Babyboom-bashing

Elke week op de site: een artikel uit HP/De Tijd. Deze week: de column van Beatrijs Ritsema.

Er is nauwelijks een onbenulliger label mogelijk om het gedrag van mensen te verklaren dan het begrip ‘generatie’, oftewel de tijd waarin iemand opgroeide. Vooruit, de astrologische tekens van de dierenriem zijn nog net een tikje  stompzinniger, maar veel ontlopen ze elkaar niet, deze ideeën over de invloed van iemands geboorte-era, dan wel geboortetijdstip. Het is allebei hocus pocus, maar terwijl het trekken van horoscopen vooral in damesglossy’s wordt beoefend, vindt het denken in termen van generaties plaats in kringen van even serieuze als gerespecteerde sociologen. Eén woord volstaat om de vérstrekkendheid van de generatie-theorie te verduidelijken: babyboomers.

Over het bijzondere van babyboomers (de generatie die geboren is tussen 1945 en 1955) zijn bibliotheken volgeschreven, aanvankelijk enthousiast van tendens (zij waren degenen die in opstand kwamen tegen verkalkte, autoritaire structuren en een frisse wind lieten waaien van seks, drugs en rock-’n-roll), maar recentelijk steeds aanvallender en vitteriger. Babyboomers zijn op dit moment de kwaaie pier en krijgen van uiteenlopende zaken de schuld, van de kredietcrisis en de verloederde moraal tot de spijtige opwarming van de aarde. Maar het belangrijkste verwijt dat deze generatie wordt gemaakt, is dat ze geen plaats wil maken voor jongeren. Babyboomers willen niet oprotten, houden vast aan hun maatschappelijke posities en daarin uit zich hun onversneden egoïsme.

In Trouw van 20 juni is het deze keer zowaar een ethicus die zich over twee dichtbedrukte pagina’s uitleeft in babyboom-bashing. Frits de Lange, professor te Kampen, 1955 – waarschijnlijk beschouwt hij zichzelf als net aan de goede kant van de streep geboren – wrijft het er maar weer eens in: dit is ‘een generatie die hardnekkig wil blijven en niet van wijken wil weten’. En hoe is dat zo gekomen volgens hem? Simpel genoeg: babyboomers  voerden de kreet Forever young! in hun vaandel en ze waren zo vermetel die ter harte te nemen. In plaats van aan religie en geestelijke zaken wijdden zij hun aandacht aan het onderhouden van hun lichaam op de sportschool en bij de plastisch chirurg. En last but not least: hun levensverwachting is veel te hoog. Die is de afgelopen anderhalve eeuw verdubbeld, dus ze beseffen niet meer dat het leven eindig is. Vroeger wisten mensen dat nog wel, want toen werden ze gemiddeld slechts veertig jaar oud.

Die laatste gedachte, dat er vroeger nauwelijks oudjes voorkwamen, berust op een schrijnend gebrek aan kennis van de demografie. De lage gemiddelde levensverwachting van vroeger eeuwen wordt bijna volledig verklaard door zuigelingen- en kindersterfte. Slaagden mensen erin hun geboorte en jeugd te overleven, dan haalden ze vaak ook wel de zestig of de zeventig. Op de schilderijen van de VOC-machthebbers staan geen broekies van 25 jaar geportretteerd, maar eerbiedwaardige zestigers die er niet over piekerden hun positie vrijwillig op te geven.

De vraag is sowieso waarom babyboomers zouden moeten wijken. Waar komt de gedachte vandaan dat iemand van 58 of 59 die werkt als rechter of politiecommissaris, voor de klas staat of een snackbar drijft of als freelancer een inkomen bij elkaar sappelt, hiermee zou moeten ophouden om een jonger iemand dat werk te gunnen? Wat moet die 59-jarige dán gaan doen om aan geld te komen? Als hij voortijdig met pensioen gaat en met een camper door Europa trekt of zich op de Balearenstranden uitstrekt, wordt hij van parasitisme beschuldigd. De Lange draagt het babyboomers zelfs na dat ze na hun pensionering liever hun levensstijl voortzetten dan hun kinderen een grote erfenis na te laten.

Blijkbaar worden babyboomers geacht hun baantjes op te geven en hun huizen en bezittingen bij leven naar hun kinderen of goede doelen over te maken. Vervolgens rest hun toch weinig anders dan op een ijsschots richting  Noordpool plaats te nemen. Tja, ’t is ook een methode om van een bevolkingssegment af te komen.

De hele theorie van de babyboomgeneratie als apart slag van verwende egoïsten heeft geen wetenschappelijke grond en, erger nog, als je om je heen kijkt, kun je er geen voorbeelden van vinden. Babyboomers doen wat alle generaties voor hen deden en wat alle generaties na hen ook zullen doen: zich aanpassen aan de omstandigheden van het moment. Dat daar egoïsme bij te pas komt, valt hun niet te verwijten. Zonder egoïsme overleeft niemand.

niek stolker