Ongeschreven codes

Op het Binnenhof is hij een beroemdheid, maar daarbuiten zullen slechts weinig mensen hem kennen. Menno de Bruyne (1957) werkt als voorlichter voor de SGP-fractie – voor een partij dus die niet overal even serieus wordt genomen en daardoor zelfs haar subsidies dreigt te verliezen. De Bruyne herdenkt deze week dat hij zijn partij al 25 jaar trouw heeft gediend als ‘de mond van’, in dit geval van fractievoorzitter Bas van der Vlies, met zijn meer dan 10.000 (!) dienstdagen de nestor van de Tweede Kamer. Dat is, tussen haakjes, het aardige van SGP’ers: ze zijn zonder bijbedoelingen naar Den Haag gekomen. Omdat ze toch nooit in de regering zullen komen, blijven ze waarvoor ze zijn gekomen en zien ze hun baan niet als een eerste opstapje naar iets veel hogers en beters. Vandaar die vooroorlogse staaltjes van anciënniteit in hun fractie.

Tegelijk is De Bruyne meer, veel meer dan alleen maar de terecht onzichtbare voorlichter van een tweemansfractie. Hij is een wat atypische SGP’er – hij gaat zijn weg door het leven met gepaste zwier en wilde haren en een outfit die het ook in een Oxfords college goed zou doen. En hij is een algemeen erkend expert op het gebied van het Koninklijk Huis, ons staatsrecht en de parlementaire geschiedenis. Dat maakt hem tot een wandelende encyclopedie van de Nederlandse politieke geschiedenis, en daarmee voor journalisten van alle soort en kleur een veel geraadpleegde bron. Toen Hans Wiegel, bijvoorbeeld, in 1999 het tweede kabinet-Kok in de Eerste Kamer liet struikelen, was één telefoontje naar De Bruyne genoeg om precies te weten wanneer en hoe het eerder was gebeurd dat een kabinet in de Senaat ten val kwam.

Ter gelegenheid van zijn jubileum hebben collega’s een vriendenboekje samengesteld. Dat bestaat uit twee delen. Er staan 25 kortere stukken in met herinneringen en felicitaties van mensen met wie De Bruyne de afgelopen decennia te maken heeft gehad. Van een (zeer geslaagd!) gedicht van onze minister van Defensie, Eimert van Middelkoop, tot waarderende woorden van journalisten en meditatieve bijdragen van partijgenoten.

Het andere deel bestaat uit artikelen van De Bruyne zelf: beschouwingen over ons politieke bestel, de rol van het huis van Oranje, en de parlementaire geschiedenis. Wat is nu eigenlijk de status van een vicepremier, wat de rol van de koningin bij een kabinetsformatie of bij het tekenen van een wet, wanneer en waarom vergaderen Eerste en Tweede Kamer gezamenlijk, wat zijn de records van Balkenende? En wat zei toenmalig minister Hoogervorst toen Van der Vlies zich in de wc had opgesloten?


Al dit soort vragen worden met een zeldzame combinatie van deskundigheid en lichtvoetigheid beantwoord, en maken dit deel van de publicatie tot een juweeltje. Tegelijk is er iets dat boven de inhoud van de bijdragen uitstijgt en dat is de stijl waarvan zij getuigen. De Bruyne belichaamt de codes en zeden van een vervlogen wereld. Marcel ten Hooven, politiek redacteur bij Vrij Nederland, schrijft volkomen terecht dat wat de Tweede Kamer momenteel uit balans brengt – haar korte geheugen, de inflatie van al te grote woorden en permanente haast – bij De Bruyne, bij zijn trouw aan ongeschreven codes en de lichte toets van zijn zelfrelativering, weer in balans komt. Daarmee is dit boekje verplichte kost voor alle Binnenhofbewoners en Binnenhofwatchers.

Bart Jan Spruyt

Menno de Bruyne:

Open vensters.

De Banier. €9,95.

Ook verkrijgbaar via www.ako.nl

import non fictie