De gluurcultuur

Je ziet iets wat je niet hoort te zien: hoe een gewoon mens, niet anders dan jezelf, medische hulp krijgt

Het deelgebied ‘medisch’ is een belangrijk genre in reality-tv. Bijna elke dag wel zijn er programma’s over huisartsenposten, meerijden met de ambulance, zieke kinderen of wat er zich op de spoedeisende hulp afspeelt. Vorige week presenteerde de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg in samenwerking met het Centrum voor ethiek en gezondheid het rapport Met de camera aan het ziekbed, waarin wordt gepleit voor strengere gedragscodes. Stelling wordt genomen tegen het filmen van bewusteloze patiënten en tegen het rekruteren van patiënten door zorgprofessionals uit naam van de tv-makers. Ook signaleert het rapport hergebruik van beelden via de website Uitzending Gemist. Saillante fragmenten vinden vervolgens hun weg naar YouTube, waar ze tot in lengte van dagen blijven circuleren.

Beeldrecycling is onvermijdelijk, nu elke burger door middel van een paar muisklikken voor mondiale omroep kan spelen. Maar de medewerking van ziekenhuizen en artsen is moreel suspecter, omdat zij zichzelf hier te goed voor zouden moeten vinden. Zoals bij alle reality-trash-tv kijkt het publiek naar wat normaal gesproken privé en verborgen blijft. De bekekene weet de ogen van een anoniem veelkoppig publiek op zich gericht en krijgt daarvan een exhibitionistisch kickje. De sensatiebehoefte van de gluurder en de aandachtsbehoefte van de begluurde gaan een symbiotische relatie met elkaar aan.

De perversiteit van deze gluurcultuur wordt door de makers weggewoven met een verwijzing naar de vrijwilligheid waarmee mensen eraan meedoen. Zonder expliciete toestemming van betrokkenen wordt er immers niet gefilmd. Maar op de een of andere manier zijn deze programma’s nog privacyverkrachtender dan andere reality. Niet omdat er zulke schokkende beelden worden vertoond. Het meeste van wat er te zien valt, is nogal tam, van het kaliber: man heeft na val op het ijs last van schouder of kind heeft koorts en buikpijn. Commentaar van de dokter: “Het gaat wel weer over.” Verder gaan de makers steevast met respect te werk. Patiënten, familie, omstanders, zorgverleners, de hele mikmak van het medische bedrijf wordt ontegenzeggelijk met respect in beeld gebracht. En toch transformeert de kijker op de bank, ik althans wanneer ik onverhoeds op zo’n programma stuit, tot een massief blok van plaatsvervangende schaamte. Ik zou dan het liefst een papieren zak over mijn hoofd trekken.


Je zier iets wat je niet hoort te zien: hoe een gewoon mens, niet anders dan anderen, niet anders dan jezelf, medische hulp krijgt. Je ziet de onappetijtelijke vleespartijen van oude lichamen, een angstig meisje dat haar pols gebroken heeft, een man die een hartaanval vreest en zich met moeite op de behandeltafel hijst. Je ziet hypochonders met wezenloze klachten, mensen met chronische ziekten, artsen die foto’s bestuderen, en heel veel beleefdheid, heel veel geruststelling en (de kijker haalt opgelucht adem) heel veel goede aflopen. Voor respect een tien, voor integriteit een nul.

Welk belang is hiermee gediend? Wat wordt het publiek hier wijzer van? Helemaal niets natuurlijk, want als de kijker de ziekte niet heeft, hoeft hij niet te worden geïnformeerd, en als hij de ziekte wel krijgt, ziet hij het vanzelf wel, tegen de tijd dat het zover is. Het motief om naar dit soort programma’s te kijken is louter sensatie. Artsen en ziekenhuizen verlenen hun medewerking dan ook niet vanuit de behoefte het publiek te informeren, maar ter promotie van zichzelf, beter gezegd de instelling waar ze werken. In de programma’s zijn de eindeloze wachttijden eruit geknipt en valt elke patiënt een koninklijke behandeling ten deel. Een mooi tegenwicht tegen de slechte verhalen over de zorg!

Als de privacy te gelde wordt gemaakt met als doel vertier voor de gluurders onder ons en als subdoel verbetering van het imago van de zorg, wordt de arts-patiëntrelatie geïnstrumentaliseerd en ontmenselijkt. Wat stelt het maatschappelijke protest tegen het elektronisch patiëntendossier nog voor, als er tegelijkertijd dag in dag uit medisch-persoonlijke intimiteiten worden uitgezonden, als snacks voor een horde hongerige wolven? De verzelfstandiging van ziekenhuizen moedigt aan tot meer marktdenken, zodat ook het medische consult, dat altijd doorging voor strikt privé, nu in aanmerking komt voor transparantie en exploitatie. Niemand wordt gedwongen, er wordt uitsluitend gefilmd op basis van vrijwilligheid. Maar het is wel de vrijwilligheid van de commercie.

import beatrijs