Koud zweet

Over de tegenstelling tussen Oost en West zijn veel bloedstollende films gemaakt. Een overzicht.

Regie: Carol Reed. Hitchcockiaanse thriller die zich afspeelt in het naoorlogse Wenen. De zwaar gehavende stad is opgedeeld in (geallieerde en Russische) zones en vormt – mede daardoor – een dankbare biotoop voor scharrelaars en criminelen. Een Amerikaanse pulpschrijver (Joseph Cotten) hoort bij aankomst in Wenen dat zijn jeugdvriend (Orson Welles) dodelijk is verongelukt. Als hij meer over de toedracht wil weten, stuit hij op duistere zaken. Later zal blijken dat zijn vriend het ongeluk in scène heeft gezet. De Amerikaanse bevrijders worden niet bijster flatteus geportretteerd. We herkennen de hand van Graham Greene, die de naoorlogse spanning mooi wist te treffen. Greene zou zijn scenario na afloop omwerken tot roman.

Regie: Billy Wilder. Aanstekelijke Koude-Oorlogskomedie. De directeur van de Berlijnse vestiging van Coca-Cola (James Cagney) wordt door zijn Amerikaanse baas gevraagd zijn dochter in de gaten te houden. Tot overmaat van ramp valt zij als een baksteen voor een Oost-Duitser, met wie ze meteen ook maar trouwt. Aan Cagney de lastige taak de nieuwe schoonzoon bij zijn baas te introduceren. Een spoedcursus kapitalisme-voor-beginners moet soelaas bieden. Op de set ondervond Wilder – die zijn carrière in de jaren twintig in Berlijn begonnen was – de Koude Oorlog aan den lijve. Tijdens de opnamen werd het steeds moeilijker om van Oost- naar West-Berlijn te reizen, en tegen de tijd dat de film de bioscoop had bereikt, was de Muur een feit.

Regie: Terence Young. De tweede James Bond-film en een van de beste met Sean Connery in de hoofdrol. Agent 007 weet opmerkelijk snel een ‘dooi’ te bewerkstelligen in zijn contacten met een warmbloedige Russin. Anderen tonen zich minder beminnelijk. Een kwaadaardige KGB-agente (Lotte Lenya) tracht Bond te vloeren met een dodelijke gifpijl die in de punt van haar schoen is verborgen. De makers hebben de grootste politieke voetangels en klemmen omzeild door een vijand op te voeren die Oost en West tegen elkaar uitspeelt. Niet de Russen zijn hier de schurken maar de kwaadaardige organisatie SPECTRE.


Regie: Stanley Kubrick. Een maniakale generaal besluit op eigen houtje een aanval met atoomwapens op de Sovjet-Unie in te zetten. De Amerikaanse president, zijn militaire adviseurs en de Russische ambassadeur overleggen koortsachtig hoe een mondiale catastrofe kan worden voorkomen. Géén voor de hand liggend onderwerp voor een komedie, maar Kubrick slaagt er wonderwel in een angstaanjagend onderwerp op een lichtvoetige manier op te dissen. Met dank aan Peter Sellers (“Gentlemen, you can’t fight in here. This is the War Room”) die maar liefst drie hoofdrollen voor zijn rekening neemt. Losjes gebaseerd op de (uiterst serieuze) roman Red Alert van voormalig luchtmachtpiloot Peter Bryan George.

Regie: John Huston. De Amerikaanse geheime dienst stelt een speciale eenheid samen die in Moskou moet infiltreren in kringen van Politbureau en KGB. Ze moeten tot elke prijs een document in handen zien te krijgen dat een politieke schokgolf teweeg kan brengen. De plot is uiterst gecompliceerd, en niets is wat het lijkt. Grimmige sfeertekening van de paranoia waardoor Russen en Amerikanen achter elke boom een vijandelijke spion menen te ontwaren. Gebaseerd op de thriller van Noel Behn, die putte uit zijn ervaringen in de contraspionage. Voorloper van een genre waar Robert Ludlum vanaf de jaren zeventig veel succes mee zou oogsten.

Regie: John McTiernan De duikboot fungeert uitstekend als een snelkookpan voor suspense. Dat wordt andermaal bewezen in The Hunt for Red October. Een splinternieuwe hightech onderzeeër van de Sovjetmarine belandt in Amerikaans vaarwater. Heeft de kapitein oorlogszuchtige bedoelingen? Of probeert hij misschien over te lopen naar de VS? Bij aanvang van de film vermoordt de door Sean Connery vertolkte kapitein zijn politiek adviseur, genaamd Poetin. Dit was de eerste bestseller van Tom Clancy die het tot verfilming zou schoppen. En tevens de beste.


Regie: Volker Schlöndorff. Op ware gebeurtenissen gebaseerd drama over een radicale activiste die in de jaren zeventig aanslagen pleegt in West-Duitsland. Om aan de politie te ontkomen, neemt ze haar toevlucht tot de DDR (waarvan ze actieve steun had gekregen). Het leven in de socialistische heilstaat blijkt bij nader inzien niet zo aantrekkelijk, maar een weg terug is er niet. Ze bouwt in de DDR een nieuw bestaan op. Maar met de val van de Muur dreigt het verleden weer op te spelen. Een ondergewaardeerde film (nooit uitgebracht in Nederland) die een indringend beeld schetst van de wrijving tussen de twee Duitslanden in de jaren zeventig en tachtig.

Regie: Wolfgang Becker. Een alleenstaande moeder die zich altijd voor de DDR-ideologie heeft ingezet krijgt in de nadagen van het regime een zware toeval en belandt in het ziekenhuis. Tegen de tijd dat ze uit coma ontwaakt, is de Muur gevallen en wordt de afbraak van alles waar de DDR ooit voor stond geestdriftig ter hand genomen. Haar zoon – bezorgd dat ze het nieuws niet aankan – besluit haar niets over de recente ontwikkelingen te vertellen. Terwijl Berlijn een metamorfose ondergaat, blijft moeder thuis leven in een minuscule DDR-enclave. Een humoristische en hartverwarmende proeve van ‘Ostalgie’.

Regie: Florian Henckel von Donnersmarck. Vermoedelijk de mooiste film die ooit over de Wende is gemaakt. Een Stasi-functionaris volgt met behulp van afluisterapparatuur het doen en laten van een toneelschrijver en diens vriendin. Gaandeweg raakt hij zo geïntrigeerd door de relationele besognes van deze mensen, dat hij zijn spionagetaken begint te veronachtzamen. Spannende en ontroerende film die een mooi (en wrang) beeld schetst van de DDR-bureaucratie. Hoofdrolspeler Ulrich Mühe zou in 2007 overlijden maar deelde nog wel in de vreugde toen de film een Oscar won.


Regie: Steven Soderbergh. Een journalist (George Glooney) arriveert in 1945 in het door de geallieerden bezette Berlijn, en constateert dat iedereen er een dubbele agenda op na houdt. Terwijl de Russen hele fabrieken naar de Sovjet-Unie verschepen, tonen de Amerikanen zich vooral geïnteresseerd in het rekruteren van Duitse geleerden en ingenieurs die weten hoe je een raket maakt. Opgenomen in zwart-wit. De nadrukkelijke referenties aan klassieke films als The Third Man en Casablanca doen afbreuk aan de spanning.

The Iron Petticoat (1956) met Katherine Hepburn als Russische pilote die haar vliegtuig in Duitsland aan de grond zet The Spy Who Came in from the Cold (1965) naar de roman van John le Carré Gorky Park (1983) over corruptie in hoge Sovjetkringen Moscow on the Hudson (1984) met Robin Williams als Russische muzikant die asiel aanvraagt in de VS Sonnenallee (1999) over een Berlijnse straat die door de Muur in tweeën gedeeld is Die Unberühbare (2000) over een schrijfster die na de val van de Muur haar greep op het leven verliest The Bourne Supremacy (2004) waarin de Koude Oorlog een ‘warming-up’ ondergaat.

Erik Spaans