Gooi studenten maar in containers

Elke week op de website: een artikel uit HP/De Tijd. Deze week de column van Beatrijs Ritsema waarin ‘miezerige vestzak-broekzak-overwegingen leiden tot inhumane studentenhuisvesting’.

Hoe onstuitbaar de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens ook mag lijken, ik denk niet dat mensen erop gebouwd zijn om alleen te wonen. Ruim een derde van de huwelijken strandt, en veel gescheidenen vinden nooit meer een nieuwe partner, althans niet een om huis en haard mee te delen. Hetzelfde geldt voor weduwen en weduwnaars, en dan heb je ook nog de mensen die hun hele leven alleen wonen.

Enerzijds is alleen wonen kennelijk iets wat mensen willen (anders zouden ze het niet doen), anderzijds moeten de nadelen ervan niet worden onderschat. Zeker niet in het geval van nieuwkomers in de categorie alleenstaand of – wat dynamischer geformuleerd – alleengaand. Neem jongeren die een opleiding gaan volgen en daarvoor graag het ouderlijk huis zouden willen verlaten.

Zolang ik me kan heugen, is er sprake van kamernood voor studenten in Amsterdam, Utrecht en Leiden. In de rest van het land valt het wel mee, maar in deze drie Randstadsteden is het al veertig of vijftig jaar heel moeilijk voor aankomende studenten om woonruimte te vinden. En wat doet de overheid om de studentenwoningnood te verlichten? Containerwoningen bouwen! Dat zijn op elkaar gestapelde blokkendozen van eenpersoons- appartmentjes met een eigen keukenblokje, douche en wc. Geheel zelfstandig, geheel onafhankelijk en de eenzaamheid krijgen ze er gratis bij.

Welke achttienjarige, vers uit het ouderlijk nest gestapt, kan erbij gebaat zijn om op zichzelf te worden teruggeworpen? Ongetwijfeld zal eenderde van hen hier geen enkele moeite mee hebben: zij beschikken over goede sociale vaardigheden en timmeren hun agenda zo dicht met activiteiten, dat ze hun containerwoning slechts als slaapplaats gebruiken om uitgeput in te rollen. Maar een niet onaanzienlijk deel van de beginnende studenten is helemaal niet zo sociaal vaardig, toont te weinig initiatief en loopt een reëel risico om als kluizenaar achter de computer te verkommeren. In een studentenhuis met een gemeenschappelijke woonkamer en andere gedeelde voorzieningen is de kans op vereenzaming veel minder groot.

Ruzies over vieze keukens en uit de ijskast gejat voedsel zijn vervelend, maar veruit te verkiezen boven het isolement van de containerwoning. Voor studenten die toch al moeten omschakelen van een voorgestructureerd en verzorgd leven met ouders en school, naar een ongestructureerd zelfstandig leven, vormt de aanwezigheid van huisgenoten een sociaal stootkussen tegen angst en eenzaamheid.

In geen enkel ander land worden studenten beschouwd als smetvrezende vrijgezellen die staan op de privacy van een eigen douche met ingebouwde wc, en routinematig iedere avond hun gezonde privé-avondmaaltijd bereiden in hun privé-minikeukenblok. In de Verenigde Staten, een land dat nog wel een tikje hoger scoort op de individualisme- schaal, worden studenten standaard getweeën gehuisvest in grote wooncomplexen op de campus: het zogenaamde roommate-systeem. Een student heeft daar niet eens een eigen kamer. Als er een van de twee een nachtje met een geliefde wil doorbrengen, moet hij de ander omkopen om z’n heil elders te zoeken. Of hij ontzegt hem domweg de toegang, zodat de banneling de nacht in sexilement in de bibliotheek of in een slaapzak op de gang moet doorbrengen.

Europese universiteiten houden er gelukkig geen roommate-systeem op na, maar de landen met een beetje oog voor studentenwelzijn zorgen tenminste voor voldoende woonaccomodatie. Ze bouwen grootschalige wooncomplexen, onderverdeeld in afdelingen, onderverdeeld in kamers met per afdeling gemeenschappelijke voorzieningen. Voor aankomende studenten is het niet verschrikkelijk moeilijk om zo’n kamer te bemachtigen. Langer dan vier jaar mag je er niet blijven zitten, maar velen zijn al eerder weg, omdat ze andere kleinschaliger woonruimte met zelfgekozen huisgenoten hebben gevonden.

Hoe moeilijk kan het zijn om dergelijke woonaccomodatie, waarin bewoners snel doorstromen, nu eens eindelijk op poten te zetten? Dat lukt niet in Nederland, want het is te duur. Het systeem van de eenpersoons- wooncontainers is tegen elk gezond verstand in goedkoper, omdat de bewoners ervan individuele huursubsidie kunnen aanvragen. Dan drukken de kosten niet op het onderwijsbudget. Zo leiden miezerige vestzak-broekzak -overwegingen tot inhumane studentenhuisvesting, die nog het meeste wegheeft van hoe kistkalveren worden behuisd. Als het maar op een koopje kan, nietwaar.

Beatrijs Ritsema