‘Het is makkelijk praten vanuit de grachtengordel’

Hij was minister van Binnenlandse Zaken maar zit nu weer in de Tweede Kamer. En dat vindt hij helemaal prima. Een gesprek met Johan Remkes (1951) over de VVD, het oppositie voeren en de media. ‘Wilders is hele bevolkingsgroepen aan het bashen.’ door Bas Paternotte, foto’s Jean-Pierre Jans

Oud-ministers worden doorgaans na hun periode niet weer gewoon Kamerlid. U wel.

“Het woord gewoon is een volstrekt denigrerende benadering van het Kamerlidmaatschap. Kamerleden zijn niet gewoon. Oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas zei altijd dat het Kamerlidmaatschap het hoogste ambt is. En daar heeft hij gelijk in.”

Excuus. Edoch, oud-ministers worden doorgaans commissaris der Koningin of burgemeester. Had u niet naar Groningen gemoeten?

“Over Groningen heb ik natuurlijk nagedacht, maar de dominantie van de sociaal-democratie in de noordelijke provincies is natuurlijk erg groot. Voor de vacature van burgemeester van de stad Groningen geldt precies hetzelfde. Daarbij komt nog dat ik het in de Kamer ontzettend naar mijn zin heb.”

Mist u het ministerie van Binnenlandse Zaken?

“Nee, dat valt erg mee. Die viereneenhalf jaar was een mooie ervaringsperiode. Maar ik zag al in de aanloop naar de verkiezingen van 2006 dat de uitslag voor de VVD weleens kon tegenvallen. Ik hield toen al rekening met een oppositierol. Een grote ramp vond ik dat eigenlijk niet; de VVD heeft haar portie regeringsverantwoor- delijkheid de afgelopen jaren wel gehad. Ik ben blij weer terug te zijn in de Tweede Kamer en heb interessante portefeuilles. De Antillen kende ik uit mijn tijd als minister en daar wilde ik zeker wat mee doen. Maar ik wilde ook wat nieuws, en dat werd mediabeleid. De portefeuille belastin- gen deel ik met collega Frans Weekers. Heeft Remkes kennis van belastingen? Eerlijk gezegd weet hij daar in technische zin weinig van. Maar Remkes heeft altijd zijn eigen belastingformulieren ingevuld en weet één ding zeker: hij betaalt altijd te veel.”


U werkte veel samen met minister Piet Hein Donner. Spreekt u hem nog?

“Natuurlijk spreek ik hem nog weleens. Donner en ik hebben altijd op een fatsoenlijke manier kunnen samenwerken. Ik vraag mij wel af of hij zich helemaal thuis voelt in zijn rol als minister van Sociale Zaken. Hij zal nooit zeggen dat hij dat niet leuk vindt, maar zijn hart ligt natuurlijk meer bij Justitie dan bij Sociale Zaken.”

In oktober begint de discussie over de AOW weer. Donner ligt redelijk in de clinch met de vakbeweging.

“Hij heeft af en toe de neiging een beetje tégen te denken. Maar daar moet je doorheen prikken. Dat is een stijlvorm van hem, en die past wellicht bij een minister met een calvinistische achtergrond. Mensen moeten zich niet al te makkelijk op de kast laten jagen door Piet Hein Donner.”

We lopen uw belangrijkste portefeuilles langs. Onlangs zei u dat Hilversum te links is.

“Ik zeg niet dat de Publieke Omroep per definitie links is. Het probleem ligt meer in het feit dat alle programma’s op elkaar lijken; er is sprake van een vergrijzing van het aanbod. Een van de oorzaken is al die samenwerking. De NOS en de NPS moeten helemaal niet willen samenwerken met omroepverenigingen; dat leidt tot identiteitsverlies. Ik ben voorstander van het delen van faciliteiten in het kader van efficiency. Verder moeten die omroepen strikt gescheiden opereren. Omroep- verenigingen moeten productiehuizen worden. Dat ligt natuurlijk moeilijk in Den Haag – de PvdA heeft nauwe banden met de VARA, het CDA met de KRO en de ChristenUnie met de EO. Daarnaast stoor ik mij aan het hoge grachtengordelgehal-te van de programma’s. Sinds de Fortuyn- revolte zijn de media wel beter gaan kij- ken naar wat er leeft in het land. Maar daaraan mag van mij nog wel meer aandacht worden besteed. Het is makkelijk praten vanuit de grachtengordel. Daar kennen ze de problemen uit de achterstandswijken niet.”


Wat te doen?

“Ik ben niet tegen een goede publieke omroep, maar die kan wel kleiner. Er moet meer gewicht komen te liggen op de kerntaken: nieuwsvoorziening, opinie, informatie en cultuur. Daar hoort men zich primair op te richten. En dat kan volgens mij prima met twee zenders die zich niet te veel laten leiden door de kijkcijfers. Als je op dit ogenblik naar de televisie kijkt en je ogen sluit, weet je niet of je zit te luisteren naar een commerciële zender of de publieke omroep. Dus een stevige herbezinning in die kring is nodig. Dat heeft ook te maken met de rol van de netcoördinatoren. Want die maken het allemaal grijzig. Het trio NPS, VARA en VPRO is wel erg dominant aanwezig.”

U wilt een kleinere Publieke Omroep, maar er komen juist meer omroepen bij.

“Dat is het dubbele. Aan de ene kant hoor je vanuit het ministerie van Onderwijs dat het zich beklaagt over de vele drukbezette vergaderzalen in Hilversum. Aan de andere kant is men voor de zegeningen van het open bestel. Ja, het is van tweeën één. Als je het echt te druk vindt, dan moet je wat aan die toelatingscriteria doen. Niet blazen en het meel in de mond houden. Minister Plasterk hanteert veel te veel het adagium ‘op de plaats rust’. Het wordt tijd dat hij een punt op de horizon zet en vertelt waar hij naartoe wil.”

Wat vindt u van financiële steun voor de dagbladpers?

“Ik vind niet dat de pers structureel aan de subsidiestroom van Den Haag moet liggen. Of moet wíllen liggen. Ook om te voorkomen dat er telefoontjes komen – dit zeg ik met een knipoog – van burgemeesters uit Utrecht. Uitgeverijen beschouw ik als normale commerciële bedrijven die wanneer het tegenzit net als ieder ander iets nieuws moeten verzinnen. Subsidie voor de dagbladpers is geen goed idee. Dan trek je aan het verkeerde touw.”


U heeft de Antillen in portefeuille. Ook in dat debat manifesteert de PVV zich dominant, in de persoon van Hero Brinkman.

“Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. En voor de goede orde: de term ‘corrupt boevennest’ komt volgens mij van Frits Bolkestein. Op het gebied van integriteit van bestuur en rechtshandhaving zijn daar nog grote slagen te maken. Het is in ieder geval uitgesloten dat in 2010 de staatkundige vernieuwing daar is doorgezet. Sint-Maarten, Aruba, daar is nog veel mis. Daarom zijn wij ook tegen de uitwerking van het slotakkoord over de nieuwe verhoudingen tussen Nederland en de Antillen. Eind vorig jaar was er een belangrijk debat over de Antillen. Vervolgens begon Brinkman wat te roepen over de eventuele voorkennis van minister Eurlings bij de aankoop van vastgoed op Bonaire. Dat bleek, zoals ik al verwachtte, een kulverhaal te zijn. Maar door die actie ging dat hele debat dus over een vakantiehuis en niet over de inhoud, namelijk de toekomst van de Antillen. Dat hele belangrijke achterliggende verhaal, de kern van het debat, verdween door die aantijgingen. Dat is dus niet mijn manier van werken. Ik speel nu met de gedachte om alle betrokken partijen uit te nodigen over het thema ‘goed bestuur’ en te kijken hoe het nu verder moet met de Antillen en Aruba. Dat zouden we bijvoorbeeld met hoorzittingen kunnen doen.”

Frits Bolkestein zette in de jaren negentig de integratie van minderheden op de agenda. Geert Wilders doet hetzelfde met de islamisering. Had die rol niet bij de VVD moeten liggen?

“De vergelijking met Bolkestein gaat niet op, dat is een wereld van verschil. Wilders is hele bevolkingsgroepen aan het bashen. Dat heb je Bolkestein, Henk Kamp en Paul de Krom nooit zien doen. Het heeft voor de VVD volstrekt geen zin om Wilders op dit punt te gaan overschreeuwen. Van- uit onze ideologie kunnen we dat niet eens. Maar we moeten het vooral ook niet willen.”


Dat is mooi, maar D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold pakt de onderbuikgevoelens van Geert Wilders hard aan en spint daar electoraal garen bij.

“Ik heb mij altijd mateloos gestoord aan het dedain waarmee sommige politici praten over de term onderbuikgevoelens. Het doet mij denken aan de jaren negentig toen de agenda van de Tweede Kamer een heel andere was dan die van de samenleving. Op die manier naar het electoraat kijken is een schoffering van de kiezer. Want die mensen voelen al die narigheid dagelijks. Die hebben er tabak van en willen dat de politiek daar wat aan doet.

“Daarbij komt nog dat D66 niet de belangrijkste concurrent is voor de VVD. Van oudsher is het CDA onze concurrent en nu natuurlijk de PVV. D66 is eerder een bedreiging voor de PvdA. Pechtold komt ook zo op omdat hij heel erg zichtbaar is. Dat heeft ook te maken met de kleine fractie waarvan hij deel uitmaakt. Wanneer je met z’n drieën al die debatten moet doen, speel je jezelf als fractievoor-zitter ook meer in de kijker. Dat is dan ook de reden dat Mark Rutte de laatste tijd meer debatten is gaan doen. Parlementaire zichtbaarheid is van buitengewoon groot belang.”

Moet de VVD niet gewoon wat rechtser worden?

“Links en rechts waren twintig jaar geleden nog verdeeld door de sociaal-economische scheidslijn. Daar is nu een sociaal-culturele dimensie bij gekomen. En daar speelt de PVV op in; ze hebben het voortdurend over die islamisering. Vervolgens meten ze zich de rol van outsider in het parlement aan. Datzelfde proces zag je jaren geleden al met boer Koekoek, DS’70 en recenter natuurlijk met Fortuyn. De VVD heeft electoraal altijd last gehad van dergelijke ontwikkelingen. Dat Wilders het zo goed doet in de peilingen, heeft te maken met de manier waarop hij zijn standpunten ventileert. Maar dat zijn niet onze standpunten. Voor een oud-VVD’er is Wilders ontzettend behoudend. Wij moeten daar niet in meegaan; dergelijke hobbels moet je vermijden. Ik ga geen fakeverhalen houden ter wille van de peilingen. De VVD moet haar herkenbare liberale identiteit behouden. Dan hebben we tijdelijk maar wat electoraal ongemak. We moeten ons werk doen op basis van de inhoudelijk boodschap waar we altijd voor hebben gestaan. Dat betekent niet dat ons denken stilstaat. De PVV heeft in ieder geval niets met liberalisme van doen. Er is geen alternatief voor de VVD.”


Een deel van de VVD-achterban zegt dat Rutte misschien niet de juiste man is.

“Die mensen zullen er altijd zijn, dat is in elke partij zo. Ik zeg daarmee niet dat het irrelevant is. Maar er moet de komende jaren gekozen worden voor bestendigheid. Anders ben je marketingtechnisch buitengewoon onverstandig bezig. Wat mij betreft is het zeker dat Mark Rutte onze lijsttrekker is bij de verkiezingen. De VVD groeit nog altijd in haar rol als oppositiefractie. Oppositie voeren is een vak apart. De VVD leert iedere dag weer. Als VVD moeten we duidelijk maken dat we oplossingen bieden voor de huidige problemen. Ik heb er het volste vertrouwen in dat ons dat gaat lukken. Ik loop lang genoeg mee om te weten dat dat mogelijk is. We moeten hier in de Kamer ons werk goed doen. En niet iedere nacht wakker liggen van een peiling.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook

import vraag antwoord