De Palingtoer

Volendam heeft er sinds kort een attractie bij: een excursie langs Bekende Volendammers. Op zoek naar Jan Smit, de vriend van Jan Smit, de ex-schoon-moeder van Jan Smit en de betovergrootmoeder van Jan Smit.

Wijzend op het monumentale gebouw achter hem zegt de gids: “Dit is Hotel Spaander, het beroemdste hotel van Volendam. Het is al meer dan honderd jaar oud en…”

Tromgeroffel, in de vorm van regendruppels op paraplu’s.

“…de ouders van Jan Smit hebben hierbinnen weleens aan een tafeltje gezeten!”

Een paukenslag. Ditmaal een denkbeeldige. Maar hij komt niet minder hard aan.

Om zijn woorden kracht bij te zetten, laat de gids een geplastificeerde foto rondgaan. En verdomd, daar zitten ze, aan een tafeltje met hoogpolig tapijt, een schemerlampje en een pot suiker: Ruud en Gerda Smit, vader en moeder van Volendams grootste exportproduct na de gerookte paling. Zomaar aan een tafeltje in Hotel Spaander! Dat álle Volendammers daar weleens hebben gezeten, vermoedelijk deze week nog, zal ik maar niet zeggen. Er zijn mensen die voor deze Volendammer Sterrentoer hebben betaald – twee echtparen, een vriendenstel en wat pubers, om precies te zijn – en die wil ik het plezier niet bij voorbaat ontnemen. Zeker niet nu ze al zeiknat zijn geworden van de regen.

De Volendammer Sterrentoer is een initiatief van Raoul Serrée, de onvermoeibare baas van het hoofdstedelijke evenementenbureau Van Aemstel Produkties. Eerder al organiseerde hij een Sterrenjacht door Amsterdam-Zuid, waar met fietsen en keukentrapjes de buurt rond de P.C. Hooftstraat onveilig werd gemaakt. Het gefortuneerde wild was op z’n zachtst gezegd niet zo te spreken over deze safari’s. Zo kondigde glamourkoningin Connie Breukhoven aan Serrée ‘een dwarslaesie’ te schoppen, mocht ze hem met zijn keukentrapje tegenkomen. De Sterrenjacht is sindsdien een weinig aangepast (“We gluren niet meer echt naar binnen”) en sowieso in populariteit overvleugeld door een bestseller als de Baantjertoer, waarbij een besnorde imitatie-De Cock (Arie Blom, een gepensioneerde trambestuurder uit Den Haag) groepen vrijgezellen en dagjesmensen door crimineel Mokum leidt. Die toer kende slechts één moment van echte spanning, toen de nepspeurder tijdens de afsluitende borrel in ‘Café Lowietje’ op Piet Römer stuitte, de acteur die jarenlang gestalte gaf aan de échte De Cock. Toen Römer hem op barse toon toebeet: “Zo, plagiaatpleger. Kan ik effe met je afrekenen?” sloot de beunhaas zichzelf op in het toilet.


Ook dat incident heeft de expansiedrang van de vindingrijke Serrée niet kunnen intomen. Zo organiseert hij sinds kort excursies naar de verzakte panden langs de Noord/Zuidlijn. En voert hij groepen belangstellenden langs plekken waar BV’ers, ofwel Bekende Volendammers, zich ophouden. Want Volendam is hot, sinds de TROS er wekelijks over berichtte in de zogeheten Palingsoap. Een docudrama dat eindigde op het moment dat de beroemdste zoon van het dorp, zanger Jan Smit, zijn relatie met actrice Yolanthe Cabau van Kasbergen (door kwaadwillenden ook wel ‘Karbouw van Cashbergen’ genoemd) op de klippen zag lopen. Dat bleek een gebeurtenis van nationaal belang, waar zelfs premier Balkenende zich over meende te moeten buigen.

Maar hoe heet Volendam in spreekwoordelijke zin ook mag zijn, feit is dat we op deze zondagmiddag staan te rillen van de kou. Met dank aan een zéér plaatselijk buienfront, precies boven de fameuze Dijk. De Sterrentoer kon dan ook pas beginnen nadat reisleider Serrée een souvenirwinkel was in gedoken om voor alle deelnemers een weggooiparaplu te kopen.

“Maar niet alleen de ouders van Jan Smit hebben in Spaander gezeten,” gaat Serrée verder, in een dappere poging boven het gekletter uit te komen, “ook Jan Peter Balkenende is hier weleens geweest.” En om de pubermeisjes bij het verhaal te houden: “Weten jullie wie dat is, dames? Juist, de president.”

En daar gaan we, ons een weg kappend door het regenwoud van toeristen dat de Dijk heeft overwoekerd. Serrée zet er meteen flink de (natte) sokken in. Wijzend op de eerste zijstraat rechts: “Daar heb je het Gat van Nederland, een kroeg waar de Volendamse jeugd graag komt. Jan Smit ook. Maar het is niet zijn stamkroeg, want daar lopen we nu heen.” Dus sprinten we naar een drinkgelegenheid even verderop. Café De Vrijheid, de winkel van – deze informatie komt niet van Serrée, maar uit VI – voormalig profvoetballer Nico Runderkamp, puilt deze zondagmiddag al evenzeer uit van de dorstige vissersjongens en -meisjes. En wij, deelnemers aan de Sterrentoer, staan er gefixeerd naar te kijken – in de stromende regen. Serrée graait in zijn paperassen, haalt er een Telegraaf-knipsel uit en houdt het demonstratief omhoog, zoals Neville Chamberlain in 1938 deed met het Brits/Duitse anti-agressiepact (al was het toen droog, meen ik me te herinneren). Bijna schreeuwend: “Met dít meisje heeft Jan Smit gezoend op het toilet van De Vrijheid!” We kijken afwisselend naar de foto van de blonde Liza en naar de overvolle kroeg waarin zich Het Toilet moet bevinden. We zijn er stil van.


Serrée is inmiddels al enkele tientallen meters verder en staat naast een standbeeld van een eeuwenoud Volendammer vissersvrouwtje. Het is al op dit punt in de toer dat hij besluit om ook het laatste beetje gne overboord te gooien. “We staan hier naast de betovergrootmoeder van Jan Smit!”

Niemand reageert – en dat pleit voor de groep. Serrée, iets minder luid: “Alhoewel, dat weet ik niet zeker.” Dan, zich herpakkend: “Maar wat ik wél zeker weet: aan de overkant ligt Marken!”

Wat dit met de Sterrentoer van doen heeft, blijft ongewis. Serrée vertelt er in elk geval niet bij dat daar de BM’ers (Bekende Markenaren) Aart Staartjes en Lydia Rood wonen. In plaats daarvan wijst hij op de Wir War Bar, gevestigd op de plek waar ook ooit café De Hemel was gevestigd. “Hier is tien jaar geleden of zo die brand geweest. Er werden sterretjes afgestoken en toen vatte de kerstversiering vlam.

Er zaten ook veel vrienden van Jan Smit binnen!”

En met die laatste toevoeging zitten we weer midden in de Sterrentoer. Voort gaat het dus, naar het rustige gedeelte van de Dijk, waar tegen het einde halt wordt gehouden. Serrée, op bijna samenzweerderige toon: “Nu niet met z’n allen voor het raam gaan staan, maar daar, bij die rode deur, woont de ex-schoonmoeder van Jan Smit.”

Kijk, dat pak je toch maar mooi even mee! De thuishaven van Richarda Cabau van Kasbergen, die een hele rits bloedmooie dochters op de wereld zette en getrouwd was met de onderkoning van Ibiza, maar na diens dood en de breuk met de toch-niet-zo-ideale-schoonzoon Jan Smit nu zit weg te kwijnen in een dorp waar het altijd naar vis ruikt. Serrée, op gepaste afstand van de rode deur: “Die dode vader, daar heeft Jan nog een liedje over geschreven. Iets met een ster of zo.”


Tijd om ter plekke de titel van die compositie boven water te krijgen is er niet, want we moeten dóór. En niet zo’n beetje ook. We slaan zijstraat na zijstraat in, steken met versnelde pas zebrapaden over, trappen van de ene plas in de andere en lijken constant tegen een mensenstroom in te lopen. Maar uiteindelijk, na een klein kwartier marcheren, zijn we dan aanbeland bij wat het hoogtepunt van de Sterrentoer moet zijn. Serrée gaat voor de groep staan en neemt plechtig het woord.

“Dames en heren, hier achter mij: het huis van Jan Smit!” Gemompel.

Serrée: “Alleen jammer dat er nu net een tent voor staat en dat alle rolluiken omlaag zijn. Ja, dat heeft hij gedaan tegen de fotografen, die het huis dag en nacht belaagden na de breuk met Yolanthe.”

Voor de duidelijkheid: we staan aan de achterkant van het huis. Sterker: die achterkant bevindt zich ook nog eens aan de overkant van een sloot. Sterrentoertechnisch is dit niet bijster sterk. Als je in Beverly Hills langs de stulpjes van Madonna en Ozzy Osbourne wordt geleid, krijg je tenminste de voordeur te zien. Bovendien regent het er zelden. Serrée, pogend de stemming er weer in te krijgen: “Hier heb ik een foto van de voorkant van het huis!”

En niet zomaar een foto, maar gemaakt op de dag dat Yolanthe het pand voor het laatst verliet. Een plaat met eeuwigheidswaarde dus. Al zal Jan ‘m zelf vermoedelijk niet in zijn plakboek stoppen. Over Jan Smit gesproken: zijn stem klinkt al de hele tijd door het natte geboomte van Volendam – en bepaald niet op kinderachtig volume. Navraag leert dat hij vandaag, samen met collega-artiesten als Nick & Simon en 3JS, een concert geeft in het stadion van de plaatselijke voetbalclub. Inderdaad, uitgerekend op de dag dat Serrée mensen langs de huizen van diezelfde artiesten loodst. Huizen die op dit moment dus leeg zijn, waarmee de kans om een glimp van de bewoners op te vangen nihil is. Weten we trouwens meteen waar die meute heen ging waar we net de hele tijd tegenaan botsten.


Serrée beseft dat hij de boel nu niet moet laten inzakken en zet het gezelschap weer in beweging. “Simon woont hier vlakbij, maar we gaan nu naar het huis van Nick.” Het lijkt wel codetaal, à la ‘het weiland is groen voor de haas’. Maar iedereen in de groep weet dat ‘Simon’ staat voor ‘Simon Keizer’ en ‘Nick’ voor ‘Nick Schilder’, de twee razend populaire zingende vrienden van… U mag nooit meer raden.

Op de hoek van de Edammerweg en de Berend Emmerstraat beleven we een moment van intens geluk als we daadwerkelijk op het onderkomen van Nick Schilder stuiten (Serrée: “Niet voor de deur hangen!”). Het huis, geeft Serrée als waardevolle extra informatie mee, heeft ooit toebehoord aan de dochter van Jaap Buijs, de manager van Jan Smit. En dat is niet alles: ook de zús van Jan Smit, Monique, moet hier ergens bivakkeren. Serrée: “Ik heb hier een foto uit de Weekend. Kijk, er staat een pijltje bij het huis, maar het adres wordt niet genoemd. Zullen we even met z’n allen gaan zoeken waar het is? Dan hebben jullie de primeur!”

Eigenlijk is de Sterrentoer sowieso een speurtocht, bekent Serrée binnensmonds. Normaal gesproken stuurt hij de gezelschappen dan ook met een groot aantal opdrachten (“Noem vijf typisch Volendamse achternamen”, “Wat betekent usters?”, “Fotografeer een paling”) de Dijk op en blijft hij zelf achter een kop koffie bij Spaander zitten. Wel zo lekker, zeker als het regent.

Huize Monique wordt vrij snel gelokaliseerd en hup, daar voegt Serrée weer een hotspot toe aan zijn Sterrentoer. In de knip, zogezegd. Het huis van Buijs, ergens op nummer 73, zat daar al in. Serrée, met de broodnodige achtergrondinformatie: “Jaap Buijs was ook ooit de manager van Pussycat.” Tegen de natgeregende meisjes: “Die groep kennen jullie vermoedelijk niet, was een soort Dolly Dots.”


En voort gaat het, over de Meerzijde, waar we een vrouw in authentieke Volendammer klederdracht ontwaren. Serrée bedenkt zich geen moment en duikt boven op de nietsvermoedende autochtoon.

“Mogen wij even met u op de foto?”

De vrouw, zelf overduidelijk bezig een gezelschap rond te leiden: “Nou, ajje het HEUL snel doet!”

Serrée, tegen de HP/De Tijd-fotograaf: “Klik effe.”

Onmiddellijk daarna duiken we de wirwar van ultrasmalle straatjes achter de Dijk in, het zogeheten ‘doolhof van Volendam’. Daar nu, meldt de reisleider, woont Kees Tol. Eh, Kees Tol?

Serrée: “Da’s een vriend van Jan Smit, die kennen ze uit de soap. Ik ken ‘m verder ook niet.” En ineens weet ik het: ik zit in de Dik voor Mekaar Show! In een heel oude aflevering, die rond 1975 door de NCRV-radio is uitgezonden. Hoor hoe een auto start en de stem van de overenthousiaste presentator door de ether schalt. “En zo zit ik hier dan naast de heer Hengstebrouwer van de VVV, die oen zit achterin. Meneer He…”

De Groot, de oen in kwestie: “Kun je effe opzij gaan Dik? Dan kan ik ook wat zien.”

De ‘Bekende Mensen Route’ van de heer Hengstebrouwer voert langs een aantal huizen van Bekende Nederlanders uit die tijd. Naast het pand van Mies Bouwman (“Is een rijtjeshuis met acht andere. Een van de acht is het.”) zijn daarin opvallend veel woningen van NCRV-coryfeeën opgenomen, zoals die van Barend Barendse (“Dat huis is pet”), Kick Stokhuyzen (“Een kale bedoening”) en geheelonthouder Johan Bodegraven, in wiens tuin uiteraard stapels lege flessen worden aangetroffen. Hengstebrouwer start zijn toer evenwel met het huis van Theo Vermeulen.


De Groot: “Theo Vermeulen?”

Dik voor Mekaar: “Wie is dat?”

Hengstebrouwer: “Da’s een hele goeie kennis van mij.”

En op de retorische vraag van het duo dat die Vermeulen ‘toch helemaal niet bekend’ is, antwoordt de reisleider: “Ik ken ‘m heel erg goed.”

Kees Tol woont vlak bij de plek waar Jan Tol op 10 augustus 1941 door de Grüne Polizei werd neergeschoten. De plaquette die aan die gruwelijke gebeurtenis herinnert is niet in de Sterrentoer opgenomen. Wel wijst Serrée op een aloud Volendams gebruik. “Kijk, ze hebben hier altijd de voordeur openstaan!”

“Nou, ik doe ‘m zo weer dicht, want die Jan Smit ken ik niet meer horen!” bromt de eigenaar van zo’n voordeur. Het geluid van de zanger raast inderdaad als een verbale windhoos over het dorp.

En dan houdt het op met regenen. Spijtig genoeg staan we inmiddels ook alweer voor Hotel Spaander. Serrée: “Dames en heren, dit is het einde van de rondleiding. We zijn bezig met het ontwikkelen van een toer met een busje, zodat we ook de buitenwijken kunnen meenemen waar de écht rijke Volendammers wonen, zoals Jan Keizer en Piet Veerman.”

Ik wens hem daarbij veel succes en struin vervolgens op eigen kompas de Dijk af, koers zettend naar het adres Slobbeland 19, waar die ándere Jan Smit resideert, de palingroker. Want van deze heb ik mijn buik nog niet vol.

www.sterrentoer.nl

Michiel Blijboom