Nederlandse literatuur is lectuur

Als je Het Financieele Dagblad mag geloven, is het treurig gesteld met de hedendaagse literatuur. In het magazine Persoonlijk van zaterdag 23 mei (inderdaad, morgen) noemt recensent Fleur Speet de nieuwste roman van Tommy Wieringa Caesarion ‘geen spannend boek’ en het leven van de hoofdpersoon ‘wat ongeloofwaardig’. In vergelijking met de recensie van Arie Storm in Het Parool houdt ze het nog vriendelijk.
Dat geldt niet voor FD-recensent Chris Morgenstern die zijn vingers diep in het zuur [[popup file=”2009-05/scan.jpg” description=”stak” alt=”Hedendaagse literatuur wemelen van de clichés” align=”left” ]] alvorens de bestsellers van nu neer te sabelen. Hij reduceert Het Diner van Herman Koch en Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje tot ‘vergeetproza’. “Maar deprimerend is het wel als dit de schrijvers zijn die Nederlanders op handen dragen (en in het geval van Vuijsje, die literaire jury’s nomineren en bekronen). Het Diner en Alleen maar nette mensen zijn geen romans die tot de verbeelding spreken, aan het denken zetten of uitblinken in stilistische brille. Het zijn matige geschreven, makkelijk weglezende, middlebrow boeken die wemelen van witregels en clichés. De schrijver P.F Thomése bedacht er ooit een mooi woord voor: vergeetproza.”
Is de Nederlandse literatuur op sterven na dood en heeft Connie Palmen dan toch gelijk?