Op weg naar de valkuil

De PVV wil groeien en uiteindelijk in een kabinet belanden.

Maar juist daarin schuilt voor de beweging van Geert Wilders een groot gevaar. ‘Ze vreten hem op.’ door Frans van Deijl

De vraag luidde hoeveel Martin Bosma er in Geert Wilders zit? Bosma is Kamerlid van de PVV en geldt als de vertrouweling van zijn fractievoorzitter, de campagnestrateeg. Hij en niemand anders zou Geert Wilders hebben gemaakt tot wie hij nu is. Wij hadden graag met hem gesproken over de begindagen van de Groep Wilders in 2005, toen Martin en Geert een pijpenlaatje deelden in het gebouw van de Tweede Kamer. We hadden Bosma willen vragen hoe het verder moet met de PVV, met Geert Wilders in de rol van premier of misschien toch iets anders.

Maar woordvoerder Matthijs Weststrate laat weten dat Bosma geen gesprek wil. De volksvertegenwoordiger heeft geen zin. En er is ook geen enkele aandrang om dit verhaal voor publicatie naar de heer Bosma te mailen, ter aanvulling of correctie. “U zoekt het vooral maar uit,” klinkt het, en dan wordt het gesprek verbroken.

Staat HP/De Tijd op de zwarte lijst van de PVV, van Geert Wilders persoonlijk? Niet dat we weten, en navraag bij collega’s leert dat de hierboven beschreven onbenaderbaarheid beleid is. De PVV koestert immers de rol van de buitenstaander in de politiek, en houdt zich dus afzijdig van de Haagse mediacoterie.

Die rol van buitenstaander is vooral sinds Pim Fortuyn electoraal zeer profijtelijk gebleken. Na de Paarse polderjaren (1994 tot 2002), moest er weer geluisterd worden naar de mensen in het land. De politici in Den Haag en de bestuurders in de gemeenten begrepen hun zorgen niet meer, hun angsten en gevoelens van afkeer en haat. Fortuyn wierp zich op als outsider en claimde de wil van het volk wel te begrijpen en te kunnen verwoorden. “Een wezenlijk kenmerk van het populisme is de haast metafysische antipolitiek,” zegt voormalig CDA-ideoloog Anton Zijderveld en auteur van het onlangs verschenen essay Populisme als politiek drijfzand. “Een populistische leider heeft volgens de eigen populistische doctrine altijd gelijk. Populistische leiders staan boven de miezerige partijen, zij vertegenwoordigen direct het volk. Hieruit is ook de zelfverzekerdheid te verklaren van mensen als Fortuyn, Wilders en Verdonk.”


Maar kan de PVV die rol van buitenstaander volhouden als de opiniepeilingen gunstig blijven, als de overwinningen zich, mogelijk al vanaf deze week, aaneen rijgen en de kansen op regeringsverantwoordelijkheid toenemen? Is de PVV gebaat bij electoraal succes? Of vormt dat juist een gevaar?

Eigenlijk is Geert Wilders een beetje een saaie jongen. Echte hobby’s heeft hij niet, voor zover bekend, en vienden heeft hij amper. Zijn door de bedreigingen danig afgeschermde privéleven zal ook niet bijdragen aan uitbreiding van de schare. Hij is getrouwd met een Hongaarse vrouw, over wie verder weinig bekend is. Uit het huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen. Politiek is waarvoor hij leeft, verder niets. Aldus heeft hij zich ontpopt tot een fanatiekeling die wordt gedreven door een ideaal, een geloof in een land en een wereld die vrij zijn van de fundamentalistische islam. Zijn uitlatingen genereerden de afgelopen jaren steevast nieuwe bedreigingen aan zijn adres, wat hem weer sterkte in zijn gelijk dat de islam een gevaarlijke godsdienst is en een bedreiging vormt voor het joods-christelijke, vrije en beschaafde Westen.

Tot voor kort was de verbeten strijd die hij voerde, hem letterlijk aan te zien. Maar de laatste weken zien we een Geert Wilders die lacht. Hij oogt ontspannen, lijkt blij met de erkenning die hij krijgt. En die erkenning breidt zich uit naar de hogeropgeleiden en naar de grachtengordel, zoals Het Parool laatst signaleerde. Toch lacht Wilders zelden uit pure vrolijkheid. De spot drijven met zichzelf, een kenmerk van humor, is hem vreemd. “Dat leven in de onderduik draagt natuurlijk ook niet bij aan een luchtiger gemoed,” meent D66-leider Alexander Pechtold. “Zeker als dat al zo lang duurt, gaat dat je gedrag toch vervormen. Wilders ziet niets anders meer dan de keerzijden van onze samenleving. Er zit geen balans, geen correctie in zijn observaties en in zijn beoordelingsvermogen, geen enkele relativering, dus ook niet van zichzelf.”


Humor past niet in de rol van buitenstaander, in die van de maatschappelijke klokkenluider die Wilders zichzelf heeft toebedacht. Daarvoor zijn de problemen in dit land te ernstig, problemen waarvoor, althans in zijn ogen, nog te veel mensen uit de gevestigde orde zich doof houden of waarover ‘knettergekke’ collega’s zich volgens hem op onwaarachtige wijze uitlaten. Wilders’ lachen is dan ook meer uitlachen.

Dat uitlachen, en het voortdurend hameren op het slechte, het nee en het onverzoenlijke, hebben de PVV gebracht tot waar ze nu is. Maar de partij zou niet eens hebben bestaan als de broeders en zusters van Wilders’ moederpartij, de VVD, beter hadden opgelet. Nota bene VVD-fractieleider Frits Bolkestein ontdekte in 1991 met zijn kritiek op het multiculturalisme het gat op rechts als nieuwe, schier onuitputtelijke electorale bron, maar daarna gaven diens opvolgers Hans Dijkstal en Jozieas van Aartsen dat net zo makkelijk weer uit handen aan Fortuyn en uiteindelijk aan Wilders.

“Het is eeuwig zonde dat we Geert hebben laten gaan,” verklaart VVD-erelid Hans Wiegel, “want hij is een groot politiek talent. Hij is intelligent, heeft een sterk ontwikkeld gevoel voor wat er leeft en, vergis je niet, de man is een strateeg. Het is ook zonde dat wij als partij niet in staat zijn geweest een uitgesproken vleugel binnenboord te houden. Ik had in mijn tijd ook vaak te maken met collega’s die sterk op rechts hingen, of een enkeling op links, maar de kunst was nou juist om die kikkers in de kruiwagen te houden. Nou ja, het gat op rechts is ontstaan, en daar is voorlopig niets aan te doen.”


Als de VVD ooit zelfstudie doet naar de oorzaken van haar ondergang, dan zal de rol van een ander erelid, Frits Bolkestein, niet onderbelicht kunnen blijven. Zoals gezegd, zette hij de onderwerpen immigratie en integratie op de politieke agenda, maar ‘doorbijten’ deed Bolkestein niet. Zegt Gerrit Voerman, directeur van Documentatiecentrum Politieke Partijen in Groningen. “Het bleef netjes, en dat sprak veel mensen aan.” Maar Bolkestein, een gedoodverfde minister-president, liet Nederland in 1998, op het hoogtepunt van zijn roem, in de steek en koos voor een Europees vervolg van zijn loopbaan. Als zijn opvolger wees hij Hans Dijkstal aan, een kapitale inschattingsfout, want Dijkstal was het geheel oneens met de lijn van zijn voorganger, en daarbij miste hij Bolkesteins diepgang en oratorisch vermogen. Dijkstal, aangeschoten wild na de opmars van Pim Fortuyn, liet Wilders nog ongemoeid. Voor zijn opvolger Jozias van Aartsen was de ontketende Wilders uiteindelijk niet langer te handhaven.

De werkdag in de Tweede Kamer begint voor Haagse begrippen vroeg voor Geert Wilders. Vaak voor negenen al zit hij op zijn kamer. Voordat zijn medewerkers hem tegen tienen de meest relevante knipsels uit de kranten hebben gegeven, mag hij graag met Bosma een potje speculeren en scenario’s doornemen. Zoals over de positie van Mark Rutte – van wie hij in de VVD ooit de mentor was – als Rutte verliest bij de Europese verkiezingen. Dan neemt het gemor in de VVD toe – Wilders kent zijn moederpartij als geen ander. Maar wat gebeurt er daarna, in november, als de PVV in Venlo meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen, die daar eerder dan in de rest van het land plaatsvinden vanwege een gemeentelijke herindeling? Zal het bij winst van de PVV en verlies van de VVD de definitieve overname betekenen van de rechterflank?


Het zijn de vragen die ook buiten de kring van Wilders dezer dagen sterk leven. Zoals bij opiniepeiler Maurice de Hond: “Gemeenteraadsverkiezingen zijn haast traditioneel protestverkiezingen. Van belang is te weten hoe diep dit najaar en volgend jaar de economische crisis is en wat de gevestigde partijen daartegen ondernomen hebben. Hoe slechter de cijfers en vooruitzichten, hoe beter dat is voor de PVV. Maar je kunt pas echt iets zeggen over de positie van de PVV bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 2011, en dan weet je het doorgaans pas een maand of vijf daarvoor.”

Maar stel dat de crisis er tegen die tijd nog steeds stevig in hakt, gaat Wilders dan de Tweede Kamerverkiezingen winnen en maken wij het mee dat het eerste kabinet-Wilders met minister-president Geert Wilders op het bordes van paleis Noordeinde staat, met naast hem een ongetwijfeld zuur kijkende koningin Beatrix? Alexander Pechtold heeft gezegd dat hij overweegt in dat geval te emigrer en, maar Maurice de Hond wil daarover niet publiekelijk speculeren.

De Amsterdamse stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch daarentegen gruwt bij de gedachte aan een premier Wilders. “Maar emigreren, naar Marokko of welk land ook, zal ik niet. Ik blijf hier. Dit is mijn land. En dat land staat voor beschaving, en niet voor het, zoals Wilders wil, door de knieën schieten van criminelen.”

Maar hoe ziet hij dan het leven voor zich, in de straten en op de pleintjes van Slotervaart, het stadsdeel dat hij bestuurt? “Ik kan me daar weinig bij voorstellen, want ik betwijfel of de Nederlandse kiezer diep in zijn hart echt wil dat Wilders de baas wordt.”


Wil Marcouch hiermee zeggen dat de PVV een zweeppartij is, zoals de Vlamingen het Vlaams Blok van Filip Dewinter plegen aan te duiden? Dat Wilders de verkiezingen mag winnen die er niet echt toe doen, maar dat de kiezer straks bij de Tweede Kamerverkiezingen bij het uitbrengen van zijn stem toch een nuchtere, calculerende afweging maakt in de trant van: Wilders heeft de gevestigde partijen met zijn zweepje wakker getikt, hij wordt bedankt; en laten de grote, bestaande partijen als CDA, PvdA en VVD, die hopelijk hun lesje geleerd hebben, nu maar weer het initiatief nemen, want die hebben toch meer invloed.

Marcouch: “Nogmaals, ik ga uit van beschaving, ontwikkeling, van kennis, en daarin past voor mij geen minister-president Geert Wilders.

“Tijdens de ochtendsessies van Geert Wilders, zo vernemen we, is kort gesproken over het cordon sanitaire, waarvan achtereenvolgens D66, PvdA en CU onlangs uiting hebben gegeven. Kort, omdat het gevaar niet van links komt. Maar van rechts, van het CDA en de VVD die de deur naar Wilders duidelijk openlaten. Zou iemand in het gevolg de naam ‘LPF’ in het bijzijn van Wilders hardop mogen uitspreken? Want de vergelijking met het kabinet-Balkenende I, bestaande uit LPF, CDA en VVD, dat in 2002 na 83 dagen ruziënd ten onder ging, ligt voor de hand.

Een van de betrokkenen was de Blaricumse ondernemer Herman Heinsbroek, toen minister van Economische Zaken. Hij voorspelt: “Wilders kan nog zo groot worden, maar hij zal niet in een regering komen. Ze houden hem eruit. Vooral in het CDA zijn krachten werkzaam die Wilders willen pakken. Ze vreten hem op.”


Maar hoe doen ze dat dan, zonder de verkiezingsuitslag ter zijde te schuiven? “Dat hoeft niet eens geniepig te gebeuren. Ze zullen eerst met hem gaan praten, vol goede bedoelingen, want het land moet geregeerd worden – dat soort teksten. Maar hij kan maar één kant op, die van samenwerking met CDA en VVD. Dat is een zwakke positie in een onderhandeling. Dus zij zullen hem laten buigen, en diep, want er zal grote irritatie bestaan dat Wilders de afgelopen jaren zo gemakkelijk de rechtse vijver van CDA en VVD heeft leeggeroofd. En als hij onvoldoende bereid is te buigen, dan zal hij vroeg of laat barsten. Beide scenario’s dragen grote risico’s voor Wilders in zich: buigt hij te veel, dan mort zijn achterban, want die herkent niets meer terug van de harde taal die hij altijd heeft gesproken.

En als hij moet afnokken, zoals Jan Marijnissen dat bij de vorige kabinetsformatie moest, dan bestaat er eveneens grote ergernis dat Wilders niet waarmaakt wat hij belooft, en dat was dat hij de nieuwe sterke man van Nederland zou worden.”

Maar waarom zou Balkenende, als die tenminste dit najaar niet EU-voorzitter Barroso opvolgt, niet kunnen samenwerken met Rutte, of desnoods met zijn opvolger Henk Kamp, en Wilders? Uiteindelijk kon hij het destijds ook vinden met Pim Fortuyn. Heinsbroek: “De enige reden dat de LPF mocht meedoen aan Balkenende I was dat CDA en VVD het niet aandurfden om Pim, die na zijn gewelddadige dood een martelaar was geworden, te negeren. Gezien de emoties uit die tijd had je dan zo ongeveer een revolutie over je afgeroepen. Maar zodra wij in dat kabinet zaten, waren de rapen gaar.”


Heinsbroek meldt dat hij Balkenende niet eens zozeer als de kwaaie pier beschouwt, maar wel types als Maria van der Hoeven, Aart Jan de Geus, Maxime Verhagen en bij de VVD Gerrit Zalm. “Natuurlijk, wij gingen ook niet vrijuit, maar elk incidentje van onze kant lekte uit en ging een eigen leven leiden. Dat bedoel ik met de krachten in vooral het CDA, de zuidelijke types dus, die ermee vertrouwd zijn om, zoals dat geloof ik heet, achter de kerk een potje te stoken en te rommelen. Maar Geert Wilders en de PVV zullen niet eens zover komen als Pim en de LPF. Die liggen er voortijdig al uit.”

Overigens moet Heinsbroek nog zien dat Wilders daadwerkelijk de Tweede Kamerverkiezingen gaat winnen. Hij zal zetelwinst boeken, maar Heinsbroek voorziet à la Ahmed Marcouch de terugkeer bij de kiezer van het gezonde verstand. “Ik redeneer zelf ook van: het is allemaal leuk en aardig van die Wilders, maar hij wordt toch niet de grootste. Als kiezer zul je in 2011, vlak voordat je stemt, terugdenken aan de ervaringen van de LPF en aan die van de SP. Dan geef je je stem uiteindelijk liever aan een van de gevestigde partijen, en hoop je dat die inderdaad door het zweepje van Geert uit hun winterslaap zijn gehaald. En misschien zijn ze dat dan ook.”

Waarmee volgens Heinsbroek, die geen politieke ambities meer koestert, maar is gezegd dat VVD en CDA geduldig moeten afwachten en de voorsprong van de PVV flink kunnen laten oplopen. Hoe hoger Wilders reikt, hoe harder zijn val zal zijn. En tussen de brokken vinden VVD en CDA dan wel weer hun eigen stukken terug. Rust hersteld. Nederland kan verder slapen.


Of heeft Geert Wilders nog een troef achter de hand? De man is een strateeg, zei Wiegel, en die weet waarover hij het heeft, want Wiegel kon er in zijn tijd ook wat van. Wilders heeft een paar politieke voorbeelden, onder wie Frits Bolkestein. Dat wil zeggen de Bolkestein van begin jaren negentig: voorkomend, erudiet, geliefd in brede lagen van de bevolking, een ras-debater met het hart op de tong. Zo zou de jonge Geert, van 1990 tot 1998 beleidsmedewerker en speechschrijver voor de VVD-fractie, ook willen zijn. Bolkestein moet hem toen ook de wijsheid hebben toevertrouwd dat een politicus slaagt als hij ook zijn beperkingen kent. Dus als Wilders het ooit zover zou brengen dat hij voor een staatssecretarisschap werd gevraagd, of misschien wel een ministerspost, dan mocht hij zich gerust vereerd voelen met die uitnodiging, maar daarna moest hij wel goed nagaan of hij daarvoor wel geschikt was en de juiste achtergrond had. Hij had uiteindelijk de havo gehaald en ooit nog een paar deelcertificaten voor rechtsgeleerdheid aan de open universiteit, maar voor dit soort functies kwam toch echt meer kijken.

Wat we willen zeggen? Dat het zeer wel mogelijk is dat Wilders een kanon naar voren schuift van onomstreden kaliber, een type à la Wiegel, Bolkestein, of de zakenman Roel Pieper, en zelf in de Kamer blijft om de nieuwe, uitgedijde fractie te leiden en te coachen. Zoals, inderdaad, Frits Bolkestein dat deed in 1994, toen het eerste Paarse kabinet aantrad. Bij de verkiezingen van 1998 betaalde die keuze zich ondubbelzinnig terug voor de VVD: 38 zetels, een winst van zeven, in vergelijking met vier jaar daarvoor. Nooit eerder was en is de VVD in haar geschiedenis zo groot geweest. Bovendien zorgde die winst ervoor dat Geert Wilders in de Tweede Kamer kwam. Overigens zou ook Pim Fortuyn met de gedachte hebben gespeeld om bij een verkiezingsoverwinning Hans Wiegel als premier van zijn kabinet te laten figureren, waarna Fortuyn zich zou terugtrekken in zijn fractie.


Zou Geert Wilders het essay van Anton Zijderveld hebben gelezen? En de bijbehorende interviews, waarin de Rotterdamse socioloog stelt dat hoe groter de PVV wordt, hoe groter de bereidheid zal moeten zijn concessies te doen op een aantal gevoelige thema’s, en hoe groter de kans dat de harde toon wordt getemperd? De toekomstige regeringspartners zullen opgelucht ademhalen, maar, zegt Zijderveld, in eigen kring zal ergernis ontstaan. Zijderveld voorziet tweespalt binnen de PVV, en zelfs een strijd om de macht losbranden met Kamerlid Hero Brinkman in een hoofdrol. Waarom hij? Omdat Brinkman in Zijdervelds ogen een ‘griezelige, fanatieke, rancuneuze vent’ is, die altijd op de voorgrond wil staan.

Nee, niet Brinkman vormt de bedreiging voor Wilders, maar, zo luidt de tip van een bekende fractievoorzitter, hou Martin Bosma in de gaten. Juist, dezelfde die geen contact met ons wil, en die op zijn weblog schrijft: “Leuke anecdotes zijn er niet over mij te vertellen. Als je iets hoort, dan kloppen ze niet.”

Het is wat gratuit om namen te noemen zonder bewijzen of voorbeelden. Zijderveld verwijst naar populistische zusterbewegingen in het buitenland, naar lieden als Jörg Haider en Jean-Marie Le Pen, maar opvallend aan de PVV-fractie is nou juist dat zij zich tot nu toe een voorbeeld heeft betoond van discipline en saamhorigheid. Zelfs D66-leider Alexander Pechtold spreekt er lovend over: “Dat heeft Wilders uitstekend gedaan.”

Maar acht mannen en vrouwen uitzoeken, is wat anders dan straks in Venlo nieuwe raadsleden en wethouders rekruteren, en volgend jaar lokale bestuurders in Den Helder, Den Haag en Rotterdam, de andere plaatsen waar de PVV meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen. Wat trekt Wilders voor mensen aan, wie worden door het succes gelokt, naar welke namen luisteren de avonturiers en gelukszoekers ditmaal? Dat weet niemand, en Wilders zelf vermoedelijk ook niet. “Deze massale rekrutering wordt de grote uitdaging voor de PVV,” meent Maurice de Hond. “Na de gemeentes volgt de Tweede Kamer-fractie, waar een man of twintig bij zal komen. Wordt die nieuwe fractie even volgzaam als de huidige? En wie stuurt Wilders van de huidige fractie eventueel door naar een kabinet?”


Wij noemen wederom Martin Bosma. De man die nu door de fractie uit de wind wordt gehouden, en die volgens insiders bijzonder ministeriabel is. Het zou een mooie stap zijn in de loopbaan van deze voormalige omroepjournalist, maar niet zonder gevaar. Maurice de Hond: “Bij de eerste de beste uitglijer van een PVV-minister of staatssecretaris zal de politieke tegenstander direct verwijzen naar het LPF-verhaal.”

import partij profiel