Het andere Iran

Elke week op de website: een artikel uit HP/De Tijd. Deze week de recensie van Alles wat ik verzwegen heb van Azar Nafisi door Bart Jan Spruyt.

De verkiezingen in Iran hebben tot een merkwaardige revolutie geleid, waarbij de keuze tussen de twee hoofdrolspelers, Ahmadinejad en Mousavi, lood om oud ijzer leek. Beide heren leken politieke bewegingen te representeren die de Islamitische Republiek van ayatollah Khomeini als zodanig, en de tirannie van het religieuze regime, niet ter discussie stelden. Maar achter de grote uitdager van het zittende regime bleek zich ineens een volksprotest te groeperen, dat inmiddels wordt gesymboliseerd door het gezicht van de 27-jarige Neda Agha Soltan. En daarbij ging het wel om vrijheid, om rechten en om democratie. Sinds vorige week zijn er overal initiatieven, ook in Nederland, om deze nieuwe Iraanse revolutie op allerlei manieren te helpen.

Wie het nieuws over de ontwikkelingen in Teheran en andere Iraanse steden probeerde te volgen, kwam erachter hoe weinig hij eigenlijk van dit land wist – een land dat niet Arabisch maar wel islamitischis, met een rijke Perzische geschiedenis en cultuur, een land dat ooit werd geregeerd door een sjah die door een verbannen ayatollah werd verdreven, een land dat een islamitische dictatuur werd met een kernwapenprogramma dat een regelrechte bedreiging voor de vrede in het Midden-Oosten en daarmee voor de gehele wereld werd. Een land dat Amerikaanse neoconservatieven wilde bombarderen, maar waarop president Obama aanvankelijk zelfs geen verbaal bommetje wilde doen neerdalen.

In zo’n situatie van onkunde en van ongemak over het gebrek aan kennis, is het lezen van de levensgeschiedenis van een persoon die in het land opgroeide en er hetnieuwe en andere Iran kwam te vertegenwoordigen dat we op de straten van Teheran hebben zien demonstreren, waarschijnlijk het beste wat je kunt doen. Zo’n boek is beschikbaar in de autobiografie van Azar Nafisi.

Azar Nafisi (1951) werkt tegenwoordig aan de Johns Hopkins University in Washington. Ze doceerde literatuur aan de universiteit van Teheran. Over die jaren, waarin het regime haar verbood de westerse literatuur nog langer te behandelen, schreef ze het boek dat ook in Nederland tot een bescheiden bestseller uitgroeide: Lolita lezen in Teheran (uitgeverij Arena), over het geheime leesclubje dat ze samen met zeven studentes vormde om die  westerse boeken toch te blijven lezen. Toen ze ook nog weigerde een hoofddoek te dragen, werd Nafisi definitief van de universiteit verwijderd. In 1997 verhuisdeze naar de Verenigde Staten.

In haar nieuwe boek vertelt zij over haar bevoorrechte jeugd in Iran, in een chique villawijk in Teheran, waar haar charmante vader Ahmad tijdens het bewind van de sjah burgemeester is en haar moeder Nezhat parlementariër. Het gaat over de revolutie van 1979, en over de ‘intieme dictatuur’ die haar dominante moeder met wreedheden en vriendelijkheden in het gezin weet te vestigen. Haar moeder overleed in 2003, haar vader twee jaar later, maar Nafisi mocht hun begrafenis niet bijwonen. In dit boek eert zij haar getroebleerde familie.

Nafisi beschrijft het leven in een dictatuur: een wereld van liegen en je verstoppen, van omzichtig manoeuvreren en van ontsnappen via de kracht van de verbeelding. “Ik dank de Islamitische Republiek Iran: door ons te beroven van het plezier van de verbeelding, van de liefde en van de cultuur dreef zij ons daar regelrecht heen. Geen macht of lomp geweld kreeg die geest terug in de fles.”

Door dit boek leren we de geest begrijpen die nu in een nieuwe revolutie door de straten van Teheran danst.

Bart Jan Spruyt