Referendum

Sinds de eerste verkiezingen voor het Europees Parlement in 1979 en de laatste in 2004 daalde het opkomstpercentage in Nederland van 58,1 naar 39,3 procent. Beroepspolitici wijten deze voortdurende electorale motie van afkeuring niet aan Europa en al helemaal niet aan zichzelf, maar aan u, de thuisblijvende kiezer. Ze zijn eens in de vijf jaar van harte bereid u nog één keer uit te leggen dat u het niet helemaal goed begrijpt.

Volgende week mogen we weer. Dan hebben B-artiesten als Berman, De Jong, Sargentini, In ’t Veld en Madlener hun tocht langs de zaaltjes achter de rug en is het woord aan de kiezer. Twee vragen staan, zo zal bij de nabeschouwing op 4 juni op televisie blijken, centraal. De eerste: hoe dramatisch staat de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie ervoor als het geen Europese maar Tweede-Kamerverkiezingen zouden zijn geweest? De tweede: hoe groot wordt Geert Wilders? Juist vanwege de lage opkomst bij de Europese verkiezingen worden beide vragen niet adequaat beantwoord, maar dat zal een opportunistische uitleg geenszins in de weg staan.

Politici die de lage opkomst straks weer in de schoenen schuiven van het electoraat, zouden trouwens eens moeten terugdenken aan 1 juni 2005. Dat doen de meesten niet graag, en dat is te begrijpen ook. Want die dag was Nederland wél bereid massaal naar de stembus te gaan voor Europa. Pardon: tegen Europa. Liefst 63,5 procent van de stemgerechtigden (een record) ging en niet minder dan 61,5 procent stemde bij een raadplegend referendum tegen de Europese Grondwet.

Premier Jan Peter Balkenende en de andere voorstanders stonden daarmee grandioos in hun hemd. Niet alleen omdat de volksraadpleging tot hun grote schrik in hun nadeel uitpakte, maar ook omdat hun uitvlucht om de uitslag naast zich neer te leggen was afgesneden. Zou er een lagere opkomst zijn dan dertig procent, dan behielden CDA en PvdA zich het recht voor de wil van het volk naast zich neer te leggen. Dankzij het opkomstrecord moest Balkenende de gang naar Canossa maken. Hij had gefaald. De les die onze politici leerden van deze afgang: we noemen de Grondwet een Verdrag en we jassen dat er, zonder referendum, alsnog doorheen. En dat klaagt dan volgende week weer over onze desinteresse:


Jan Dijkgraaf (j.dijkgraaf@hpdetijd.nl)

import vooraf