Bibi bij Barack

Elke week op de website: één artikel uit HP/De Tijd. Deze week de politieke column van Dirk-Jan van Baar.
‘Obama is de man van hope en change, Israël zet de hakken in het zand.’

Israël is weleens de 51ste staat van Amerika genoemd, maar met het aantreden van Barack Obama en Benjamin Netanyahu, die elkaar vorige week in Washington ontmoetten, lijken beide partijen niet meer helemaal op dezelfde golflengte te zitten. Obama heeft diverse handreikingen richting moslimwereld gedaan en wil op 4 juni in Caïro zijn ideeën voor het Midden- Oosten uiteenzetten.
Eerder bezocht hij al Turkije, de nieuwe favoriete bondgenoot. Dat is even wennen voor Israël, waar juist de hardliners aan de macht zijn gekomen en de omstreden (want zeer zionistische) Avigdor Lieberman minister van Buitenlandse Zaken is geworden. Waar Obama de man van hope en change is, zet Israël de hakken in het zand.
Na het presidentschap van George W. Bush, toen Amerika en Israël twee handen op één buik leken te zijn, is dat niet meer dan logisch. De aflossing van de wacht in beide landen heeft tot de bekende commentaren geleid. Vrienden van Israël maken zich zorgen of Obama de zorgen van Israël wel begrijpt, in Europa klinken de vertrouwde geluiden dat dit het moment is dat Amerika Israël tot concessies moet bewegen, en de Arabische wereld reageert als vanouds achterdochtig en vraagt zich af of er afgezien van een nieuwe man in het Witte Huis werkelijk iets is veranderd.
Gek genoeg zit ik in dezen het meest op de Arabische lijn, niet omdat ik de veranderingen in Washington niet zou waarderen, maar omdat er aan Palestijnse kant zo weinig bemoedigends tegenover staat. Zolang Fatah en Hamas elkaar naar het leven staan en het Palestijnse kamp er niet in slaagt om zichzelf enigszins behoorlijk te besturen, blijft al het gepraat over een ‘tweestatenoplossing’ schijn. Weliswaar acht Khaled Mashaal, politiek leider van Hamas, een terugkeer naar de grenzen van 1967 het overwegen waard, maar daarmee heeft hij het bestaan van Israël nog niet erkend, terwijl iedereen weet dat zo’n ‘reset’ naar een situatie die veertig jaar geleden al niet voldeed voor niemand een oplossing is. Dan was Obama heel wat realistischer toen hij zich tijdens zijn verkiezingscampagne voorstander betoonde van een ongedeeld Jeruzalem als hoofdstad van Israël, een toestand die feitelijk al bestaat. Later slikte hij deze opmerking weer in, maar het verraadt de lijnen waarlangs hij denkt en hij zal er (door de vrienden van Israël) aan herinnerd worden wanneer het nodig is. Wil Obama kans van slagen hebben met zijn handreikingen naar de moslimwereld, dan zal hij rekening moeten houden met de veiligheidsbelangen van Israël. Ik geloof er dan ook niets van dat hij die veronachtzaamt, want elke hint in die richting kan hem in eigen land slechts schade toebrengen.
De Amerikaanse joden stemmen in grote meerderheid op de Democraten, en met Hillary Clinton heeft hij een minister van Buitenlandse Zaken die als ex-senator van New York weet hoe de verhoudingen liggen in de wereld na 11/9. Obama kan het zich niet permitteren om ‘soft on terror’ te zijn en de indruk te wekken Israël in de steek te laten.
Wat dat betreft heeft Israël nu misschien meer speelruimte dan onder Bush, toen de joodse staat als gevolg van Palestijnse zelfmoordacties in de verdrukking zat en door de rest van de wereld als verlengstuk van Washington werd gezien. Tegelijk was het wijdverbreide antiamerikanisme in die tijd ook niet vrij van antisemitische trekjes.
Israël hoeft er niet rouwig om te zijn dat de verguisde ‘neocons’ in Washington uit de macht zijn gezet en de ‘twee-eenheid’ met Amerika – bron voor allerlei complottheorieën – minder pregnant naar voren komt.
De joodse staat heeft deze periode overleefd en is er na de oorlog in Gaza als winnaar uit tevoorschijn gekomen. Maar met een nucleair Iran doemt een nieuwe dreiging op, waaraan Israël alleen met de (stilzwijgende) steun van de rest van de wereld het hoofd kan bieden. Ook de Arabische wereld, in meerderheid soennieten, vreest de regionale opmars van de Perzen (sjiieten) en hoopt stiekem dat Iran de pas wordt afgesneden. Of Israël bereid is het vuile werk op te knappen, valt te bezien. Op applaus kan het niet rekenen, wel op heimelijke aanmoediging die na afloop in heilige verontwaardiging zal omslaan.
Vandaar dat het nu tijd is voor vredesinitiatieven van Obama, waarbij Amerika samen met Europa, de Arabieren en eventueel Rusland een internationaal front opbouwt om Iran alsnog van kernwapens af te laten zien. Een preventieve aanval is pas aan de orde als alle preventieve diplomatie heeft gefaald. Aan Iran de keus wel of niet in te binden. Maar laat niemand denken dat het Israël, dat druk op de ketel wil houden, niet menens is. Ook daarvoor was Bibi bij Barack in Washington.

Dirk-Jan van Baar