Theater met poffertjes

Ook dit jaar is De Parade weer een mooie mix. Van kamperen en theater, van nostalgische circustenten en modieus slow food. Het evenwicht tussen de onderdelen wordt nauwlettend in de gaten gehouden. De Parade mag geen excuus worden voor ‘cultureel bier drinken’. De horeca mag het theater niet overvleugelen. Gevolg is dat je soms onmogelijk een houten klapstoel kunt bemachtigen op de terrassen, terwijl er nog wel plaats is op de houten banken bij de theatervoorstellingen. Patat is nergens te krijgen, maar taco’s, poffertjes, tapas en gadogado wel.

Bestaat er zoiets als een ultieme Paradevoorstelling? De vraag is dan wat de kenmerken zijn. De directe binding met het publiek, de circusachtige setting, de ondeugende grappen, de lage drempel, de eigenzinnigheid, of zijn het de onverwachte mechanische effecten?

Een goede kandidaat voor de ultieme Paradevoorstelling zou ZAP Holland door De Bres, Lucieer, Temmink en Varga kunnen zijn. Het publiek mag telkens uit twee onderwerpen kiezen, waarna de vier acteurs met dat onderwerp aan de haal gaan. Soms wordt het poppenkast met Jan Klaassen en Katrijn, dan weer een scène uit Op hoop van zegen. Telkens met een greep uit de kist met kleren, rare typetjes en veel woordspelingen. Goede acteurs en alles in sneltreinvaart. Waar voor je geld.

Gedurfd is de voorstelling Pool (no water) door Productiehuis d*Amor. Over een verveeld groepje jonge kunstenaars wier hedonistische leven van loungen en feesten een bizarre wending krijgt als de gastvrouw in het zwembad duikt. Waar geen water in staat. Haar bewusteloze lichaam is nu overgeleverd aan de grillen van haar gasten. De wereld van seks, kunst, drugs en privézwembad wordt wrang verbeeld. De voorstelling gaat swingen als de muziek begint.

Een andere kanshebber voor de ultieme Paradevoorstelling is Go Vote!, een ‘zwevende kiezerskomedie’. Twee medewerksters op een stembureau vervelen zich stierlijk en hebben elkaar aanvankelijk ook helemaal niks te zeggen. Jacqueline Blom speelt de volkse Sylvia (‘Zeg maar Syl’). Haar politieke opvattingen baseert ze op de televisie waar mannen aan tafels zitten en dan een en ander roepen. Naast haar speelt Raymonde de Kuyper de kakkineuze Bea (‘Ik heet Beatrijs!’). Zij heeft de verkiezingsprogramma’s wel gelezen. Tegen sluitingstijd gebeurt er wat: iemand blijft wel erg lang in het stemhokje hangen. Ze weten even niet wat ze moeten doen. Stemadvies geven? Beide actrices krijgen met hun spel de volle tent helemaal stil. Je vergeet de knieën in je rug van de mensen achter je en het kermisgeluid van buiten. En dat is knap.


Man met Hoed van Circuswerkplaats Boost zit vol acrobatiek en slapstick. In een decor vol verrassende perspectieven duiken uit alle hoeken vijf bijna identieke mannen met zwarte bolhoeden op. Zonder een woord te wisselen zijn ze afwisselend elkaars evenbeeld, aanvulling en tegenstander. De vergelijking met de licht absurdistische schilderijen van René Magritte dringt zich op. De kunsten van de spelers dwingen stilte en respect af.

Te veel verscheidenheid dus, voor zoiets als een ultieme Paradevoorstelling. En waarschijnlijk is dat maar goed ook. Zo blijft de Parade verrassen. Pieter Rings

De Parade

26 juni – 5 juli Den Haag

10 juli – 26 juli Utrecht

31 juli – 16 augustus Amsterdam

www.deparade.nl

import theater