Shockschade

Schadeverzekeringsmaatschappij Reaal gaat niet meer dan vijf miljoen euro uitkeren aan slachtoffers van haar cliënt Karst Tates. De man die op Koninginnedag in een dodemansrit zeven onschuldigen en zichzelf vermoordde, had bij Reaal een WA-verzekering lopen en de verzekeraar verwacht dat het maximumbedrag voldoende is om de schade te betalen. Het zijn van die berichten die horen bij de nasleep van een tragedie als die van 30 april.

Op de bijeenkomst die Reaal samen met Slachtofferhulp Nederland organiseerde, bleken niet alleen mensen te zijn afgekomen die daadwerkelijk fysiek geraakt waren door de Suzuki Swift, of nabestaanden van slachtoffers, maar ook toeschouwers die ‘shockschade’ hadden geclaimd bij Reaal. Reaal meldde op de bijeenkomst fijntjes dat vergoeding wegens ‘shockschade’ alleen wordt uitgekeerd als de slachtoffers aan zeer strenge voorwaarden voldoen. Zo moeten artsen onder meer vaststellen dat sprake is van geestelijk letsel.

Als medici inderdaad van sommige toeschouwers vaststellen dat ze deze zogenaamde ‘shockschade’ hebben geleden en ze ook voldoen aan alle andere voorwaarden, moet Reaal vooral snel en ruimhartig uitkeren. Zeker als de reclamanten naasten van de slachtoffers waren, is voor iedereen wel voor te stellen dat er sprake is van schade (bijvoorbeeld door een ziekmelding). En als verzekeringen tot doel hebben de pijn in elk geval financieel een beetje te verzachten, dan is dat prima.

Maar in veel andere gevallen wringt er toch iets. Duizenden bezoekers aan Koninginnedag in Apeldoorn en miljoenen televisiekijkers thuis waren direct of indirect getuige van de slachting die Tates veroorzaakte. En dat was, zelfs op afstand voor de buis, zonder meer een traumatische ervaring. Die ook best tot slapeloze nachten kan hebben geleid. De vraag is echter: wie of wat brengt zulke indirect betrokkenen ertoe om vervolgens schadevergoeding te gaan claimen?

Volgens het door de overheid ingestelde Informatie- en Verwijs Centrum Apeldoorn is het voor toeschouwers van traumatische gebeurtenissen pas na vier tot zes weken zinnig om professionele hulp in te roepen, als klachten aanhouden of gedrag structureel is veranderd. Dat Reaal en Slachtofferhulp de mensen die zich beriepen op een ‘shockschadevergoeding’ al na twee weken op bezoek kregen, roept dan ook vraagtekens op over hun intenties. Of zouden letselschadeadvocaten inmiddels in Nederland vaste voet aan de grond hebben gekregen? Allebei een treurig idee.


Jan Dijkgraaf (j.dijkgraaf@hpdetijd.nl)

import vooraf