‘Film is klotiger dan tv’

Een jaar of tien geleden dacht het grote publiek nog dat acteurs zelf hun teksten schreven. Maar meer en meer beginnen films en series een ‘schrijversgezicht’ te krijgen. In gesprek met drie schrijvers van het betere script: Robert Alberdingk Thijm, Frank Houtappels en Frank Ketelaar.

Regisseurs zijn ijdeltuiten, maar scenarioschrijvers zijn aardige bescheiden mensen. Zo verwoordde Jean van de Velde een aantal jaar geleden in HP/De Tijd het clichébeeld. Wat is daarvan waar?

Frank Houtappels (ironisch): “Nou, dat klopt wel. Vriendelijk zijn we! Of we doen alsof, in ieder geval. Beleefd, voorkomend. En soms ook best wel knap, ja.”

Frank Ketelaar (serieus): “Scenarioschrijvers hebben vaak een iets minder groot ego dan een regisseur – dat klopt wel. Ons werk is in principe halffabrikaat. Er gaat nog een regisseur overheen.”

Robert Alberdingk Thijm (verontwaardigd): “Halffabrikaat? Wij maken composities.”

Ketelaar: “Dat vind ik te veel eer voor een scenarist. Dat meen ik serieus. Ik regisseer ook weleens, en dan merk ik wat je, alleen in de montage al, kunt veranderen aan toon, gevoel, spanningsopbouw en humor. Dat soort elementen kun je maken en breken, veel meer dan je denkt als je het script schrijft.”

Alberdingk Thijm: “Nou, ik ben me tijdens het schrijven van een script toch wel bewust van hoe het drama verloopt. Juist met minuscule dingetjes geef je aan hoe de spanning, humor, ontroering verloopt. Ik ben altijd verrast als ik het terugzie, maar ik denk nooit: het is anders geworden dan ik bedoelde.”

Ketelaar: “Als je hetzelfde script laat verfilmen door Norbert (ter Hall, red.), Joram (Lürsen) of Jean (van de Velde), krijg je echt héél andere films. Bij de een wordt het geestig, bij de ander net níet.”

Houtappels: “’t Schaep met de 5 pooten had acht afleveringen, vier verschillende regisseurs.”

Ketelaar: “Dat is toch anders, want daar is de stijl al gezet, en je werkt met hetzelfde decor, dezelfde cameraman en dezelfde acteurs die hun rol bewaken…”


Houtappels: “Ja – en met dezelfde schrijver!”

Ketelaar: “Dan krijg je toch al snel één gevoel.”

Alberdingk Thijm: “Een regisseur voegt zijn eigen temperament aan een script toe. Het is als een liedje dat door verschillende mensen gecoverd wordt. Het kunnen totaal verschillende liedjes worden, maar de kracht van het liedje zit ‘m in de tekst en compositie.”

Houtappels: “Een goed scenario is toch de basis. En meer: het is het kloppend hart. Vind ik echt.”

Robert, jij zegt: Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik mijn scenario niet herkende in een film. Betekent dat het altijd goed uit de verf komt?

Alberdingk Thijm: “Ja, fantastisch. Het is altijd mooier dan ik me had kunnen voorstellen. Omdat wat een regisseur en acteurs kunnen – het in beeld brengen – niet is wat ik voor me zie als ik schrijf.”

Ketelaar: “Dat is toch niet altijd waar. De helft van de keren zak ik door de bank van ellende.”

Maar Frank, is dat niet het verschil: dat jij ook regisseert, en al heel beeldend kijkt?

Alberdingk Thijm: “Ja, dat denk ik wel. Ik zie geen shots voor me als ik schrijf.”

Ketelaar: “Ja, dat is waar: ik zie dat wel. Ik word heel vaak positief verrast, maar toch ook vaak negatief. Hoewel dat de laatste jaren minder wordt, omdat ik tegenwoordig met heel goede regisseurs werk.”

Alberdingk Thijm: “Ik mag ook niet klagen. Ik werk met Dana Nechushtan, Rita Horst, Norbert ter Hall, Jean van de Velde. Ik vind het heel prettig om echt samen te werken met een regisseur. Dat je sámen iets maakt. Af en toe gebeurt dat niet, dan zegt een regisseur: laat mij maar, ik doe het, je ziet het wel als het af is. In zo’n geval ben ik weleens teleurgesteld, ja.”


Wat is er leuk aan scenarioschrijven?

Ketelaar: “Het is het leukste wat er is. Je doet het in je eigen tijd, je bent eigen baas. Je kunt alles doen wat je wilt, je bent god van het verhaal. Als je 26.000 helikopters voorbij wilt laten vliegen, dan doe je dat. Nou ja, dat is wat onrealistisch – maar je kan het wél bedenken.”

Alberdingk Thijm: “Je bent de eerste die alles ziet, de enige premièregast op je eigen creatie.”

Houtappels: “Je kunt je meest stiekeme fantasieën verbeelden. Mensen laten zeggen en doen wat jíj wilt. Wraak nemen op mensen. Als je dingen hebt bedacht en je ziet ze terug, is dat – in alle bescheidenheid – een enorme kick.”

Alberdingk Thijm: “Het leuke van schrijven is dat je nog niet weet wat het gaat worden. Als je typt, wil je óók jezelf verrassen.”

Ketelaar: “Ik heb inmiddels een behoorlijke ervaring, maar iedere keer als je begint aan een script, sta je weer net zo in je blote reet.”

Alberdingk Thijm: “Het is ook altijd zo gnant als je moet uitleggen waar het over gaat in het begin, dan sta je weer hakkelend bij zo’n omroep: ‘Ja, het gaat dus over…’ Dan begin je te vertellen en terwijl je jezelf hoort praten, denk je: dit zal wel helemaal níets zijn.”

Houtappels: “Ik heb weleens een cursus scenarioschrijven gedaan bij het Binger Instituut bij Amerikaanse gastdocenten. ’s Ochtends bedacht je een verhaal, dat je ’s middags voor de klas moest pitchen. Dat houdt in dat je in drie zinnen moet zeggen waar het over gaat. Dat moest dan ook nog in het Engels. Als je dan zei: ‘Well, dus, uh… my movie is about a girl and a boy, working in a supermarket and uh…’ dan riep de docent al: ‘Boring!’ Het klopt ook wel. Als je je idee niet binnen drie zinnen in een log line kan samenvatten, is het sowieso niks.”


Waar begint het idee?

Houtappels: “Als het geld op is, natuurlijk.”

Alberdingk Thijm: “Bij dorst!” (lacht)

Ketelaar: “Het kan op heel veel manieren. Met een regeltje in de krant, met een zieke gedachte in je eigen brein. Met iets wat oom Louis vroeger zei, het kan ook van andere mensen komen, of van een boek.”

Ketelaar: “Er zijn van die ideeën die elk jaar weer een keertje langskomen: een comedy op een huwelijksbureau, ‘iets met dertigers’.”

Houtappels: “Dingen hangen in de lucht. Dan belt iedereen opeens: we gaan een grachtengordelserie maken.”

Ketelaar: “Je moet goed in het buitenland kijken wat gelukt is. Alle vrouwenseries hier zijn in wezen een spin-off van Sex and the City. Als ER het heel goed doet, dan weet je dat je een paar seizoenen later ziekenhuisseries te zien krijgt.”

Maar wil je daar niet van wegblijven dan?

Ketelaar: “Er is op zich helemaal niks tegen – het gaat er maar om wat je ermee doet.”

Alberdingk Thijm: “Dat is het verschil tussen het onderwerp en het idee. Het onderwerp kan zijn: upperclassvrouwen in het Gooi, maar de uitwerking, de ironie ervan: dat is wat een serie onderscheidend maakt.”

Houtappels: “Ik heb nooit last van het idee dat ik origineel moet zijn.” (lacht)

Ketelaar: “Ik ook niet – dat idee heb ik al heel ver achter me gelaten.”

Houtappels: “Je kunt van alles zeggen: dat is al een keer gedaan. Dan denk ik: ja dat is zo – maar niet door mij.”

Willen jullie maatschappijkritisch zijn?

Houtappels: “Ik niet. Ik heb alleen mijn eigen engagement. Ik zag laatst Ko van de Bosch op Oerol-tv – hij maakt nu een stuk over de kredietcrisis – en het grote graaien van de topmannen bij de bank. Dan bekruipt me altijd een ongemakkelijk gevoel, dat ik denk: Ooohhhh, dat doe ik niet, wat ben ik slecht! Maar daarna bedenk ik me: ik ben weer goed in andere dingen. Ik wil graag iemand beschrijven die eenzaam is, of ongelukkig in de liefde, of wraak wil. En dan vertrouw ik er maar op dat als je over tien jaar terugkijkt, het met de tijdgeest te maken blijkt te hebben wat je gedaan hebt – meer dan met de actualiteit.”


Alberdingk Thijm: “Engagement heb je met jezelf. Als je eerlijk en waarachtig vanuit jezelf durft te schrijven, vertel je daarmee ook altijd iets over je tijd en de maatschappij.”

Houtappels: “Ik heb jarenlang bij Koefnoen gezeten, dat vond ik zó zwaar. Ik kon geen programma of krant zien zonder dat ik dacht: o God. Rita zegt weer eens iets, ik moet er iets mee! Dat vind ik zwaar. Er moet altijd een haakje voor een link met mezelf aan zitten. Iets waardoor ik het naar me toe kan trekken. Jean van de Velde zei ooit tegen me: ‘Schrijf over wat je kent. Dat werkt het beste.’ Ik geloof hem.”

Ketelaar: “Goed drama zegt altijd iets over de actualiteit, over mens en maatschappij. Als dat lukt, en het is goed – dan ben je er al.”

Houtappels: “Ik heb ooit in een ziekenhuis gelegen; daarna dacht ik: vanuit die kant kan ik wel een ziekenhuisserie schrijven. Dat komt omdat ik er zelf lig – niet omdat ik me betrokken voel bij de gezondheidszorg.”

Ketelaar: “Het ligt er ook aan waar het drama ligt. Ik ben nu bezig met het boek De prooi, van Jeroen Smit, over de ondergang van ABN Amro. Een geweldig boek vol drama – daar zet ik graag mijn tanden in. Door het over die bankmannen te hebben, vertel je iets over de kredietcrisis. Maar het vertrekt vanuit de karakters. Altijd. Het gaat alléén om het personage.”

Waar zijn jullie nu mee bezig?

Alberdingk Thijm: “Van mij is nu een serie in productie: Adam E.V.A., Amsterdam En Vele Anderen. Een mozaïekvertelling; een serie van acht delen door de stad heen; een liefdesverhaal. Dat wordt nu gemaakt. Met Eva van de Wijdeven en Teun Luijks, een jonge acteur die net van de Toneelacademie in Maastricht komt.”


Ketelaar: “Ik schrijf op dit moment een opvolger voor Vuurzee; maar wel een heel ander soort serie, onder de werktitel ‘Overspel’. En verder heb ik verschillende filmprojecten lopen; in allerlei stadia. Er wordt veel afgewezen de laatste tijd. Allemaal mooie projecten die net niet door de financiering komen.”

Alberdingk Thijm: “Verschrikkelijk, ja.”

Ketelaar: “Bij film vis je toch met honderd man in dezelfde vingerhoed, terwijl er maar zo’n acht mainstream-films per jaar worden gemaakt. Dat is soms lastig.”

Alberdingk Thijm: “Soms is film toch klotiger dan tv. Het rare is: speelfilm wordt ontzettend gewaardeerd. Het krijgt enorm veel aandacht. Maar tv is veel moeilijker, veel leuker. En voor de schrijver veel uitdagender. Heel veel speelfilms mislukken eigenlijk. Nederlandse films zijn niet per definitie heel goed.”

Ketelaar: “Nederlandse films niet?”

Alberdingk Thijm: “Vind ik niet.”

Ketelaar: “Ik vind ze de laatste vijftien jaar juist veel beter geworden. Er komen tegenwoordig ook elk jaar meer mensen kijken. Dat is een goede ontwikkeling.”

Houtappels: “Met tv heb je het meer in de hand. Je hoeft niet langs het Filmfonds, er zijn meer zenders, er moet flink wat gemaakt worden. Er is meer geld voor tv. Ik heb ook twee films in ontwikkeling. Het is wel grappig, want als wij allemaal aangeven met films bezig te zijn, ontstaat er meteen iets van: wanneer dien jij hem in, wanneer jij? De spanning is meteen voelbaar. Dat is die vingerhoed waar we in zitten te vissen. Met tv kan je heel relaxed denken: doe jij je ding daar, doe jij ik mijn ding hier. Er is plek zat.”


Alberdingk Thijm: “Ik vind Nederland ook vrij goed in televisie maken. In alle genres. Op televisiegebied spelen we internationaal echt een grote rol. Dat wat Joop en John hebben gedaan met Endemol, dat is toch een grote prestatie. Net als wat Reinout Oerlemans doet. Dat geldt op het gebied van drama ook. Gooische vrouwen is verkocht, All Stars is over de hele wereld verkocht. Omdat wij zo raar vrijzinnig zijn in Nederland, lopen we net iets vooruit op andere landen.”

Houtappels: “Soms ook net iets té vrijzinnig hoor. Als je ziet hoe het Gooische vrouwen in Frankrijk is vergaan: dat was toch niet een overdonderend succes. Dat snappen ze daar toch niet helemaal. Een scène waarin Linda de Mol door de buurvrouw betrapt wordt bij het pijpen bijvoorbeeld: iets te vrijzinnig naar Franse smaak.”

Is het daar ondertiteld?

Houtappels (ironisch): “Nee, dat is heel grappig, dan spreken de acteurs ineens héél goed Frans. Ik was net in Frankrijk, ik heb daar twee boxen gekocht, maar die heeft Linda uit mijn handen getrokken. Het ligt gewoon in de supermarkt: Jardins Secrets.

Je ziet er geen cent van terug, maar het is wel leuk.”

Ben jij bezig met een nieuwe serie van ’t Schaep?

Houtappels: “Nee, voor de volgende serie van ’t Schaep ben ik nog aan het nadenken. Dat houdt in dat ik nadenk over wat voor liedjes ik zou willen gebruiken. Ik ga pas schrijven als het helemaal zeker is dat het doorgaat. Ik ben nu letterlijk bezig aan de aller-aller-aller-allerlaatste aflevering van Gooische vrouwen: de achtste aflevering van het vijfde seizoen. En dan stopt het ook.”


Ketelaar: “Acht? Dat is zo’n misvatting in Nederland: korte series van acht afleveringen. Series worden ook steeds korter. Vroeger was dertien afleveringen standaard, Vuurzee had er twaalf, Gooische vrouwen heeft er nu acht.”

Houtappels: “Ja, we zouden er tien maken, maar het is crisis. Er worden geen advertenties verkocht, dus is het teruggeschroefd naar acht. Het kwam ons wel uit, want we waren nog niet zover. We hebben alleen de sterkste ideeën uit de brainstorm gebruikt.”

Alberdingk Thijm: “Bij Dunya & Desie schreef ik altijd zes afleveringen. Dat is ook geen serie. Het enige is: als je dat jaar na jaar bij elkaar sprokkelt, heb je er wel negentien of twintig. Dan heb je wél het volume om naar het buitenland te gaan.”

Ketelaar: “Ik heb laatst de dvd-box van The West Wing weer eens doorgekeken: 22 afleveringen per seizoen, dán kom je in een serie! Dan gaan mensen er ook op afstemmen: het is maandag, we gaan lekker West Wing kijken. Bij Nederlandse series weet je net dat het er is, en dan is het alweer afgelopen.”

Alberdingk Thijm: “Ja maar, moet je kijken met hoeveel ze dat daar schrijven. Fantastische teams, die met zijn allen eraan werken. Wij moeten het voornamelijk in ons eentje doen.”

Ketelaar: “Het is ook commercieel niet handig. Als je die acteurs en die locaties kunt krijgen – dan kan je er bij wijze van wel twintig maken.”

Alberdingk Thijm: “Heel veel series hebben het nét niet. Maar eens in de tijd heb je een serie, zoals bij ’t Schaep of Gooische vrouwen, waarbij alles samenvalt. Dat die series hits zijn, dat is heel bijzonder. Heel veel talent dat bij elkaar komt, maar ook precies in die tijd, met die vorm en die humor. Er wordt niet genoeg onderkend hoe bijzonder dat is, en hoe zonde het is om daar na twee seizoenen alweer mee te stoppen.”


Houtappels: “In die zin hebben wij weinig in de melk te brokkelen. Bij ’t Schaep wil je het toch per se met die acteurs doen. Dat Pierre Bokma en Loes Luca daar staan, is één van de pijlers van het succes. Maar die gaan na de zomer weer het theater in. Daar ligt hun hart. Dat is net zo bij Gooische vrouwen: Tjitske Reidinga wil ook gewoon het theater weer in.”

Ketelaar: “Daaraan zie je wel weer dat Nederland een klein land is: iedereen doet het hier erbij.”

Houtappels: “Enorm klein! En je wilt allemaal met dezelfde mensen werken.”

Ketelaar: “In Amerika ben je gewoon tv-acteur in een grote serie. In Nederland doen mensen dat in de zomer, tussen twee toneelproducties door. Dat is jammer. Want als je een serie schrijft, wil je een vervolg heel graag met dezelfde mensen doen. Maar acteurs laten zich heel moeilijk vastleggen voor twee, drie, vier, vijf seizoenen. En geef ze eens ongelijk.”

Frank, jij windt je op over de budgetten voor dramaseries.

Ketelaar: “We hebben in Nederland al jaren te maken met dalende budgetten. In 1998 zat ik zelf als regisseur bij de eerste ronde Telefilms. We zijn nu tien jaar later; er is geen dubbeltje bij gekomen, terwijl de kosten zijn geëxplodeerd. Series moeten in zo’n achterlijk tempo worden opgenomen! Dat heeft ook consequenties voor schrijvers. Als je series maakt waarin je geen nachten mag schrijven – omdat dat te duur is – bepaalt dat je werk wel. Het aantal bijfiguren en gastrollen is he el beperkt. Ik heb nog aan advocatenseries gewerkt waarin maar één dag rechtbank beschikbaar was. Waar moet je dan naartoe met je advocaat?”


Houtappels: “Dat is wel killing, ja. Dan wil je als schrijver het liefst je pennetje erbij neergooien. Toch zijn mijn favoriete scènes bij ’t Schaep voortgekomen uit het feit dat het geld op was. In een eerste bewerking had ik eruit geflikkerd wat ik niet goed vond aan het origineel. Daardoor waren mijn afleveringen te kort. Dus ik moest lengte maken. Daarvoor had ik een nieuwe set nodig. Maar alle sets waren net gebouwd, het geld was op; dus ik kreeg geen extra set. Toen dacht ik: dan wil ik iets heel simpels: een bedhoofd, een achterwand – dat kon nog net! Dat zijn Riek en Arie in bed geworden.”

Robert Alberdingk Thijm (1965) volgde een studie rechten aan de UvA, waarna hij scenarioschrijver werd. Hij heeft vele series op zijn naam staan (De Daltons. Dunya & Desie, Waltz) waarvan de meeste in de prijzen vielen of daar nominaties voor kregen. Ook schreef hij het script van films als Monte Carlo en Dunya & Desie, de film.

Frank Ketelaar (1960) volgde de filmacademie en studeerde af in de richtingen scenario en regie. Vanaf 1992 is hij voornamelijk als scenarioschrijver actief en incidenteel als regisseur. Door hem geschreven werk werd talloze malen bekroond, onder meer met Gouden Kalveren, twee keer een nominatie voor de LIRA-prijs en de Prix Europa. Hij schreef (tele)films als In Oranje, Escort, De uitverkorene en Coach. Ook de series Bij ons in de Jordaan en Vuurzee I en II zijn van zijn hand.

Frank Houtappels (1968) studeerde in 1992 af aan de Amsterdamse toneelschool. Hij schrijft toneelstukken (onder meer Uit liefde, Brak, Hotel Atlantico) en scenario’s voor film (Ja zuster, nee zuster) en televisie (Hertenkamp, Gooische vrouwen, ’t Schaep met de 5 pooten, ’t Vrije Schaep). De serie Hertenkamp won een Gouden Kalf, ’t Vrije Schaep de Nipkowschijf.

Hilde Postma