De kogel kwam van de overkant

Het ziet ernaar uit dat de Duitse geschiedenisboeken over de jaren zestig en zeventig moeten worden herschreven. Met de groeten van de Stasi. door Roelof Bouwman

Ook in de Nederlandse bioscopen draaide vorig jaar de Duitse speelfilm Der Baader Meinhof Komplex. In die film – die in Duitsland een kaskraker was – wordt het verhaal verteld van de Rote Armee Fraktion (RAF), de linkse terreurbeweging onder aanvoering van Andreas Baader en Ulrike Meinhof, die vooral in de jaren zeventig van zich deed spreken met een reeks bloedige bomaanslagen, moorden en ontvoeringen.

De eerste scènes in Der Baader Meinhof Komplex dateren uit de jaren zestig. Uiteraard uit het Duitsland van de jaren zestig, maar heel veel verschil met het Nederland van toen lijkt er – aanvankelijk – niet te zijn. We zien een nieuwe generatie ‘antiautoritaire’ jongeren opstaan die demonstreren tegen de Vietnamoorlog, hun haar laten groeien, communes stichten, hun universiteit bezetten en die tussen de bedrijven door volop genieten van hippe psychedelische muziek, de bijbehorende geestverruimende middelen en – uiteraard – heel veel ‘vrije liefde’. So far, so good, mits je als bioscoopbezoeker bestand bent tegen zwaarbehaarde Studentinnen die Gruppensex bedrijven in een met Mao-posters behangen Gemeinschaftsraum. Want dat soort dingen zijn in Duitsland toch altijd nét even iets grotesker.

Maar dan, op 2 juni 1967, zien we in Der Baader Meinhof Komplex iets gebeuren waardoor de jaren zestig in Duitsland plots een heel andere wending krijgen: in het kielzog van een roerig verlopen demonstratie tegen het bezoek van de sjah van Perzië valt in de Berlijnse wijk Charlottenburg een dode – door een politiekogel. Het slachtoffer is de 26-jarige student Benno Ohnesorg, die van dichtbij werd beschoten. De dramatische foto die van de dodelijk verwonde, bloedende Ohnesorg werd gemaakt, met geknield naast hem een jonge vrouw (later geïdentificeerd als de Berlijnse studente Friederike Dollinger), werd wereldberoemd en staat nog altijd symbool voor de ‘Duitse’ jaren zestig.


De politiekogel die een einde maakte aan het leven van Ohnesorg vormde tevens het startschot voor een ongekend hevige radicalisering van de buitenparlementaire linkse oppositie in Duitsland. Zelfs keurige sociaal-democratische intellectuelen als de schrijver Günter Grass repten van ‘een politieke moord’, terwijl Gudrun Ensslin, in 1970 een van de oprichters van de RAF, meteen het woord ‘Faschistenstaat’ in de mond nam. De Bondsrepubliek, zo luidde sinds 2 juni 1967 het adagium in radicaal-linkse kring, had haar democratische masker afgezet en haar ware, rechts-autoritaire gezicht getoond. Het was een illusie om nog langer te denken dat deze gewelddadige republiek, waar ‘de generatie van Auschwitz’ nog altijd aan de touwtjes trok, langs vreedzame weg kon worden hervormd. Had Bertolt Brecht, zeer geliefd onder linkse Duitse studenten, het niet al gezegd? “Dass Du Dich wehren musst, wenn Du nicht untergehen willst, wirst Du doch einsehen.”

Hoewel de openlijke of ‘klammheimliche’ sympathie die de RAF in linkse kring genoot in de tweede helft van de jaren zeventig langzaam weg-ebde, bleef de dood van Ohnesorg voor veel progressieve Duitsers overeind staan als een misschien niet helemaal geldige, maar dan toch in elk geval begrijpelijke legitimatie voor de methoden waarvan de terreurgroep zich bediende. De Duitse staat immers was op 2 juni 1967 met geweld begonnen: een weerloze linkse demonstrant was toen ‘afgeknald’ door een ‘fascistische’ politieagent. Dan moet je niet vreemd opkijken als er op een gegeven moment wordt teruggeschoten.

Maar helaas voor progressief Duitsland kan dit hele verhaal nu als een historische mythe naar de prullenbak worden verwezen. Want onlangs bleek uit onderzoek in de archieven van de voormalige Oost-Duitse Staatssicherheitsdienst (‘Stasi’) dat de kogel die Ohnesorg fataal werd, niet van rechts kwam, maar van links. Meer concreet: Karl-Heinz Kurras, de Berlijnse politieman die het fatale schot loste en die daarna werd vrijgesproken omdat hij uit zelfverdediging zou hebben gehandeld, werkte sinds 1955 onder de schuilnaam ‘Otto Bohl’ als Stasi-spion. Bovendien was hij in het geniep lid van de SED, de Oost-Duitse communistische partij. Anders gezegd: de linkse student Ohnesorg, die nota bene in 1964 een congres had bezocht van de jongerenorganisatie van de SED, werd doodgeschoten door een politieke geestverwant. Nóg weer anders gezegd: het startschot voor de RAF werd niet gelost door een aanhanger van de ‘fascistische’ Bondsrepubliek, maar door een supporter van de linkse DDR, de staat die door Baader, Meinhof en consorten werd beschouwd als ‘het betere Duitsland’.


Onduidelijk is nog of de inmiddels 81-jarige en helaas niet erg spraakzame Kurras op 2 juni 1967 ‘spontaan’ de trekker overhaalde of dat hij een Stasi-opdracht uitvoerde. Die laatste optie is allerminst ondenkbaar. Want de DDR had alle belang bij het veroorzaken van zo veel mogelijk politieke instabiliteit in de Bondsrepubliek, zéker als het kapitalistische buurland zo ook nog eens in de hoek kon worden gezet als een staat waar linkse demonstranten hun leven niet zeker waren.

Bovendien: dat de DDR bereid was om zéér ver te gaan bij het interveniëren in de binnenlandse aangelegenheden van de Bondsrepubliek, weten we al langer. Zijn grootste klapper maakte de Oost-Duitse geheime dienst in 1972, toen de Bondsdag een tussentijdse stemming hield over het kanselierschap van de sociaal-democraat Willy Brandt. Diens christen-democratische uitdager Rainer Barzel zou die stemming waarschijnlijk nipt hebben gewonnen, ware het niet dat de Stasi erin slaagde ten minste één partijgenoot van Barzel (Julius Steiner) om te kopen. Twee jaar later, in 1974, moest Brandt alsnog terugtreden: Günter Guillaume, een van zijn naaste medewerkers, bleek een DDR-spion te zijn.

Ook met de RAF bemoeide de Stasi zich: leden van de terreurgroep konden van meet af aan ongehinderd reizen via Oost-Duitse luchthavens en vanaf 1980 doken tien prominente RAF-terroristen in de DDR onder; ze werden door de Stasi voorzien van een nieuwe identiteit.

Dat aan dit toch al imposante rijtje van Oost-Duitse bemoeienissen met West-Duitse aangelegenheden nu een Stasi-agent kan worden toegevoegd die in de Bondsrepubliek een hele generatie babyboomers in radicaal-links vaarwater dreef – niemand had het kunnen verzinnen. Ondertussen zou de onlangs verschenen dvd-box van Der Baader Meinhof Komplex weleens heel gauw in de uitverkoopbakken kunnen belanden. Het wachten is op een remake die – noodzakelijkerwijs – nog een tikje complexer zal moeten zijn.

import focus