Bruin is het nieuwe rood

Elke week op de website: één artikel uit HP/De Tijd. Deze week de wekelijkse column van Jan Kuitenbrouwer.

In Griekenland ruimt de nationale televisiezender vier uur primetime in voor een diepgravend debat over Europa, en tenzij Grieken elkaar beledigen zonder enige vorm van begeleidende bodylanguage viel daarbij geen onvertogen woord. Je komt net op tijd terug in Nederland voor het slotdebat over onze stembusuitslag, en het is een ordinaire shouting match waar de eilandraad van Guadeloupe zich nog voor zou schamen. Waarom zo’n gesprek trouwens een ‘slotdebat’ heet, moet iemand mij nog eens uitleggen. Een debat is pas een debat als er een stelling is om te verdedigen respectievelijk aan te vallen, terwijl er op zo’n verkiezingsavond alleen maar nieuwe cijfers zijn. Daar kun je wel over gaan debatteren, maar veel zin heeft het niet. Een intelligent, deskundig gesprek over wat die cijfers zouden kunnen betekenen – meer moet je op zo’n moment niet willen.
 Evengoed, de momenten waarop je liever geen Nederlander zou zijn, rijgen zich aaneen, met steeds kortere interval. Niet dat onze stembusuitslag nu zoveel afwijkt van die in de rest van Europa; het verschil is vooral dat wij zoals gewoonlijk weer verder doorschieten dan de anderen. Nederland gidsland – in de goede dingen wijzen wij de weg, bedoelden we daar mee, maar het blijkt bij nader inzien vooral de mode te zijn waarin wij voorop lopen, en de mode kent geen goed of slecht, geen waarheid of leugen.
Links zal de wind wel weer in de zeilen krijgen, dacht iedereen een jaar geleden toen de kredietcrisis uitbrak. Wouter Bos als Hansje Brinker. En zie: rechts profiteert. Niet één serieus plan heeft de PVV gepresenteerd als antwoord op de economische crisis, ze hameren maar door op hun xenofobe aambeeldje, en de boze witte buschauffeur, bankwerker en beveiligingsbeambte betuigen hun steun. Het is alsof links en rechts van plaats gewisseld hebben. De lageropgeleiden betalen het gelag, maar ze vluchten onder een nieuwe rok, want de oude is hun rok niet meer. Bruin is het nieuwe rood. Maurice de Hond verwacht een ‘nieuwe stampede’, vertelde hij van het weekend in een interview met NRC Handelsblad. Zoiets als de val van de Berlijnse Muur, verduidelijkte hij. Als burgers de overheid meer als probleem ervaren dan als oplossing, waarom zouden zij zich dan nog aan die overheid onderwerpen? De Hond werd onlangs weer vader. Hij wilde het kind aangeven in Amstelveen, daar werd het geboren, hoewel hij zelf in Amsterdam woont. Het leidde tot gekmakende bureaucratische verwikkelingen. Misschien gaat het wat ver om op grond van zo’n incident een grootscheepse politieke omwenteling af te kondigen, maar de moderne burger hééft al een ‘kort lontje’, zoals Postbus 51 het noemt (het opzetten van belerende campagnes gaat de overheid dan weer wél goed af), dat er door dit soort ervaringen natuurlijk niet langer op wordt.
Dat is de paradox waarin de politiek gevangen zit: de politiek zou de malaise van de politiek moeten oplossen, maar ja, die kampt met een malaise.
Bijna dertig jaar geleden maakte ik een reportage over de malaise bij General Motors in Detroit. Ik sprak met managers, marketeers, economen, wetenschappers. De economie, de ecologie, de demografie, de technologie, alles wat GM afgelopen maand definitief op de knieën bracht, was toen bekend. Maar het systeem, het machtigste industriële concern ter wereld, de grootste werkgever van de VS, zat gevangen in zijn eigen conventies. Duizend keer werd de analyse gemaakt, duizend keer werden taskforces en projectgroepen gevormd, duizend keer werden goede voornemens geformuleerd, en duizend keer eindigde alles weer onder in een bureaula. Net zolang tot een machtsorde van buiten het roer overnam. Maar de politiek ís de hoogste machtsorde, daarna komt niets meer. Het enige systeem dat de politiek iets kan afdwingen, is de politiek zelf.
Naar aanleiding van het rapport-Dijsselbloem, over het debacle van de onderwijsvernieuwlingen, bracht NRC Handelsblad een cartoon waarin die paradox perfect werd weergegeven. Een paar figuren, aangeduid als ‘de politiek’, stuurden boos een paar andere figuren de hoek in, eveneens aangeduid als ‘de politiek’.
Ik had graag meegestemd voor Europa. Omdat ik in het buitenland zou zijn, liet ik een machtigingskaart achter. Mijn vrouw moest die ochtend in een gebouw zijn waar ook een stembureau gevestigd bleek. Efficiënt als zij is, combineerde zij een en ander, maar die machtigingskaart had ze op dat moment niet bij zich, dus later op de dag ging ze nog even naar ons eigen, vaste stembureau, speciaal voor mij. Waar zij werd heengezonden. Met een machtiging stemmen kan alleen tegelijk met het uitbrengen van je eigen stem. Dit natuurlijk vanwege de massale stembusfraude waar we in dit land mee te kampen hebben. Het stemcomité vond het ook onzin. Maar ja, de regels, hè. Of het Nederlandse of Europese regels waren, wisten ze niet.

Jan Kuitenbrouwer