Stadshelden

Rotterdam kent vele culthelden, fictief dan wel bestaand. Allen drukten ze hun eigen stempel op de stad. 42 prominenten, van Ketelbinkie tot Lee Towers en van Erasmus tot Patricia Paay. door Judith Spiegel en Christjan Knijff

1 Pietje Bell (1914)

Destijds schoolvoorbeeld van een autochtone rel-Marokkaan. Eigenwijs, streetwise, vol kattenkwaad en altijd verkeerd geciteerd door de kranten. Vandaag de dag wenst iedere ouder zich zo’n kind. Want gehoorzaam was-ie wel, die belhamel met een hart van goud. Elke Rot- terdammer denkt dat-ie ‘m is. Er is zelfs een com- plex naar hem vernoemd. Nee, niet in het Oude Westen, een psychologisch complex. Om mannen aan te duiden die maar niet volwassen willen worden.

2 Cor Vaandrager (1935-1992)

Nare man. Jaloersig type. Onberekenbaar en gemeen. Grootste dichter die Rotterdam ooit voortbracht. Deelder keek het vak van hem af. Vaan dichtte zich suf. Over Hotel New York: “De kroketten in het restaurant/zijn aan de kleine kant.” En over het leven van de straat. Net zolang totdat-ie er zelf belandde.

De doorbraak bij het grote publiek bleef uit. Hij baalde van het succes van zijn tijdgenoten. Eindigde dakloos en verslaafd, en stierf aan algehele verwaarlozing.

3 Bram Ladage (1967)

Patatkeizer. De man van de hapsalons. Geen hoek van de straat in Rotterdam of er zit wel een Bram Ladage. Maakte een ongeëvenaarde reclametune: “O, wat knort mijn maazje. Ik wil een verse zak patat van Bram Ladage. Met een beetje dit. Of een beetje dat. Het is de lekkerste patat van héél de stad. Nee, waar ik trek in heb, hoef je mij nooit te vraazje. Dat is zo’n lekkere, grote, fijne, volle, verse zak patat van Braaaam Ladaaaage.”

4 Japie Valkhoff (1910-1992)

Liet bijna dagelijks een liedje uit zijn pen lekken. Meezingers. Van Ik ben Japie de portier tot Ik heb mijn hart op Katendrecht verloren. Schnabbelde voor Tante Leen. Oh Johnny is van zijn hand. Ook zijn grootste succesnummer stuurde hij naar Amsterdam, maar daar wilden ze het niet hebben. In Rotterdam zingen ze het nog steeds: Hand in hand, kameraden.


5 Annie de Reuver (1917)

Rotterdamse volkszangeres met een verfijnde neus voor talent. Ontdekte Vader Abraham, Ben Cramer en De Kermisklanten. Had een minder goede neus voor de juiste man. Nummer een vroeg haar, na de bevrijding, in ruil voor sigaretten met Canadezen naar bed te gaan. Nummer twee ging met haar beste vriendin aan de haal. Met nummer drie bedreef ze nooit de liefde en nummer laatst moest almaar kacheltjelam bij de politie worden afgehaald. Moeder Sien bleef haar grootste liefde.

6 Willem de Wielrenner (1947)

Nationaal wielerkampioen op de baan in 1967. Getipt als opvolger van Jan Janssen. Het liep een beetje anders. Moest titel en ticket voor de Olympische Spelen inleveren vanwege amfetaminegebruik. Begon stemmen te horen. Raakte aan lager wal en fietst nu op een gammele Batavus over de Maasboulevard om Rotterdam tegen een invasie van ruimtewezens te beschermen. Verruilt fiets soms voor skates. Na diefstal van de rollers hield hij zijn nieuwe exemplaren weken aan, ook in zijn kartonnen doos.

7 Mary Zeldenrust-Noordanus (1928-1984)

Seks. Pornografie. Buitenechtelijke uitspattingen. Moet kunnen, vond Mary, alias ‘dat vieze mens’ van de NVSH. Had thuis in het zicht van haar kinderen seksbladen op de koffietafel liggen. Voorvechtster van seksuele vrijheid in het begin van de jaren zestig. Alles moest bespreekbaar zijn. Het liefst op radio en televisie. Tot en met haar borstkanker; ook dat taboe wilde ze doorbreken. Dappere dodo. O ja, redde in de Tweede Wereldoorlog ook nog haar vader uit de handen van de Duitsers.

8 Nees Pors (1938-1998)

Kroeg- en straatvechter die nooit verloor. Sterkste man van Rotterdam. Bij potjes café-voetbal deden tegenstanders en de scheids het in hun broek, maar ook wie mét hem speelde was bang. Behalve Theo Laseroms, Cootje Prins en Pim Doesburg, die hij voor een grijpstuiver in zijn kroegteam zette. Liet een vuurwerkbom ontploffen achter Europees kampioen boksen Rudy Koopmans aan de vooravond van diens titelgevecht. Rudy schold Nees verrot. Nees ramde Rudy het ziekenhuis in. “Die drollenbokser kan niet tegen een geintje!” Gebruikte zijn oerkracht later voor incassobureau Binnen Zonder Kloppen. Stierf uitgeput door cokegebruik.


9 Piet Heyn (1577-1629)

Lang voordat Somalië zover was, zat Piet Heyn er al tot over zijn oren in. Piraterij. Vandaar die Zilvervloot. Jobhopper avant la lettre. Was de beroerdste niet. Ruilde de Vereenigde Oost-Indische Compagnie zonder pardon in voor de West-Indische Compagnie. Daar viel meer dividend te halen. Klom op van galeislaaf tot luitenant-admiraal van ’s Lands Vloot. Werd volgens Wikipedia geboren in Delfshaven. In de Piet Heynstraat.

10 Sjaan Baaij (1945)

Tante Sjaan legde het aan met een Chinees, leerde Chinees en kocht een Chinees. Restaurant Wing Wah was jarenlang de enige fatsoenlijke reden om af te reizen naar Katendrecht, de hoerenenclave op Zuid. Sjaan werd het criminele gedonder op het schiereiland moe, scheidde en verhuurde de tent. Het ging rap bergafwaarts. Opstelten sloot Wing Wah in 2005 omdat er – surprise, surprise – illegale Chinezen werkten. Tegenwoordig is het weer pais en vree op Katendrecht. Sjaan runt Wing Wah nu weer zelf.

11 Lee Towers (1946)

Wij zeggen Penny de Jager, Anita Meyer en Willem Duys. En u zegt, inderdaad, de zingende kraanmachinist. Alias de Man met de Gouden Microfoon/Dasspeld/Bril. Did it his way: kopiëren dus. Alleen de elleboog, die lijkt authentiek. Frankie van Sister Sledge, I Can See Clearly Now van Johnny Nash en, van Rogers & Hammerstein, You’ll Never Walk Alone. Dat laatste hoeft ook niet. Heel Rotterdam zingt fonetisch met hem mee. In een volle Kuip of vol Ahoy’. Ziedaar de verfijnde smaak van de Rotterdammer.

12 Ketelbinkie (1940)

Mietje. Op dag één zeeziek. ’s Nachts om zijn moeder roepend. Op dag twee voelde-ie zich ook niet zo lekker. Dat werkte niet, vond de kapitein. Overboord ermee. Einde verhaal. Maakt de Rotterdammer niet uit. Die voelt zich om de een of andere reden verbonden met dit ongeschoolde en onderbetaalde manusje-van-alles van de wilde vaart. Zonder het luidkeels lallen van het leed van Ketelbinkie is geen Rotterdamse dronkemansavond compleet.


13 Bok de Korver (1883-1957)

Spartaheld uit de tijd dat Feyenoord nog een nietszeggende club was en Sparta de grote rivaal van Ajax. Met de Bok als aanvoerder werd de club vijf keer landskampioen. Trainde nooit. Vond-ie niet eerlijk voor de tegenpartij. Speelde in het eerste Nederlands elftal. Publiekslieveling. Zo populair dat hij vaker in de bladen zou hebben gestaan dan koningin Wilhelmina.

14 Ger Driel Vis (1943)

Gokkoning. Ook actief in de seksindustrie. Haakte af bij het verzoek van een seksclub om lilliputters, voor een act met honden. Ging later toch weer in seks, en pakte het groots aan. Bedacht een compleet Eroscentrum, inclusief winkels, nachtclubs en 750 prostituees. Stak vele miljoenen zwart geld in het project. Burgemeester André van der Louw moedigde hem aan, kon hij De Kaap hoerenvrij maken. De politie was not amused en deed een inval. Na een wilde achtervolging tot op vliegveld Zestienhoven gaf Ger de politie het nakijken: zijn bedrijfswinst was de douane al gepasseerd, en kon niet opnieuw ingevoerd worden. Ger hield zijn woning in de Breitnerstraat aan, maar daar zag niemand hem nog ooit.

15 Willem Wodka (1930)

Neem een bierpul en gooi er, naast wodka, van alles in. Et voilà, de Jazz Housecocktail van Willem ‘Wodka’ van Empel. Succesnummer in de clubs van Mister Jazz Rotterdam. Zelf grootverbruiker, maar geen eenzame drinker. Ging de hort op met drummer Elvin Jones. John Coltrane moest zijn tournee drie weken uitstellen omdat de twee onvindbaar waren. Deed net te veel drugsklusjes voor zijn jazzjongens, draaide daarvoor in Parijs een paar jaar de bak in. Kleurrijke vogel. Had het naar zijn zin zolang ‘everybody happy’ was.


16 Middelvinger Mikey (1997)

De supporters van Borussia Dortmund zingen door tijdens de minuut stilte naar aanleiding van het overlijden van Pim Fortuyn. Mikey (toen vijf) pikt dat niet. Hij steekt zijn middelvinger op. De foto gaat de hele wereld over. Verschijnt op buttons, koffiemokken en als wallpaper op mobieltjes. Symbool voor de beroerde opvoeding van de Nederlandse jeugd. Papa Ronald Wilson vindt het geen probleem: “Zolang-ie ’t thuis maar niet doet.” Is er eigenlijk wel trots op; verruilde de tatoeage van Jorien van den Herik op zijn dijbeen voor die van Mikey.

17 Staluse Pera (1909-2000)

Eigenlijk Albertje de Jong. Die naam konden de Russische zeebonken die haar in de haven zagen dansen niet uitspreken. Ze doopten haar Staluse Pera. Wat zoiets betekent als ‘stalen veer’, en verwijzing naar haar soepele en krachtige bewegingen. Tot haar dood een bijzondere verschijning met haar koolzwarte ogen, exotische japonnen met veren en bloemen, en haar breed omrande hoed. Haar dansstudio in Delfshaven blijft bestaan. Een nadrukkelijke laatste wens van de Stalen Veer.

18 Kilima Hawaiians (1934)

Populairste Hawaiian-band van Nederland. Natuurlijk opgericht door Rotterdammers. Bill Buysman (inderdaad, vader van John ‘Gamma’ Buysman) uit Katendrecht vond dat Nederland behoefte had aan steelgitaren, rieten rokjes en bloemenslingers. En gelijk had hij. Samen met zijn vrouw Marietje en twee andere bandleden was Buysman in de jaren veertig en vijftig niet van de radio te slaan. Hun grootste hit klinkt overigens minder uitheems: Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur.

19 John de Wolf (1962)


Voor John liever de man dan de bal, wel zo gemakkelijk. Schopte het hiermee tot het Nederlands elftal. Naaide Robbie Witschge een oor aan van 15.000 gulden met klaverjassen tijdens de voorbereiding van het WK ’94. Werd uit de selectie gezet. Bleef held van de Kuip en vleesgeworden meisjesdroom met zijn wapperende manen. De David Beckham van de lage landen. Schnabbelt nu bij voor RNN 7. Als presentator van Koken met John, Slapen met John en Wonen met John. Het wachten is op Cryptogrammen met John.

20 Nora Storm (1947)

Op de bres voor de junks van Rotterdam. Alles heeft Nora voor die lieverds over: ze vangt ze op, woont met ze en maakt soep voor ze. O ja, en ze zette ze aan het werk voor haar junkenuitzendbureau Topscore. De Nieuwe Binnenweg wordt nog altijd permanent bevolkt door sloffende papierprikkers in oranje overalls. Nora is er uit gezet, uit Topscore. Tot woede van velen en vooral haarzelf. Jaloerse boekhouder zei dat ze te veel werkuren voor de straatvegende junkies had geschreven. Nooit bewezen. Carrie – wie anders – schreef een boek over haar: Nora – Storm in een glas wijn.

21 Piet Le Blanc (1921-1996)

Sjacherende saxofonist. Speelde nog drie instrumenten, want wie vier instrumenten speelde, had vier keer meer kans op werk. Zag in zijn gloriejaren heel Europa met de big band van Boyd Bachman. Na zijn pensioen beperkte het globetrotten zich tot duistere Rotterdamse kroegen als café Stappie Terug. Speelde alles wat werd gevraagd, en heel veel meer, tot vervelens toe. Voor een borrel. Schoof de buit door de brievenbus van zijn vrouw Riesi in de Mariastraat. Die wijselijk een paar huizen verderop was gaan wonen.


22 Leo Beenhakker (1942)

“Ein Wunder das Trinidad dabei ist? Nein, wir sind normal mit Flugzeug gekommen.”

“Die coach van Zweden heeft echt de fantasie van een garnaal.”

“We have to ask some other players around them and those playing in the back to be aware of more getting the ball back.”

“Een Technisch Directeur komt niet even aanzetten met een koffertje Kaka’s, Poepoe’s, of hoe ze ook allemaal heten.”

23 Lodewijk Pincoffs (1827-1911)

Oprichter van de Rotterdamsche Handelsvereeniging. Behalve handelaar ook vrijmetselaar en zwendelaar. Was goed in het vervalsen van boekhoudingen en nam uiteindelijk de benen naar New York. Waar hij tot aan zijn dood een zieltogend bestaan leed. Kwam weer in de gratie toen de gemeente in zijn maag zat met wat naamloze plekken op de Kop van Zuid. Daar heet tegenwoordig alles wat los en vast zit Pincoffs: een weg, een plein, een standbeeld, een brug en een hotel.

24 Dominee Visser (1942)

Steun en toeverlaat voor Rotterdamse daklozen, verslaafden, prostituees en psychisch gestoorden. Verantwoordelijk voor de grootste toeristentrekker die de stad ooit heeft gehad: Perron Nul, dat werd gesloten. Bleef zijn goede werken doen in de Pauluskerk; die werd gesloten. Werkt nu hard aan een nieuwe opvang voor de stemlozen van de stad. Schreef proefschrift Jezus was een Vreemdeling. Werd door dit blad in 2004 genomineerd als De Ergste Nederlander Aller Tijden, omdat hij met zijn bestempeling van junks tot slachtoffers het junkdom juist bevorderd zou hebben. Haalde net de top-20 niet.

25 Anita Meyer (1954)

Stond in 1981 wekenlang op 1 met de single Why Tell Me Why. Die vraag is bijna dertig jaar later nog altijd niet beantwoord. Groeide op boven de garage van haar vader op Zuid. Zong duetjes zoals Run to Me met haar mannelijke evenknie, Lee Towers. Voor de liefhebbers: op 23 mei luistert Anita de feestweek van Badhoevedorp op. Wie tussen opstijgende vliegtuigen woont, kan niet al te kieskeurig zijn.


26 Pim Fortuyn (1948-2002)

Geboren Fortuijn, maar toen hij dandy maatpakken ging dragen, schreef hij chic Fortuyn. Hem cultheld noemen, roept de agressie op van voor- én tegenstanders. Cultheld is beledigend voor de kale professor die op weg was naar het Catshuis, zeggen de fakkeldragers van Leefbaar Rotterdam. De tegenstanders roepen liever het beeld op van de jager op Marokkaantjes. Niet om ze in een opvoedkamp te stoppen, maar in zijn bed.

27 Jules Deelder (1944)

Onze Jules is niet romantisch, heeft geen tijd voor flauwe-kul. Is niet vatbaar voor suggesties, luistert niet naar slap gelul. Is niet cameragevoelig, lijkt niet mooier dan-ie is. Hij ligt vierkant hoog en hoekig, gekanteld in het tegenlicht. Zwarte Jules is geen illusie, door de camera gewekt. Jules is domweg niet te filmen, daarvoor is-ie vééls te ech.

28 Kaat Mossel (1723)

Viswijf, mosselkeurvrouw, relschopper, plunderaar, brandstichter. Koningsgezinde kenau. Verwierf faam met haar demonstraties tegen de patriottische regenten. Laatste wapenfeit: verbond haar naam aan een brasserie. Waar tout ordinair en patserig Rotterdam een wit wijntje haalt. De zogenaamde crème de la crème betaalt er met liefde de hoofdprijs voor een waterig visje dat nooit door de keuring van Kaat was gekomen.

29 Patricia Paay (1949)

Top of flop? In haar eentje lukte het niet. Had er twee Star Sisters voor nodig. Samen was ook lastig. Twee huwelijken op de klippen. Het derde hield stand. Geldt niet voor de realitysoap (Adam’s Family) die het gezinnetje Curry maakte: gigantische flop. Wel geslaagd: twee naaktreportages in de Playboy. Patries’ weelderige Rotterdamse lokken, wespentaille en geprononceerde voorgevel lieten menig puberhart sneller kloppen. Patries vindt zichzelf nog net zo strak als toen.


30 Cornelis Verolme (1900-1981)

IJdele, hufterige, humorloze import-Rotterdammer. Volgens voorstanders een trotse visionair, volgens tegenstanders een megalomane na-aper. Maar eerlijk is eerlijk, schepen bouwen kon-ie. Het leverde hem geen plaats in het establishment op; de gevestigde orde der havenbaronnen moest hem niet. Hij probeerde het keer op keer, maar Cornelis mocht geen lid worden van het besloten semi-corporale clubje van sociëteit De Maas.

31 Bep van Klaveren (1907-1992)

Crooswijkse winnaar. Won liever voor een medalje, dan dat-ie verloor voor tienduizend gulden. Keerde terug uit het beloofde boksland Amerika met heimwee. Poging twee was succesvoller. ‘The Dutch Windmill’ deed mee in de wereldtop. Wist ook thuis van geen ophouden. Zijn eerste vrouw ging k.o. toen bleek dat ze al zijn geld erdoorheen had gejaagd. Bep kwam in het gevang en keerde berooid terug naar Nederland. Wist nog steeds van geen ophouden. Trainde tot een week voor zijn dood alsof-ie de volgende dag weer de ring in moest.

32 Winston Bogarde (1970)

Deed al aan blingbling voordat het woord bestond. Bijtertje. Voetballer van Sparta en Excelsior. En van Ajax, AC Milan, Barcelona en Chelsea. Beschouwt Suriname als zijn thuisland, maar werd gewoon in Rotterdam geboren en groeide – o ironie – op in het Witte Dorp. De biografie van Winston heet Deze neger buigt voor niemand. Dat hebben ze geweten bij Chelsea. Hij weigerde te vertrekken tegen een afkoopsom. Bleef op de bank zitten voor een megasalaris. Dat leverde hem een plaats op in The Sun’s toptien van slechtste voetballers ooit.

33 Erasmus (1469-1536)

Schrijver van Lof der zotheid. Ontwerper van de brug. Grondlegger van de universiteit. Aanlegger van een metrolijn. Stichter van een gymnasium. Oprichter van een verzekeraar. Baas van een ziekenhuis. Bedenker van een studentenuitwisselingsprogramma. Achter-achter-achter-achter-achterkleinzoon Kermit speelt bij Feyenoord.


34 Theo uit De Pijp (1944)

Al sinds mensenheugenis dé Wittejasjesman. Weet alles wat zich afspeelt binnen de vier volgekladde muren van restaurant De Pijp. Kent heel Rotterdam. Is het onkreukbare rustpunt tussen het brallende geweld dat aan de lange tafels gebakken aardappeltjes en scholfilet naar binnen schuift. Weet feilloos ieders jas terug te vinden tussen de honderden exemplaren aan de zes haken van het afgeleefde instituut. U mag ook uw stropdas afgeven aan Theo, voor aan de muur. Misschien hangt hij u wel naast Ruud Lubbers.

35 Gerard Cox (1940)

Heeft van Rotterdammer-zijn een carrière gemaakt. Speelt Rotterdamse typetjes. Zingt Rotterdamse smartlappen. En gedraagt zich vooral zo Rotterdams mogelijk, jammer genoeg voor de Maasstad. Want of hij nou goede reclame is? Altijd verongelijkt, altijd ‘eigen stad eerst’. Zelfspot al lang geleden aan de wilgen gehangen. En dan dat melancholische gedoe. Zong in zijn jonge jaren al ’t Is weer voorbij die mooie zomer. Schreef en speelde vervolgens zestien jaar in Toen was geluk heel gewoon. De serie stopt na dit seizoen. Nu Gerard nog.

36 Regilio Tuur (1967)

Spreek uit Regilijóóó, met diepe j en omhoogzingende ooo. Werd in tegenstelling tot Bep van Klaveren wél echt wereldkampioen boksen in Amerika. Zijn sterke, losse handjes troffen ook zijn vrouw. Zegt ze. Van zijn kledinglijn heeft nooit iemand meer iets vernomen. Wist zich dit jaar nog het Nederlandse nieuws in te praten. Had in New York overlevenden van de vliegtuigcrash op de Hudson geholpen. Kwam uit de duim van zijn rechtse directe.

37 Ed Aldus (1965)

Carrière maken met een platte tongval. Niet bij Omroep Frysln, maar midden in de beschaafde Randstad. Het kan.


Het weermannetje van RTV Rijnmond zit er net zo vaak naast als Erwin Krol en Piet Paulusma, maar naar het weerbericht kijken we niet om te horen dat het kan vriezen en kan dooien. Is het zijn volkse toon of zijn alibi verschaffende buik die hem plaatselijk zo geloofwaardig maakt?

38 Commissaris Blaauw (1928)

Man zonder voornaam. Gewoon commissaris Blaauw. “Mijn dienders moeten boeven vangen, geen formulieren invullen.” No-nonsense hardliner. Zag wel iets in werkkampen voor voetbalvandalen. Mediageil, dat wel, maar de pliesie had de media nu een-maal nodig. Na zijn pensioen, hoe origineel, schrijver van misdaadboeken. Daarin veel aandacht voor slecht politieonderzoek. Daar had- ie kennelijk ervaring mee. Was zoals de meeste Rotterdammers eigenlijk een allochtoon, iemand van buiten. Als Nijmeegs provinciaaltje begreep hij meteen dat Rotterdam maar twee slogans heeft: ‘Mouwen omhoog’ en ‘Niet lullen maar poetsen’.

39Henk Smol (1947)

Rotterdams finest. Eens de ongekroonde koning van de Witte de With, toen je daar nog moest bukken voor de kogels. Smol vergaarde er op geheel eigen wijze pandjes. Het bemoedigende zinnetje ‘Ik weet waar je vrouw woont’ deed wonderen. Huiseigenaren wisten niet hoe snel ze hun woninkje van de hand moesten doen. Smol zorgde voor een uitgebalanceerd straatbeeld: een seksclubje hier, een goktentje daar. De fine fleur van de penoze beheerde een eigen loterij. Een tientje voor een ton.

Hij keerde wel uit. Dat wel.

40 Loes Luca (1953)

Achttien jaar lang koningin van theaterfestival De Parade. Haar act Nénette et les Zézettes trok zo veel publiek dat alle wc’s verstopt raakten. Eigenzinnig, bijna ADHD. Dendert maar door. Zolang alles klopt en iedereen met haar meegaat, kan de rest haar geen ruk schelen. Ook bekend van kakmadame-typetjes als de onuitstaanbare Yvette de Vriesch uit Het Klokhuis. En van reclamespotjes voor energiebesparing, waarin ze briest: “Milieu? Milieu? Mán, ik kom uit een voortréffelijk milieu!”


41 Dandy Dave (1971)

Bloempotkapsel en hoogwaterbroek. De plaatjesdraaier en popprogrammeur kent zichzelf een zeldzaam gevoel voor stijl toe. Als connaisseur van de Nederlandse beatmuziek voorspelt hij jaarlijks de definitieve terugkeer van deze vijf-akkoorden-stijl. We wachten nog steeds af. Probeerde ondertussen dan maar eigenhandig de populariteit te vergroten met zijn bands The Perverts, The Nederbietels en The Apemen. Die gingen ter ziele. Legt zich nu toe op het maniakaal verzamelen van 45-toerenplaatjes. In huize Dave zijn cd’s taboe. Zijn kinderen mogen alleen vinyl draaien.

42 Rob Baris (1949)

Rotterdams eigen Jamie Oliver. Pionierde met onbespoten groente. Probeerde gribus Afrikaanderpleinbuurt ‘omhoog te koken’ met ’t Gemaal. Goed idee. Maar zie kokende reclasseringsklanten maar eens haute cuisine bij te brengen. Heel Kralingen ging er een avondje eten. Eén avondje. Mislukte jammerlijk. Maakt niet uit, er blijft genoeg over. Met zijn ontelbaar vele zoons en zijn vrouw runt hij nog een aantal restaurants. Rasoptimist Baris probeert nu weer iets op Katendrecht. No guts, no glory.

import iconen