Op zoek naar het paradijs

Omdat Nederland klein, dichtbevolkt en benauwd is, moet je er af en toe even uit. Dat kan makkelijk, dankzij het ‘Europa zonder grenzen’ dat tegenwoordig zo weinig goed kan doen. Op een halve dag rijden ligt Normandië, waar in juni 1944 de basis voor onze vrijheid werd gelegd en nog steeds een weldadige rust bestaat die wij niet meer kennen. Duitsland mag ons achterland zijn, maar Frankrijk is onze achtertuin, een paradijs voor tweede huizen en kleine vakanties tussendoor. Europeanen zijn we er niet door geworden. Blijkbaar is daar meer voor nodig: een gemeenschappelijke dreiging van buiten, of een Europese belasting die dan op nationaal niveau wel tot een veel grotere lastenverlichting moet leiden.

Het gekke is dat de Europese interne markt wel degelijk als lastenverlichting werkt, maar dat vooral de nadelen – zoals de afdrachten aan ‘Brussel’ en het mislopen van Europese subsidies – in het collectieve geheugen blijven hangen. Dat zijn moeilijk te doorgronden dingen, die ook door de macht der gewoonte worden gedicteerd. We betalen zonder morren de péage voor de Franse autowegen, maar zijn daartoe niet bereid op de filegevoelige ring van Antwerpen, waar alleen tol voor de tunnels aan de (veel minder drukke) linkeroever moet worden betaald. Belasting en tolheffing worden al gauw als roof ervaren, terwijl een verbeterde doorstroming (ontlasting) pas gewaardeerd wordt als je eerst met een flinke verstopping hebt gezeten. Anders gezegd: als België zijn wegennet nog meer gaat verwaarlozen, wordt een Europese oplossing voor ons Nederlanders vanzelf een uitweg. Ideetje voor ‘Brussel’?

Rare en onsmakelijke gedachten misschien, maar het voelt altijd als een bevrijding als ik aan de Nederlandse en Belgische verkeersdrukte (die zich ook in regeldruk openbaart) ben ontsnapt en per auto de leegte van Frankrijk (de Europese ruimte) in scheur. Dat gevoel is wel een stuk minder geworden sinds de Belgen vreselijke boetes voor snelheidsovertredingen uitdelen en je ook in Frankrijk niet meer harder dan 130 km per uur mag rijden. Vroeger hoefde je daarover niet in te zitten, maar binnenkort moeten we vrezen dat onze overheden in naam van de rechtsgelijkheid boetes gaan innen voor kleine overtredingen die in andere EU-staten zijn begaan. Ik kan nu al voorspellen dat ‘Europa’ daar niet populairder door gaat worden, al zullen europarlementariërs dit ongetwijfeld als vooruitgang verkopen.


Ik weet het, ik zeur. Maar de hele Europese politiek is tegenwoordig eindeloos gezanik over de verdeling van lusten en lasten, wat vergeleken met vroeger inderdaad een enorme vooruitgang is, maar ook voor veel ergernis zorgt. En de financiële crisis gaat dat nog veel erger maken. Want nationale overheden hebben geld nodig, en dat moet ergens vandaan komen. Vandaar dat er stemming wordt gemaakt tegen het bankgeheim en kleine Europese belastingparadijzen die de toorn van de grote landen wekken. Vooral Duitsland, dat ook druk zet op de vrijhavens Zwitserland en Liechtenstein, wil Europese belastingharmonisatie om weglekken van kapitaal tegen te gaan. Goedkoop sigaretten kopen en tanken, de attractie van een stop in Luxemburg, is er dan niet meer bij. Zelfs Nederland stond even op een zwarte lijst, toen het door de Amerikaanse regering als belastingparadijs werd aangemerkt (niet geheel onterecht, vanwege brievenbusfirma’s in Amsterdam die van de Antillenroute profiteren).

Mij bevalt deze klopjacht – bij ons geleid door staatssecretaris Jan Kees de Jager – geenszins, want zonder belastingparadijzen zouden de belastingen nog veel hoger zijn (in de totalitaire Sovjet-Unie waren ze honderd procent). Frankrijk en Amerika knijpen bij Monaco en de Bahama’s niet voor niets een oogje dicht. Niets zo hypocriet als financiële dienstverlening, kloppend hart van elke moderne economie. Weliswaar lopen overheden te hoop tegen belastingontduiking, in naam van het grote publiek dat braaf belasting betaalt, maar ondertussen doen ze er zelf aan mee door ondoorzichtige begunstigingen voor (buitenlandse) investeerders uit te delen. Het is de prijs voor het tegengaan van de verstikking van het economisch leven.


Belastingparadijzen bestaan bij de gratie van discretie, ze lopen er niet mee te koop. Maar ik had bij een duur taxfree-tripje naar het Kanaaleiland Jersey, tegenover de Normandische kust, wel gehoopt er iets van te merken. Het bleek echter verre van mondain. De happy few liet zich niet zien, in tegenstelling tot friet etende Britse biertoeristen, die met hun vreemde uiterlijk en onstellend dikke buiken wel bijzonder komisch zijn. Zo werd ik alweer van een Europese illusie beroofd: belastingparadijzen bestaan wel, maar niet voor de gewone bezoeker.

import dirk jan van baar