Uit die boerka!

De Franse president Nicolas Sarkozy verklaarde vorige week de oorlog aan de boerka. Europees Parlementslid Jeanine Hennis-Plasschaert steunt Sarkozy. Nederland moet snel volgen, vindt zij. Als steunbetuiging poseerde ze voor HP/De Tijd in boerka. “De vrijheid van godsdienst is geen oneindig recht.”

Een vernedering voor vrouwen. Dat is de boerka, de allesbedekkende kleding die sommige moslima’s dragen, volgens de Franse president Nicolas Sarkozy. De boerka is dan ook niet langer welkom in Frankrijk. Sinds 2005 wordt er ook in Den Haag gepleit voor een boerkaverbod. Maar een boerkaverbod an sich staat op gespannen voet met de grondwet. Oud-VVD-Kamerlid Henk Kamp lanceerde vorig jaar toch een wetsvoorstel om de boerka te verbieden.

Den Haag worstelt met het onderwerp. In 2005 nam de Kamer een motie aan, gesteund door het CDA maar niet door de PvdA, die pleitte voor een algeheel verbod. Maar bij de aantreding van het kabinet in 2006 stapte de huidige coalitie weer af van dit idee. De ChristenUnie is ronduit tegen een verbod. PvdA-onderwijsminister Ronald Plasterk heeft, onder druk, de boerka inmiddels uit het onderwijs verbannen. Maar het CDA pleit weer voor een hardere lijn: geen boerka’s in het openbaar vervoer en mogelijk ook niet in de auto. Kortom: de boerka is onwenselijk, maar dit kabinet durft geen duidelijk standpunt in te nemen.

Tot ergernis van VVD-Europarlementariër Jeanine Hennis-Plasschaert. “In Nederland lopen we eindeloos over eieren. De Franse president stelt een heldere norm: die boerka kan niet en is vernederend. En wat gebeurt er in Den Haag? Eindeloze debatten, geneuzel over details. Zeg nou gewoon: wij willen die boerka niet.” Hennis-Plasschaert ziet de Nederlandse geschiedenis als één van de oorzaken van het moeizame debat. “Je moet de huidige situatie natuurlijk zien in het licht van de verzuiling. Maar de vrijheid van godsdienst is geen oneindig recht. Het is 2009, dit debat móet gevoerd worden. Of het nu gaat om de boerka, een leraar die ontslagen wordt vanwege z’n seksuele geaardheid, of een partij die géén vrouwen in de politiek wil.”

Maar de vergelijking met de Fransen gaat niet helemaal op. Het land is laïcistisch. Laïcité is een Franse vinding. Het begrip komt er op neer dat elke godsdienst als een privé-aangelegenheid wordt beschouwd en dat religie en het openbare leven niet samengaan. Zie het als een scheiding van kerk en staat plús. Godsdienstige uitspraken komen in de Franse politiek nauwelijks voor; het merendeel van de scholen is openbaar. Vandaar dat het hoofddoekverbod relatief makkelijk wet kan worden. “De islam moet net zozeer gerespecteerd worden als de andere religies in de republiek,” zei Sarkozy. “Maar het dragen van een boerka valt niet onder de godsdienstvrijheid. Het probleem van de boerka is geen religieus probleem, maar een probleem van de waardigheid van de vrouw. De boerka is dan ook niet welkom op het grondgebied van de republiek.” Dat wettelijke verbod kan er dus komen, wat de Franse president betreft.

In het van oorsprong verzuilde Nederland werkt het anders dan in Frankrijk. Toenmalig minister van Integratie Rita Verdonk zei in 2005 al dat een letterlijk boerkaverbod niet haalbaar is. Dat komt te dicht bij de aantasting van grondwettelijke rechten. En die discussie wil de Kamer vooral niet gaan voeren. Vandaar dat er omtrekkende bewegingen worden gemaakt. De VVD wil een ‘verbod op gezichtsbedekkende kleding’. Dat betekent dat de boerka en nikab op straat niet gedragen mogen worden, maar een bivakmuts of capuchon óók niet. VVD-Kamerlid Paul de Krom: “Een boerkaverbod is juridisch niet houdbaar. Ons hoofdargument blijft echter dat gezichtsbedekkende kleding een gevaar oplevert voor de openbare orde. Het is een veiligheidskwestie. Vandaar dat ons wetsvoorstel breder is dan alleen die sluier. Je moet mensen gewoon in het gezicht kunnen kijken. Dus geen boerka’s op straat, maar ook geen capuchons en bivakmutsen.”

Of dat boerkaverbod, al dan niet onder het eufemistische kopje ‘een verbod op gezichtsbedekkende kleding’ er komt, is dus nog maar de vraag. Ook de linkse partijen weten niet precies wat ze met de kwestie aanmoeten. GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi: “Links-progressieve partijen zoals de mijne worstelen met de boerka. De worsteling zit aan de ene kant in de religiekritische houding van links-progressieve partijen en aan de andere kant in het recht van minderheden om hun eigen ding te doen. Dat botst met elkaar in het boerkadebat. Helemaal voor moslims, die de laatste tijd in de hoek zitten waar de klappen vallen. Ik heb ook het idee dat er meer debatten over de boerka zijn geweest dan dat er daadwerkelijk rondlopen. Maar die boerka staat symbool voor iets waar we op tegen moeten zijn. Ik krijg een raar gevoel als ik iemand in boerka voorbij zie lopen. Het straalt geen vrijheid uit, maar gevangenschap. Het is een lopende gevangenis. Daarom kan ik mij wel vinden in die uitspraak van Sarkozy. Als leider doet hij dat goed, hij neemt stelling: een boerka is vernederend. Het zou het mooiste zijn als die vrouwen zich zélf van die boerka zouden bevrijden.”

Stadsdeelvoorzitter van het Amsterdamse Zeeburg Fatima Elatik (PvdA), waarschijnlijk de eerste bestuurder met een hoofddoek, betwijfelt of een algeheel boerkaverbod iets zal uithalen. “Volgens mij gaat dat averechts uitpakken. Toen de hoofddoek in Frankrijk verboden werd, was de reactie dat steeds meer moslima’s een doekje gingen dragen.” De politica wijst ook op het feit dat veel boerka-draagsters bekeerde moslima’s zijn.

“Voor zover ik weet, loopt er in Zeeburg één. En dat is volgens mij een Nederlandse vrouw.”

Paul de Krom zal het wetsvoorstel na de zomer indienen. Maar het is nog maar de vraag of er in de Kamer een meerderheid voor is. En hoe de coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie zullen reageren. Er zijn tijdens Balkenende IV vaker standpunten vloeibaar geworden. De Krom heeft desondanks vertrouwen in een rechte rug bij het CDA: “Ik reken op de steun van het CDA. Wie A zegt, moet ook B zeggen.” Elatik ziet meer beren op de weg: “Een boerkaverbod is niet te handhaven. Moet de politie boetes gaan uitdelen aan vrouwen in boerka? Die heeft wel wat beters te doen. Er lopen ook mensen met een hanenkam of een gepiercet gezicht over straat. Er is nog zoiets als het recht op zelfbeschikking. Wanneer een vrouw een boerka draagt, sluit ze zich af van de maatschappij, dat is zeker. Maar een Haagse regel gaat dat niet oplossen. Het lijkt mij veel verstandiger wanneer de lokale overheden het probleem te lijf gaan door met die mensen te gaan praten. Uiteindelijk is er maar één iemand die die boerka uit kan doen en dat is de vrouw die hem draagt.”

Het laatste woord is aan Hennis-Plasschaert: “De boerka heeft wat mij betreft niets te maken met religieuze identiteit. Het is een teken van onderdrukking. Ik hoop dat het kabinet de lijn van Sarkozy zal volgen. Die boerka moet uit.”

Bas Paternotte