Wassen neus

Mag een televisiepersoonlijkheid bij de publieke omroep meer verdienen dan de minister-president? Als we afgaan op de invloed van beide personen op het welbevinden van scholieren, studenten, zieken, ouderen, werklozen, minimumloners, bijstandstrekkers en andere van de politiek afhankelijke Nederlanders en medelanders: natuurlijk niet. Het zou dan ook een goede zaak zijn als publieke omroepen, subsidieverzamelaars, niemand in dienst zouden willen hebben die meer verdient dan de minister-president van dit land. En tv-persoonlijkheden die per se meer dan 176.000 euro per jaar willen opstrijken, gaan maar lekker naar de commerciëlen.

Tot zover de overzichtelijkheid. Want in dit land is het nooit zwart of wit. Vorige week debatteerde de Tweede Kamer met PvdA-minister Ronald Plasterk over de omroepsalarissen, en in principe legde de Kamer de minister op om geen salarissen hoger dan de Balkenende-norm meer toe te staan bij de publieke omroep. Althans: geen nieuwe. Want voor uitzonderlijke talenten die reeds in dienst zijn, mag een uitzondering worden gemaakt. Klinkt nog redelijk.

Plasterk was echter in een eerlijke bui. Hij maakte tijdens het debat meteen duidelijk dat het een tamelijk hypothetische discussie was. Want als de NOS een wereldkampioenschap voetbal uitzendt, zo parafraseerde de minister, kon het natuurlijk niet zo zijn dat een Dirk Kuyt, een Kaká en een Cristiano Ronaldo ook maximaal 176.000 euro per jaar mogen verdienen omdat de Nederlandse Tweede Kamer dat meer dan genoeg vindt voor lieden die toevallig ergens heel goed in zijn. Dus, zo ging Plasterk verder, kon dat ook niet gelden voor tv-persoonlijkheden die door externe producenten werden meegeleverd met een compleet programma. Ofwel: als Paul de Leeuws opvolger straks in dienst is van de VARA, geldt de Balkenende-norm, maar als hij onderdeel uitmaakt van een door de VARA bij een externe partij aangekocht programma, dan gaat het salaris niemand wat aan.

Waarmee het hele debat over omroepsalarissen een wassen neus werd. Maar het past in een week waarin minister Verhagen een ‘tweetup’ houdt met honderd Twitter-fans, het grote nieuws van de jaarlijkse parlementaire barbecue een ludieke actie met ballonnen van de PvdD is, en de Tweede Kamer er op de laatste avond voor het reces even meer dan driehonderd moties doorheen jast. In de zomer van ’89 deden de machthebbers in Oost-Europa ook gewoon, nietsvermoedend, hun ‘ding’. Benieuwd of die van 2009 ook een ‘summer of change’ wordt.

Jan Dijkgraaf