Verknipte jazz

Saxofonist Yuri Honing en Room Eleven-producer Dj Floris maakten met Phase Five een cross-over-album dat in de eindejaarslijstjes van 2009 zeker hoog gaat eindigen. Topvocalisten als Sarah Bettens, Janne Schra, Leine, Lilian Vieira en David Pino zongen en schreven de liedjes, maar de sax van Honing heeft het laatste woord.

‘Ik was de hoofdknutselaar in de studio en Yuri is de kapitein op het live-ship,” poneert Dj Floris.” Hij zit samen met saxofonist Yuri Honing en de vocalisten Janne Schra, David Pino en Leine op het zonovergoten Star Ferry-terras aan de voet van het Muziekgebouw aan ’t IJ. Leine is quasi onder de indruk van Floris’ beeldende stijlfiguur en roept nét iets te ironisch: “Wat een mooie metafoor! Dáár is over nagedacht!” Toch heeft Floris Klinkert niet veel tijd gehad om na te denken. Even voordat hij zijn uitspraak deed, kwam zijn inspiratiebron, een enorm cruiseschip dat de Passenger Terminal Amsterdam verliet, luidruchtig toeterend voorbijvaren. Het gesprek viel even stil: het huizenhoge schip met zijn piepkleine balkonnetje en raampjes zag eruit als een van die flatgebouwen uit de Bijlmer waar vandaag de dag echt niemand meer in zou willen wonen. Maar nu er een zeewaardige versie van zo’n monstrum is gebouwd, merkt iemand in het gezelschap op, staan de rijken der aarden plotseling in de rij om zich er, tegen betaling van grof geld, zes weken lang in te laten opsluiten. En ook dat is ironie.

Voordat Floris Klinkert verder uitweidt over zijn rol tijdens de Phase Five live-concerten tekent Yuri Honing eerst de Genesis van dit tegendraadse project op. De saxofonist nodigde Klinkert in 2006 uit voor een kopje koffie en deed hem een nogal rigoureus voorstel: hak mijn discografie in stukken, maak samples, en laten we dan eens kijken waar dat toe leidt. “Daar zijn we drie jaar geleden mee begonnen,” zegt hij. We hebben tweeënhalf jaar nodig gehad om alle parameters vast te stellen en om elkaar beter te begrijpen. Floris en ik komen uit totaal andere werelden. En ik ben wel gewend om bruggen te slaan – onlangs nog naar Schuberts Winterreise – maar dit was wel een héél erg lange brug…”


Honing zet de vijf fasen waarin Phase Five tot stand is gekomen nog even op een rijtje. “Floris samplede mijn platen en maakte van die samples loops. Dat was fase één. Fase twee bestond eruit dat ik met diverse muzikanten weer op die loops ben gaan improviseren. Die opnamen is Floris weer gaan verknippen, en van die stukjes maakte hij weer nieuwe loops. Dat was dus fase drie. Als fase vier kregen de vocalisten die loops toegestuurd met de opdracht om met behulp van die loop een song te schrijven. En op die liedjes ben ik, en dat is fase vijf, bij wijze van laatste woord weer gaan improviseren.”

De muziek die op die manier ontstond, laat zich nog het best vergelijken met de films van David Lynch. Honing kan wel leven met die vergelijking. “De gelaagdheid die de films van Lynch kenmerkt, hebben wij in de muziek ook nagestreefd. Wanneer je zijn films eendimensionaal bekijkt, zie je gewoon lowbudgetsoap. Zo is het met deze plaat ook: op het eerste gehoor is het een zomers, vrolijk, meisjesachtig iets. Maar als je iets beter luistert, zit er een verontrustend laagje tussen al die luchtigheid. In dat laagje zitten allemaal elementen uit al die heftige platen die ik de afgelopen twintig jaar heb gemaakt. De intentie van die platen sijpelt dan een heel klein beetje door. Daardoor krijgt de luisteraar, ondanks al die vrolijkheid, toch een onbestemd gevoel van onbehagen. Floris en ik houden allebei wel van iets met een duister randje eraan.”

Beide hoofdrolspelers speelden aanvankelijk met de gedachte om er een instrumentaal album van te maken. Maar helemaal in die eindfase stuurde Floris, bij wijze van experiment, een sample-loop op naar Leine, de jazzsinger-songwriter die vorig jaar imponeerde met haar debuutalbum Truth Be Told. “Ik zag dit album als een experiment,” bekent Klinkert, “en dan moet je alle mogelijkheden open laten. Als in dat open vlak alle lijnen ineens in één bepaalde richting gaan, dan moet je meegaan in die flow. Nadat we een song van Leine hadden teruggekregen, wisten we het: dit moet een vocaal album worden. Ze heeft mooie gitaarakkoorden onder mijn samples gezet en er een heel mooie zangpartij aan toegevoegd.” Honing: “Dat beviel zo goed dat we op zoek gingen naar nog meer vocalen en we vonden Sarah Bettens, Janne Schra, Lilian Vieira en David Pino bereid om mee te werken. Een talentvolle golf van vocalisten die zelf hun muziek schrijven, dat goed en ook nog vrij snel doen. Binnen een paar weken waren die liedjes gewoon helemaal rond.”


Leine, die normaal gesproken vrij is om te schrijven wat zij wil, heeft de loops van Klinkert niet echt als een dwangbuis ervaren. “Al voelde het in het begin wel zo,” bekent ze. “Ik ben normaal gesproken gewend om alleen te werken. Maar Floris leverde eigenlijk niet meer dan een eerste idee aan, waarin ik mijn eigen visie weer heel makkelijk kwijt kon. Er was volop ruimte om te overleggen, en we kwamen eigenlijk zó snel tot resultaten dat ik dacht: als het zo makkelijk gaat, dan maak ik er nog wel twee.”

Ook Janne Schra ervoer de samples eerst heel even als een keurslijf. “Je kunt niet zeggen: hé, speel daar even een ander akkoord. Je moet het doen met wat je hebt gekregen. Maar door die beperking kom je ook wel weer op dingen waar je anders niet op gekomen zou zijn.”

David Pino liep soms helemaal vast. “Dan pakte ik mijn gitaar er maar weer bij,” bekent hij, “om mezelf harmonisch gezien toch wat meer houvast te geven.”

“Tsja,” relativeert Yuri Honing tot slot ietwat droogjes, “en dan heb je die cd met al die samples en al die lagen eindelijk helemaal af en dan moet je alles weer gaan vertalen naar een live-uitvoering op het podium. Dan moet je al die samples toch weer nieuw leven in gaan blazen.”

Klinkert: “Ik ga mijn samples en beats niet live op het podium spelen, daar houd ik gewoon niet van. Satindra Kalpoe is een waanzinnige drummer, en als hij de intentie van mijn beats weet te raken, dan ben ik meer dan tevreden. Waarom een computer aanzetten wanneer je een goeie drummer hebt? En de lagen die op de plaat door samples worden gevormd, moeten op het podium maar op een eigen manier worden gespeeld door gitarist Stef van Es, toetsenist Tony Roe en bassist Mark Haanstra. En naast de saxofoonsolo’s draait het in deze muziek toch om de liedjes. En een goed liedje blijft een goed liedje, hoe je het ook tot klinken brengt.”


Yuri Honing & Dj Floris: 12/7, Yukon.

Ruud Meijer