Luchtige laatbloeier

In een jaar tijd twee nummer 1-hits, een Edison en drie 3FM Awards. Na ruim tien jaar hard werken lacht het grote succes Ilse DeLange toe. ‘Nu ik de dingen loslaat, gaan ze vanzelf.’ door Jochem Geerdink

Gefeliciteerd, je prijzenkast begint uit te puilen.

“Dank je wel. Ja, zeker met dit album (Incredible, red.). Elke single die we uitbrengen, heeft succes. Dat is eigenlijk voor het eerst. Ik was tot nu toe een echte albumartiest, zoals dat dan heet. Nu is het en-en. Het is fijn als je liedjes veel gedraaid worden.”

Waarom lukt het je nu wel om hits te scoren, zijn je liedjes beter?

“Niet per se beter, misschien wel radiogevoeliger. Op mijn vorige plaat (The Great Escape, red.) liet ik wat meer mijn serieuzere kant zien. Op Incredible zit er wat meer ‘lucht’ in, ik klink wat toegankelijker. Je zou denken dat mensen blijkbaar niet zoveel zin in het leed van Ilse DeLange hebben, haha. Zelf vind ik het een welkome afwisseling.”

Dat je wat meer poppy muziek maakt is een bewuste keuze?

“Ik wilde in ieder geval een opgetogen plaat maken. Meer uptempo liedjes. De laatste jaren speel ik meer live en ik merkte dat het dan prettig is dat je meer uptempo nummers hebt om uit te kiezen. Het zal altijd een balans blijven – ik heb de zwaardere liedjes ook nodig.”

Staat deze nieuwe stijl dan nog wel dichtbij jezelf?

“Ja, ik ben als persoon ook iets luchti-ger geworden. Je wordt volwassen, leert beter omgaan met bepaalde ervaringen. Ik ben altijd mezelf, of probeer dat in ieder geval zo veel mogelijk te zijn. Al wordt dat natuurlijk weleens beïnvloed door zenuwen.”

Alleen door zenuwen, of ook door mensen om je heen die je vertellen hoe je bepaalde dingen moet doen?

“Nee, absoluut niet. Dat zou ook niet gezond zijn. De mensen met wie ik werk, weten dat ze niet eens hoeven te proberen mij te beïnvloeden.”


We kennen je als dat lieve, onschuldige, haast vertederende meisje dat altijd in een deuk ligt bij Paul de Leeuw. Ik zie je niet zo snel met je vuist op tafel slaan als iets je niet zint.

“Dat is gelukkig ook nooit nodig, maar ik ben wel heel duidelijk. Naast het beeld dat mensen van mij kennen van de televisie, heb ik ook een heel zakelijke en serieuze kant. Alleen zie je daar doorgaans niet zoveel van.”

Er is altijd weer dat verhaal van het schoenenverkoopstertje uit Almelo…

“Dat kun je maar beter accepteren. Op een gegeven moment ben ik gestopt met proberen daar enige nuance in aan te brengen. In het begin van mijn carrière heb ik heel vaak geprobeerd te ontkrachten wat er allemaal over mij geroepen werd. Ik zou de nieuwe Dolly Parton zijn. Of ik zou na al mijn succes in de Verenigde Staten eindelijk eens tijd hebben voor Nederland. Dat soort aankondigingen kreeg ik.”

Ik zeg: een prima springplank.

“Dat wel, maar het klopte niet. Ik probeerde het te nuanceren, maar kwam er uiteindelijk achter dat het niet heel veel zin heeft. Media willen iets heel zwart-wit stellen, zodat het uiterst duidelijk is. Zo ben ik niet. Al zou ik soms best willen dat ik op bepaalde vlakken iets meer zwart-wit was. Op muzikaal gebied heb ik wél een heel duidelijk beeld van wat ik wel en niet wil. Daarnaast sta ik tegenwoordig ook iets meer open voor suggesties van anderen. Toen ik net had getekend bij Warner in Nashville (in 1998, red.), niet. Ik hield invloeden van buitenaf heel erg tegen en heb daarmee zeker ook mensen die mij hadden kunnen helpen, afgestoten, weet ik nu. Ik had dat beeld van die grote, boze platenmaatschappij die mij had getekend en mij wilde veranderen. Terwijl de pret in het begin natuurlijk niet op kon.”


Van je debuut World of Hurt werden een half miljoen exemplaren verkocht.

“Natuurlijk speelde dat mee, de neuzen stonden allemaal dezelfde kant op. Daarna werd het moeilijker, omdat ze bij Warner allerlei suggesties deden en ik enorm de boot afhield. Ik was destijds heel gesloten. Ook wat dat betreft ben ik heel erg gegroeid; ik sta nu veel meer open voor suggesties. Druk heb ik eerlijk gezegd nooit gevoeld. Wel was ik heel erg bezig met serieus genomen worden. Ik vond het te gek wanneer andere muzikanten mijn platen goed vonden. Misschien was dat nog wel belangrijker dan dat de plaat goed verkocht werd.”

Voel jij je serieus genomen?

“Ja. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik in mijn beginperiode wel erg van het pretentieuze geneuzel was. Alles moest perfect, en daardoor sloot ik me tijdens optredens een beetje af. Bij de wat meer dramatische nummers werkte dat misschien nog wel voordelig. Maar nu weet ik dat ik juist beter presteer als ik zelf plezier heb in wat ik doe. Mensen die dicht bij mij staan, zeggen ook dat ik veel relaxter ben geworden.”

Wanneer is die omslag gekomen?

“Er is niet echt één duidelijk moment aan te wijzen. Het is meer de optelsom van kleine veranderingen, waardoor je op een gegeven moment tot de ontdekking komt dat het leuker is dan vroeger. Al heb ik het overigens altijd wel een soort van leuk gehad. Ik ben overwegend een vrolijk mens. Al word ik tegelijkertijd vrolijk van melancholie. De schoonheid die daar in zit, kan mij enorm inspireren. Melancholie is voor mij ook een vorm van vrolijkheid.”

Is dat vertrouwen?

“Absoluut, voornamelijk vertrouwen in mijzelf. Mensen denken vaak dat ik nooit onzeker ben. Maar je moest eens weten. Je wordt continu geconfronteerd met wat andere mensen van je vinden. Daarnaast was ik altijd al heel prestatiegericht, dat heeft ook invloed.”


Nu je dat hebt losgelaten, komt ineens het succes. Ironisch?

“Het is net zo’n handboek: ‘Laat dingen los en ze gaan vanzelf.’ Maar zo makkelijk is het nog niet. Ik heb er tien jaar voor nodig gehad. Ik heb sowieso het idee dat ik een laatbloeier ben.”

Er zijn mensen die denken dat je soms een rol speelt:

“Ad Visser zei laatst in Top of Flop dat ik een rol lijk te spelen om te voldoen aan de verwachtingen die ik denk dat mensen van me hebben. Dat ik nog steeds een soort van meisje speel. Terwijl ik écht mijzelf ben.”

Schrik je niet wanneer jij jezelf terugziet op televisie?

“O man, soms vind ik het verschrikkelijk! Dan denk ik: Ilse, doe toch eens wat rustiger. Gedraag je eens wat serieuzer. Of ik zie andere artiesten op televisie praten over hun muziek. Die zijn dan heel welbespraakt, leggen alles heel duidelijk uit in drie zinnen. Terwijl, als ik over muziek begin, dan gaat het gewoon loos. Soms ook door zenuwen. Voor interviews ben ik vaak zenuwachtiger dan voor optredens. Ik ben overigens niet bang voor vervelende vragen. Je mag mij alles vragen. Als je te ver gaat, dan zeg ik dat.”

Wat is het meest tegenstrijdige aan Ilse DeLange?

“Poeh, mijn karakter herbergt een flink contrast. Ik ben heel vrolijk en impulsief, maar kan tegelijkertijd heel zakelijk en hard zijn. Ik ben een ontzettend open boek. Volgens mij spreek ik alles wel uit. Dus ik ben mij er zelf niet bewust van dat ik iets verborgen probeer te houden.”

Wat vind jij verschrikkelijk om te doen?

“Wanneer ik iets anders moet doen dan ik normaal doe. Wanneer ik ergens naartoe moet in mijn functie als ‘bekende Nederlander’, dan voel ik mij hóógst ongemakkelijk. Jaren geleden heb ik meegedaan aan Dit was het nieuws. Iedereen vond het geweldig, maar voor mij was het verschrikkelijk! Ik voelde me ontzettend opgelaten, was bang dat ik als een ontzettend dom wicht zou overkomen. Tijdens de uitzending was ik helemaal gefixeerd op de klok daar, die aftelde hoe lang het programma nog zou duren. Die was niet vooruit te branden. Dat doe ik dus nooit meer.”


Kun jij überhaupt ‘nee’ zeggen?

“O ja hoor. Ik zeg geregeld ‘nee’.”

Zeg je ook ‘nee’ tegen aanvragen van goede doelen?

“Ik moet wel. Dat vind ik soms wel lastig, hoor. Je krijgt de meest hartverscheurende verhalen te horen. Ik ben daar veel te gevoelig voor, dus daarom is het goed dat niet alles meer direct bij mij zelf terechtkomt. Want dan ga ik toch twijfelen. Ik weet dat het erbij hoort. En ik weet ook dat ik op sommige momenten dankbaar gebruik maak van mijn bekendheid. Ik ben blij dat ik op die manier meer mensen kan bereiken. Maar ik wil ook niet maar de schijn wekken dat ik over de rug van een goed doel mijn eigen pr wil voeren. Daar probeer ik heel zorgvuldig mee om te gaan. Daarnaast wordt het effect natuurlijk ook minder als ik mezelf aan tig goede doelen verbind. Ik doe liever kleine dingetjes, waar geen of heel weinig media bij zijn. Bijvoorbeeld een ziekenhuis bezoeken.”

Frustreert het dat het tot nu toe niet gelukt is in Amerika?

“Die frustratie is er wel even geweest. Zeker omdat volgens het contract World of Hurt in de Verenigde Staten zou worden uitgebracht. Maar die belofte is Warner nooit nagekomen. De reden daarvoor is eigenlijk nooit hardop uitgesproken; je kunt er alleen maar naar gissen. Amerika heeft een enorme hokjesgeest. Ik denk dat de platenmaatschappij dacht dat ik voor het countryhokje te poppy was, en voor het poppyhokje te country klonk. Dus ik viel, en val, een beetje buiten de boot. Daarnaast denk ik dat het ook met mij persoonlijk te maken had.”

Je bent ‘te lief’ voor Amerika?

“Haha, ik denk juist dat ik niet lief genoeg ben. Ik had een heel duidelijke artistieke mening, terwijl je in Amerika juist heel erg open moet staan voor de mening van anderen.”


Authenticiteit is dus belangrijk voor je. Wat vind je dan van programma’s als Idols en X Factor, waar onbevangen talent wordt gekneed tot modelartiesten?

“Daar heb ik weleens moeite mee. Ik zou het zo mooi vinden wanneer dergelijke programma’s de kandidaten zelf liedjes zouden laten schrijven. Dat het pure aspect wat meer ruimte kreeg. Al hoeft het van mij echt niet alleen maar puur en credible en pretentieus te zijn.”

Ben je bang dat het morgen ineens voorbij kan zijn?

“Nee. Daar ben ik te veel optimist voor. Maar natuurlijk, succes is hartstikke vergankelijk. Dat weet ik inmiddels, en nu geniet ik er dan ook veel meer van.”

Wat ga je doen, als het morgen voorbij is?

“Ik zal altijd iets met muziek blijven doen. Wanneer dat betekent dat ik moet spelen in de kroeg op de hoek in Arnhem (haar woonplaats, red.), dan doe ik dat. Als ik maar mijn muziek kan blijven maken, dan ben ik gelukkig. Dat is altijd zo geweest en dat zal ook altijd zo blijven.”

import interview ilse de lange