Roosbeef

Roos Rebergen (Duiven, 1988) is singer-songwriter en pianiste van de band Roosbeef. Onlangs ontving ze de Eerste Prijs 2009 voor jonge talentvolle artiesten. door Renate van der Zee, foto Jos Lammers

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Een beetje katerig. Gisteren spelen, na afloop naar het café, wat niet de bedoeling was, en toch weer als laatste weg.

Wie zijn uw helden?

Mijn broer Job. Iedereen vindt hem aardig, maar toch doet hij zijn eigen ding. Vroeger werkte hij in een café en hij verstaat de kunst om mensen eruit te zetten zonder dat ze kwaad worden.

Aan wie ergert u zich?

Aan mensen die mij interviewen en die mij niet kunnen peilen maar toch precies willen weten wie ik ben. Het gaat toch om de liedjes en niet om hoe ik in elkaar zit?

Lijkt u op uw vader?

Ja. Hij is egoïstisch en wil alles op zijn eigen manier doen. Zo ben ik ook.

Wat zijn uw dagdromen?

Ik ben er nooit helemaal bij en ik droom heel veel. Maar nooit over later of over mooie dingen die ik wil doen of hebben.

Wat is uw grootste angst?

Dat mijn liedjes op zijn en dat iedereen opeens doorkrijgt dat ik toch geen piano kan spelen.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?

Ik kan soms door iets kleins wat ik meemaak heel even het gevoel krijgen van o, het zit dus zo, het gaat allemaal hier om, het is allemaal niet zo moeilijk. Dat zijn momenten van geluk.

Bent u aantrekkelijk?

Soms kan ik mooi op de foto staan.

Wat is uw definitie van geluk?

Laatst waren alle bandleden blijven slapen en de volgende dag zaten we bij elkaar en iedereen was met iets bezig en niemand hoefde iets te zeggen en het was goed.

Waar schaamt u zich voor?

Ik schaam me ervoor om zo veel over mezelf te praten terwijl het om de muziek gaat.

Bent u monogaam?


Wat is dat ook alweer?

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Vorige week hadden we een superleuk optreden in Apeldoorn, maar ik was heel erg moe want ik had weinig geslapen. Aan het eind van de avond was ik aan het treuzelen en toen zei iemand dat mijn bandleden al vertrokken waren. Toen ben ik heel hard gaan huilen. Maar ze stonden gewoon aan de andere kant van het gebouw op me te wachten.

Hoe moedig bent u?

Niet zo. Als iemand vroeger op school werd gepest, was ik altijd te laat om in te grijpen.

Van wie heeft u het meest geleerd?

Van mijn ouders. Ik heb van hen geleerd dat je altijd de dingen op je eigen manier moet doen en dat je daarbij moet blijven. Geen dingen doen omdat iedereen ze doet.

Wat is uw grootste ondeugd?

Het ergste is misschien dat ik totaal niks opruim. In mijn kamer is alleen het bed nog leeg.

Wanneer was u het gelukkigst?

Op de boerderij in Duiven waar ik met mijn ouders en broer woonde. Dertien jaar lang organiseerden we daar ons eigen muziekfestival in de achtertuin. De mestsilo was omgebouwd tot theater en na afloop bleef iedereen slapen.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Het verzorgende, al heb ik dat zelf totaal niet. Laatst ging ik sokken kopen bij de Hema en toen kwam ik met een keukentrolley terug. Maar ik kook nooit. Ik snijd hooguit een keer per week een komkommer.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Dat ze dingen niet zo letterlijk nemen.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?

Ik zou wel wat leergieriger willen zijn. Ik heb totaal geen interesse in de wereld om me heen, en daar leg ik me heel makkelijk bij neer.


Hoe ontspant u zich?

Door soaps te kijken. Dan zit ik helemaal in zo’n dom verhaal en weet ik allang hoe het afloopt en dat vind ik zalig.

Van wie houdt u het meest?

Van mijn broer, mijn ouders en Tim, de drummer. Hij let op mij en we doen alles samen sinds ons vijftiende.

Wie is uw grootste liefde?

Dat weet ik nog niet.

Gelooft u in God?

Nee. Dingen gaan zoals ze gaan, daar geloof ik in.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?

Met school is het nooit iets geworden, maar dat had ik ook niet verwacht. Dus eigenlijk is dat geen mislukking.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Ik kan weleens doen alsof de wereld volledig om mij draait.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Aan mijn hond Ed. Hij is niet echt een hond, hij zit gewoon naast je op een stoel.

Wat is de beste plek om te wonen?

Op de boerderij in Duiven. Daar is alles voor mij be- gonnen. Dat was mijn thuis.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Mijn klasgenoten. Er zaten aardige mensen tussen, maar toch vind ik het heerlijk dat ik niets meer met ze hoef.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Niet. En het is ook nog eens ongelijk verdeeld. De een heeft altijd gedoe en de ander heeft nooit iets.

Wat is uw devies?

Wie mooi wil zijn, moet thuisblijven.

import zelfportret