Simon Vinkenoog: leeftijdloos & mateloos

Simon Vinkenoog is de eerste schrijver die ik in levenden lijve ontmoette. Ik zat nog op school, maar ik had al wel een rijbewijs want ik heb hem na zijn lezing naar het station gereden. Het zal 1970, 1971 zijn geweest – veel langer heb ik niet op school gezeten. Ik herinner me zijn lange benen opgevouwen onder het dashboardkastje en zijn aanstekelijk enthousiasme.

Dat laatste zou hem nooit verlaten.
Toen ik hem een paar jaar geleden in Rotterdam interviewde na een optreden met Spinvis, sprak hij nog met hetzelfde vuur als destijds. Hij was onmiskenbaar ouder geworden, groeven in het gezicht, gekromde rug, maar zijn stem klonk nog altijd, ja, jeugdig. En over vuur gesproken: ook nu nog rookte hij zijn joint met een gretigheid alsof zijn leven ervan afhing, net als alle eerdere keren dat ik hem was tegengekomen, tijdens interviews bij hem thuis op de Weesperzijde, in zijn tuinhuisje in Amsterdam-Noord of toevallig, op Poetry International, in een café op de Nieuwmarkt of op de zestigste verjaardag van Jules Deelder.
Misschien híng zijn leven er ook wel van af, want met zijn gretigheid gaf hij uitdrukking aan zijn nieuwsgierigheid, zijn belangrijkste drijfveer, en zijn mateloosheid (die hem eerder in de weg stond).
Het was niet iedereen gegeven hem daarin te volgen, noch in die mateloosheid, noch in wat die voortbracht. Publiceerde hij aanvankelijk nog redelijk traditionele gedichten en romans, later sloeg hij andere paden in met een boek als Weergaloos en talloze bijdragen aan het blad voor beroepszwevers, Bres. Hij schreef onnoemlijk veel gedichten, die hij tijdens optredens op bezwerende toon voordroeg. In zijn poëzie was de dood nooit ver weg.
Voor achttienjarige scholieren zoals ik er een was, was Vinkenoog, toen net in de veertig, hip omdat hij als vertegenwoordiger van de generatie van mijn ouders lang haar droeg, blowde en naar ‘onze’ muziek luisterde.
Hij was leeftijdloos, hij leefde gretig en met een onverwoestbaar optimisme. Foto’s op zijn website van kort nadat zijn rechteronderbeen was afgezet, tonen een lachende tachtig jaar jonge Simon Vinkenoog die met tweehonderd procent inzet ging revalideren. Hém kregen ze niet.

Frank van Dijl