsterdammer morgen een thuiswedstrijd – en benadrukt dat hij ‘veel respect’ heeft voor Schilt. Na afloop willen veel aanwezigen met Hari op de foto. Voor Schilt is minder belangstelling. Al snel zijn hij en Dave Jonkers vertrokken naar hun hotel.

In een hoek staat de gepensioneerde viervoudig K1-kampioen Ernesto Hoost (44). Wie gaat er morgen winnen? “Voor de k.o. (knock-out – red.) moet je eerder bij Badr zijn dan bij Sem,” analyseert de voormalige ‘Mr. Perfect’. “Hoe langer de partij duurt, hoe meer kans Sem heeft.”

Zou het voor de sport niet het beste zijn als Hari, die in de laatste K1-finale vals speelde door de liggende Bonjasky in zijn gezicht te trappen, morgen verliest? Hoost zoekt even naar de juiste woorden en zegt dan: “Sem is een heel nette jongen. Hij vecht ook heel netjes. Ik denk dat de mensen daar minder voor gaan dan voor een bad boy. Want die wil je gewoon zíen, of hij nu wint of verliest. Bij een good guy, wat ik in zekere zin ook was, denken mensen na een tijdje toch: ja, nu weten we het wel.”

“Hari is de populairste vechter ter wereld,” bevestigt Rutz even later. Dat is behalve voor Hari ook erg fijn voor Rutz. Hij is behalve promotor namelijk ook Hari’s manager.

Zaterdag 16 mei, 21.30 uur, de Amsterdam ArenA. Door op een doellijn een enorm zwart doek richting het dak te spannen, is een derde van het stadion omgetoverd tot een kickbokstempel voor 20.000 mensen. Boven de boksring hangen vijf enorme videoschermen. Dat is maar goed ook, want voor de toeschouwers hoog op de tweede ring zijn de vechters down under even groot als playmobilpoppetjes.


Het publiek is opgewarmd door de zestien eerdere partijen. Sommige waren ronduit saai, andere spectaculair, zoals de overwinning van advocaat Balrak op de hulpeloze spierbundel Bregy.

Dan is het tijd voor het hoofdgerecht. Eerst komt Schilt op. Zijn oorlogslied Too Hot to Handle van Algerino, een mix van rap en metal, schalt door de uitverkochte zaal. Schilt wordt evenals de 32 vechters voor hem door een lift omhoog getild, met zijn gezicht naar de tribunes. Wat is hij groot! Zijn witte karatepak versterkt dat effect nog eens. Een deel van het publiek applaudisseert, een ander deel fluit. Schilt maakt een paar karatebewegingen met zijn handen en loopt dan, op het oog vastberaden, naar de ring.

Dan komt Hari. Zijn opkomsttune, ook een rapnummer, gaat over hemzelf, de ‘bad boy’. Hari is cool en hij weet het. De vele Marokkanen in het publiek gaan uit hun dak. Hari scoort een veel hoger volume aan publieksreacties dan Schilt – positief én negatief. Hij danst naar de ring, waar Schilt op hem wacht.

Arbiter Joop Ubeda roept het duo bij zich. De vechters kijken elkaar strak aan – Hari hoeft met zijn 1,96 meter niet eens zo heel erg omhoog te kijken. Ubeda zegt dat hij een ‘clean fight’ wil. Niks bijzonders, dat doen scheidsrechters altijd. Maar dan gebeurt het: Schilt verbreekt de ‘verbinding’ met Hari en kijkt even naar Ubeda. Waarom? Was hij toch even geïntimideerd?

Geen tijd om daar lang bij stil te staan. “Fight!” roept de arbiter. Hari stapt naar voren en haalt uit met zijn vuist. Schilt weert af, geeft een lowkick. Hari komt weer met zijn vuisten. En nog een keer. Schilt probeert terug te slaan, maar komt er niet door. Na 24 seconden krijgt Schilt een voltreffer op zijn kin. Ubeda geeft hem acht tellen rust. Ook daarna is Schilt duidelijk nog steeds versuft. Hari ruikt bloed en blijft komen. Weer twintig seconden later staakt Ubeda de partij. De Marokkanen op de tribune zijn in alle staten.


Sem Schilt, de witte reus uit Zuidlaren, is geveld.

Na de prijsuitreiking druipt hij hoofdschuddend af richting de kleedkamers. Hij loopt alleen.

Zondagmiddag 17 mei. The day after. Jonkers heeft zijn voicemail aanstaan, maar belt snel terug. Hij klinkt volkomen rustig. “Tja, het was een beetje een anticlimax gisteren. Sem had Hari moeten laten uitrazen. In plaats daarvan ging-ie meevechten. Na die eerste rake klap van Hari wist ik al dat het over was. Wil je ook Sem graag even spreken? Ik bel hem even om te vragen of hij dat oké vindt.” Even later: “Ja, hij vindt het oké.”

“Met Sem,” zegt een montere stem. “Ja, ik baal natuurlijk nog wel, maar verder voel ik me goed. Ik ben bij vrouw en kind en dan kun je niet te lang lopen kniezen natuurlijk.”

Wat ging er nou mis gisteren? Diepe zucht. “Het was vooral de entourage. Ik werd uit mijn concentratie gehaald.” Hoezo? Hij heeft toch ook drie keer de heksenketel van Tokio overleefd? “Dit was anders. Het publiek was agressief. Ik zag allemaal opgestoken middelvingers toen ik opkwam. Dat ben ik niet gewend.”

Zo’n grote vent, en dan schrikken van wat middelvingers? Weer die zucht. “Ik kwam ook niet in de wedstrijd. Het zat er gewoon niet in.”

En nu? Enkele seconden stilte. “Ach, weet je, misschien pakt dit uiteindelijk wel positief uit. Hopelijk durven nu meer mensen tegen me te vechten.”

Wat is K1?

K1 combineert de technieken van meerdere vechtsporten. De ‘K’ staat voor karate, kungfu en kickboksen. ‘K1’ is een merknaam. De K1-organisatie zetelt in Japan. Het kickboksgala van zaterdag was geen K1-evenement, maar er werd wel volgens de K1-regels gevochten.


Hoe luiden die regels?

Een wedstrijd duurt drie rondes van drie minuten. Bij een gelijkspel komen er maximaal twee rondes bij. De vechters mogen naar het hoofd schoppen en slaan, en mogen ook hun knieën gebruiken. Er wordt niet op de grond doorgevochten.

Hoe goed zijn de Nederlanders?

De besten ter wereld. Mede omdat Nederland uitstekende trainers en erg veel toernooien heeft. Bijna altijd won een Nederlander de K1-finale in Tokio. Ernesto Hoost vier keer en Peter Aerts, Sem Schilt en Remy Bonjasky elk drie keer.

Is kickboksen niet één groot festijn van en voor criminelen?

Zeker niet. Maar kickboksgala’s zijn onder de penoze wel zeer geliefd. Zaterdag liep er dan ook voor heel wat jaar gevangenisstraf rond in de ArenA. Sommige vechters hadden eveneens een strafblad. Het Golden Glory-team, waarvan ook Schilt deel uitmaakt, is opgericht door Ron Nyqvist. Hij zit in de cel voor een dubbele moord.

En K1 op tv?

K1 is hier grootgemaakt door Eurosport. Inmiddels hebben ook SBS 6 en RTL 7 de sport ontdekt. De K1-finale van 2008, op 6 december om 23.15 uur uitgezonden door SBS, trok 370.000 kijkers. RTL 7 bemachtigde de rechten van het evenement van afgelopen zaterdag, en maakt er drie uitzendingen van. De eerste was afgelopen maandagavond, de tweede is op 25 mei en de derde op 1 juni.

import sport