‘Vroeger was het slechter!’

De kwaliteit van jonge advocaten is niet bepaald goed, zo meldt de hoogste vertegenwoordiger van de advocatuur in Nederland. Het ontbreekt volgens Willem Bekkers nogal eens aan parate kennis en jonge advocaten krijgen de titel dikwijls te gemakkelijk, zo laat hij De Telegraaf optekenen. Volgens Gerard Spong worden advocaten inderdaad bepaald niet perfect opgeleid, maar het schort ook wel eens aan de kwaliteit van oudere amices.

Meneer Spong, heeft Bekkers gelijk?
“Ik zie vooral het probleem dat jonge advocaten zonder begeleiding heel snel op zeer gecompliceerde zaken worden losgelaten, zonder dat ze over de specialistische kennis beschikken.”

Maar deelt u Bekkers’ kritiek op de universiteiten?
“Wat hij probeert te zeggen, is het oeroude probleem dat jonge advocaten op de universiteit niet hebben geleerd wat ze in praktijk moeten brengen. Bijvoorbeeld bij getuigenverhoren. Ze weten amper het verschil tussen open en gesloten vragen. Daarnaast weten ze niet wanneer een suggestieve vraag wel of niet toelaatbaar is.
Pleiten is overigens ook een vak apart. Hoe maak je een goed pleidooi, dat leer je niet op de universiteit. Behalve bij bij de UvA, daar  wordt wel retorica gegeven, maar alleen als keuzevak.”

Is het erbarmelijk gesteld met het niveau van strafrechtadvocaten?
“Ik maak wel eens advocaten mee waarvan ik denk, dat kan beter.”

Hoe bedoelt u?
“Er zijn een heleboel advocaten die begaan een hoofddoodzonde.”

En die is?
“Ze houden dan wel een prachtig verhaal, maar maken geen pleitnota. Het verzuim een pleitnota te maken is procedureel zeer onverantwoord, want volgende rechters kunnen dan niet zien welke bewijsverweren exact gevoerd zijn. Daarnaast zijn er advocaten die hun literatuur niet bijhouden en achterlopen.”

Was het vroeger dan beter?
“Nee, het was vroeger slechter! Ik zie een stijgende lijn qua kwaliteit van de strafadvocatuur.”