Studeren à la carte

Deze week vinden op de middelbare scholen de diploma-uitreikingen plaats. De geslaagden verheugen zich op een lange zomer van feesten, vakantiebaantjes, trektochten en welverdiende ontspanning. Maar dan? Velen hebben op dit moment, twee maanden voor het begin van het nieuwe studiejaar, nog niet tot een opleiding besloten. Ze kunnen niet kiezen uit de mogelijkheden, en als die keus zich niet vanzelf opdringt de komende weken, nemen ze alsnog een gap year om er al zwervend door Zuidoost-Azië nog eens goed over na te denken. Niet dat dat langer nadenken veel helpt, want op reis gaan mag dan nuttig zijn voor de persoonlijke ontwikkeling, na een jaar weten velen nog steeds niet wat ze nu eigenlijk willen studeren. Het aanbod is te groot en elke keus is een verlies van het niet-gekozene.

Er zijn honderden mogelijkheden. Hoe moet een aankomend student bepalen wat voor hem of haar de geschikte keus is? Hoe meer voorlichtingsbijeenkomsten ze aflopen, hoe minder ze het weten, want elke studierichting vermengt informatie met zelfpromotie, en bovendien kan zelfs de meest gedegen voorlichting nooit de ervaring zelf overbrengen. Droogzwemmen is iets anders dan te water gaan. Dus kiest de aankomende student op een god-zegene-de-greep-manier voor iets wat hem ‘wel leuk’ lijkt, om in veel gevallen al snel erachter te komen dat dit helemaal verkeerd was. Na een jaar studie is dertig procent van de eerstejaars uitgevallen. Die moeten elders weer opnieuw beginnen, en het hele circus van tasten in jezelf naar motivatie en focus begint van voren af aan.

Het zou niet nodig moeten zijn, want studiekeus is niet zo belangrijk. Van de mensen die een bepaalde studie hebben gedaan, vindt slechts de helft ook zijn latere werk in dat specifieke vakgebied. De andere helft komt heel ergens anders terecht. Afgestudeerde cultureel-antropologen worden voorlichter bij de gemeente, chemici worden manager, politicologen komen voor de klas. Het afmaken van een universitaire opleiding is veel belangrijker dan de inhoud ervan. Aankomende studenten die zichzelf kwellen met eindeloos getwijfel over of het nu communicatiekunde moet worden of toch Europese studies jagen de hersenschim van de ‘enig juiste studie’ na. Het is een irrelevante keus, maar het feit dat die honderden opties überhaupt bestaan, wekt de indruk dat het wel zeker belangrijk is. Anders zou de maatschappij die keuzes toch niet bieden?


Wie goed naar de mogelijkheden kijkt, ziet dat er eigenlijk maar drie keuzes zijn. Net als bij de Citotoets gaat het om lezen, rekenen en wereldoriëntatie. Oftewel talen, exacte vakken en sociale wetenschappen. Oftewel alfa, beta en gamma. Oftewel humanities, science en social science. Oftewel het Angelsaksische college-systeem. In deze opzet gaan studenten naar de universiteit en kiezen zelf de vakken die hun interessant lijken. Ongebruikelijke combinaties zijn mogelijk. Als ze met enthousiasme voor alfa binnenkomen, kiezen ze vooral vakken binnen dat spectrum. Voor exacte en sociale wetenschappen idem dito. Per jaar moet een minimum aantal studiepunten worden vergaard. In het eerste jaar worden alle vakken op inleidingsniveau gegeven door middel van werkgroepen. Zo krijgt een eerste studiejaar het karakter van een intensief oriëntatiejaar waarin de student geleidelijk erachter komt waar zijn interesse ligt en waarin hij leert hoe studeren in z’n werk gaat. In de loop van de opleiding kunnen studenten dan veel gemotiveerder een hoofdrichting en een bijrichting kiezen.

Dit systeem heeft ongelooflijke voordelen, omdat de student niet vóór aanvang van de studie moet bedenken wat hij worden wil, maar al studerende zichzelf in een bepaalde richting vormt. Als een bepaald vak tegenvalt, bijvoorbeeld Inleiding in de psychologie, dan is dat geen reden om de hele studie eraan te geven (zoals voortdurend gebeurt bij studenten die in het huidige systeem voor de studie psychologie hebben gekozen); het betekent alleen maar dat de focus van de studie zich verlegt. Misschien smaakt het vak Taalwetenschap of Rechtsfilosofie wel naar meer. Hoe dan ook is het tegenvallende vak Psychologie geen weggegooide tijd, want het blijft – mits afgerond – meetellen voor het puntentotaal.


Universiteiten zullen niet op zo’n herstructurering zitten te wachten, maar een à la carte-opzet voor de bachelorfase maakt een eind aan de studiekeusproblematiek en de hoge uitvalpercentages en herintroduceert het begrip ‘algemene vorming’, iets wat vroeger bij de corebusiness van de universiteit hoorde.

import ritsema