Sterk merk

Drie generaties journalisten hebben vier decennia Pinkpop verslagen: Elly de Waard (68 jaar, de Volkskrant), Gijsbert Kamer (45, idem), Tom Engelshoven (50, muziekblad OOR) en Rob van der Zwaan (28, maker/eigenaar van Festivalinfo.nl). Een rondetafelgesprek over commercie, vieze wc’s en het gemeenschapsgevoel. door Ivan van Vliet-Herskovits, foto’s Jean-Pierre Jans

Wat is jullie eerste Pinkpop-herinnering?

Rob van der Zwaan: “Bij mij het festival van 1996. Ik ging ernaartoe als middelbare scholier, voor negentig gulden. Wat mij het meest is bijgebleven, is het concert van Rage Against the Machine, dat inmiddels legendarisch is.”

Elly de Waard: “Het ging in mijn tijd nog niet zozeer om de Grote Namen die er optraden. Het festival op zich was eigenlijk de belevenis. Het massale, het grootse. Dat dit allemaal buiten kon, in de vrije natuur. Wat uitvoering betreft, ontbrak er nog heel veel aan. Sanitair was niet in orde. Dat wij vrouwen in een rij van honderd voor de drie plees moesten staan die natuurlijk niet meer om aan te zien waren toen de bril die er niet op zat eenmaal bereikt was! Terwijl de mannen lekker in de bosjes konden gaan staan. Haha. Maar het was toch een geweldige belevenis, waarvoor je met plezier de verre tocht naar het zuiden ondernam.”

Tom Engelshoven: “Mijn eerste indruk, toen ik nog als jochie naar Pinkpop ging, is het aankomen in Limburg. We kwamen uit de trein, en daar zat de hele plaatselijke bevolking op stoeltjes te kijken naar dat rare volk. Naar ons dus. Het was daar ‘in de provincie’. Pinkpop was de provincie, en is dat nog steeds.”

De Waard: “Wanneer was jouw eerste keer?”

Engelshoven: “Ik probeer het me te herinneren: Ik moet wel zeggen dat wij met een aantal recensenten elk jaar voor de gein een soort quiz hebben, zo van: wie was er vorig jaar, wie speelden er? En meestal kan niemand zich herinneren welke bands er het jaar daarvoor optraden.”

Omdat het, zoals Elly zei, meer over de beleving gaat dan over de muziek?


Engelshoven: “Ja. Bij andere festivals is het ook een beetje zo, maar bij Pinkpop geldt dat extreem.”

Gijsbert Kamer: “Mijn eerste keer was in 1987. Wat het toen wezenlijk anders maakte, was dat het een eendagsevenement was. Dat had een heel andere impact. Pinkpop-directeur Jan Smeets heeft sinds de komst van Lowlands het idee dat hij ook zijn eigen meerdaagse festival wil. Veel kennissen van mij gingen in de jaren tachtig naar Pinkpop. Toen reisden jongeren nog veel minder. Het was een hele organisatie om in Limburg te komen voor het festival. En het was heel lang het enige popfestival in Nederland.”

Elly, je schreef in 1973 dat popfestivals eigenlijk al uit waren maar dat Pinkpop net op gang begon te komen.

De Waard: “In 1973 leek het verschijnsel popfestivals iets van de jaren zestig. Je weet wel: peace and love. En in die zin was het achterhaald. De tijd van de herenrock was aangebroken. Je zag Bryan Ferry nu niet meteen in zijn smoking op de houten vlonder van Kralingen of Pinkpop staan. Voor de goede muziek ging je naar een concertzaal of club. Maar Pinkpop had al dadelijk zo’n eigen status dat je de rest voor lief nam. Het hoorde als het ware bij de Nederlandse traditie, die met Kralingen begonnen was.”

Engelshoven: “Festivals waren toen ook out omdat het hipper werd om naar clubs te gaan. Als je naar Pinkpop ging, had je het gevoel dat je bij de massa hoorde. Ik kan me nog die massa herinneren op het concert van The Kinks in 1978 tijdens het nummer Lola. Al dat meezingen en meezwaaien met het refrein. Jo-jo, zo-zo. Alsjeblieft niet. Ik stond daar met het zweet in mijn handen en dacht: moet ik dit nou ook doen? Dat was op Pinkpop de festivalbeleving.”


De Waard: ” Dat is onvermijdelijk bij massa’s. Omdat de artiest contact moet zien te krijgen met ook de achterste rijen waar het geluid aanzienlijk minder goed te horen was. De toenmalige techniek was bij lange na niet wat die nu is.”

Kamer: “Naar Pinkpop ging je inderdaad nooit met het gevoel van: ik ga ergens heen wat echt cool is. Je ging daarheen met een zeker schaamtegevoel van: ja. ik hoor hier eigenlijk niet bij, maar ik kom voor die ene band die niemand leuk vindt.”

Tom, je gaat vaak naar grootschalige Europese festivals als Roskilde in Denemarken. Wat kan Pinkpop van die festivals leren?

Engelshoven: “Ik moet zeggen dat Pinkpop door de jaren heen een aantal zegeningen heeft gekend. Een daarvan is dat Jan Smeets is teruggetreden als samensteller van het programma. Hij is nu een soort Beatrix, een ceremoniële figuur. De programmering is in handen van Mojo Concerts: mensen die weten wat het publiek op een gegeven moment wil. De andere zegening was toen begin jaren negentig de televisie erbij kwam.

“Maar ik moet zeggen dat een aantal dingen mij verbazen. Als het heel erg gaat regenen bijvoorbeeld kun je op Pinkpop nergens schuilen. En de beperkte ruimte die alleen maar toelaat dat je tussen de podia slechts kunt lopen, vind ik ook niet het meest fantasievolle. Bij andere festivals doen ze ook andere dingen die de mensen leuk vinden: iets met theater bijvoorbeeld. En wat de problemen met drinkwater betreft: bij Roskilde zitten mensen ook vaak in de bloedhitte, maar daar hoef je alleen maar naar iemand te kijken en iemand van security komt naar je toe met een glas water. De sfeer die je door die kleine dingen krijgt, mis ik – een soort zorgen voor je publiek. We hebben daarover geschreven, en naar ik begrijp met resultaat: het Limburgse waterleidingbedrijf zal er iets aan doen. Je moet sowieso gaan inspelen op de behoeftes van het publiek. Als ik bijvoorbeeld in Limburg op een festival ben, wil ik lekker asperges eten.”


De Waard: “Tja, dan moet je in Hotel Prinses Juliana gaan zitten! Zoals ik altijd deed. Op kosten van de krant. Daar hielden ze ’s avonds de telefoonlijnen voor mij open zodat ik mijn verslag kon doorbellen naar de redactie. En ’s morgens werd de Volkskrant op bed gebracht. Dat waren nog eens tijden! Maar het klopt, het helpt wel als je dit soort dingen in de krant zet. Want toen ik eens die opmerking over de damestoiletten had gemaakt, werd het wel meteen verbeterd.”

Kamer: “Het verbaast me hoe slap het maandagprogramma is. Rob, weet je hoe dat komt?”

Van der Zwaan: “Ik hoor inderdaad ook dat de maandag het minst loopt. Maar terecht, ik vind dat programma ook het minst.”

Kamer: “Een Snow Patrol die maandagavond speelt, is geen afsluiter voor een festival als Pinkpop. Het probleem is dat Pinkpop als eis stelt dat artiesten die er spelen zich al bewezen hebben. En het aanbod aan grote artiesten, namen die in betrekkelijk korte tijd groot zijn geworden, wordt steeds kleiner, terwijl het aanbod van middelgrote bands steeds groeit. Maar echt nieuwe topattracties, daar zijn er niet zo veel van.”

Over topartiesten gesproken: Gijsbert schreef in zijn blog onlangs kritisch over het boeken van Bruce Springsteen, die dit jaar op de zaterdagavond optreedt. Wat er tussen de regels stond, bevestigde de indruk die het programma al jarenlang wekt: dat er eigenlijk geen concept zit achter dit festival.

Kamer: “Dat is er ook niet. Het is toch een beetje vakken vullen. Ik schreef ove- rigens niet zozeer over het contracteren van Springsteen, maar over de manier waarop zijn komst wordt gebracht. De suggestie wordt gewekt dat Jan Smeets maar één grote wens had voor de veertigste verjaardag van Pinkpop: Bruce Springsteen. Maar zo gaat het niet. Bruce Springsteen wordt aangeboden, hij wil in Nederland spelen…”


Engelshoven: “En hij krijgt een stadion niet vol.”

Kamer: “Precies. Mojo Concerts moet dus iets voor hem bedenken. Het is wel geniaal om hem daar neer te zetten.”

De Waard: “Ja, daar is hij heel geschikt voor.”

Kamer: “En dan komt iedereen naar Pinkpop omdat ze hem willen zien. Hetzelfde geldt voor Depeche Mode, die zondagavond speelt. Die groep is overal ter wereld heel groot behalve in Nederland. Ze komen naar Pinkpop omdat Mojo Concerts, die hun concerten organiseert, echt niet weet wat ze met die band aan moeten. Voor Ahoy is de band te klein. Dan gaan ze naar zo’n festival kijken. Er is dus inderdaad geen concept. Het concept is dat die drie dagen vol moeten staan met liefst grote namen.”

Van der Zwaan: “Ze proberen elk jaar een zo goed mogelijke line-up te krijgen die zo veel mogelijk mensen trekt – dat is ook een concept. Maar voor de rest is het gewoon: sober. Wat ook anders is dan bij andere festivals is de persconferentie. Pinkpop is de enige die de lijst deelnemers in één klap op een mediamoment bekend maakt. Veel mensen vinden belangrijk wat op Pinkpop staat, maar daar wordt heel lang geheimzinnig over gedaan.”

De Waard: “Ze doen net alsof het een shortlist van een grote prijs is. Ik vind dat hartstikke slim.”

Engelshoven: “Bij de grote buitenlandse festivals is men al maanden van tevoren bezig, van: hé, heb je gezien, die komt ook en die komt ook. Na een persconferentie als deze is de lol van het speculeren meteen weg.”

Merken jullie een toename van de commercie op Pinkpop?

Kamer: “Een aantal jaren geleden merkte je inderdaad dat de commercie toenam, maar dat is toen bij alle festivals gebeurd. Inmiddels is men eraan gewend. Het kan niet zonder en het kan niemand iets schelen.”


Engelshoven: “Maar bij Roskilde is de helft van de medewerkers vrijwilliger en alle winst is voor een goed doel. Dat festival is echt voor de mensen, terwijl hier in Nederland festivals zakelijke ondernemingen zijn. Als je daar bent, krijg je inderdaad een gemeenschapgevoel. Misschien komen de heer Smeets en anderen die ook een festival hebben over als sociaal werkers, maar het zijn zakenmensen. De gemiddelde festivalganger geeft honderden euro’s uit. Het gaat dus om grote bedragen.”

Van der Zwaan: “Ja, dat klopt. En Pinkpop heeft een regiofunctie. Voor Limburg is het natuurlijk hét evenement. Ze hebben iets opgebouwd, een traditie. Om dit gesprek positief af te sluiten – want we hebben veel kritische dingen gezegd: ik vind het heel goed hoe Jan Smeets daar als een soort pater familias aanwezig is, en ook dat je hem op veel buitenlandse festivals ziet rondlopen.”

Kamer: “Ja, maar mocht hij een keer overlijden, dan is het volgens mij ook wel gedaan met Pinkpop zoals we het kennen. Pinkpop zal wel blijven, daar heeft Mojo veel te veel belang bij.”

Van der Zwaan: “Ik denk dat Jan Smeets heel bewust bezig is zijn opvolging te re-gelen.”

Engelshoven: “Hoe dan ook, Pinkpop is in die veertig jaar een Nederlands instituut geworden. Een soort cultuurgoed van ons – zo wordt het gevoeld, denk ik. En een sterk merk. Ik denk dat als Jan Smeets er niet meer is, Pinkpop wordt voortgezet.”

import pinkpop