De methode Streep

Meryl Streep is net zestig geworden, maar met haar carrière gaat het beter dan ooit. Terecht, vindt ze zelf. De Grande Dame van Hollywood over het vak, haar malle accentjes en het omgaan met roem. ‘Je raakt niet snel verwend als je zelf de was strijkt.’

De gemiddelde filmactrice kan na haar veertigste een hoofdrol wel vergeten. Maar Streep, die in juni zestig is geworden, is meer in trek dan ooit. Ze wordt niet alleen gevraagd voor het serieuze werk waarmee ze naam maakte, maar ook steeds vaker voor komedies. Vorig jaar maakte ze diepe indruk met haar optreden als strijdlustige non in Doubt en scoorde ze met de luchthartige musical Mamma Mia! de grootste filmhit uit haar carrière. En binnenkort gaat Julie & Julia in première, ook weer een komedie, waarin ze een televisiekokkin speelt.

Streep werd in New Jersey geboren en haalde haar acteerdiploma aan de universiteit van Yale. Ze kreeg bekendheid in de jaren zeventig door haar rollen in The Deer Hunter en Kramer vs. Kramer en speelde in de jaren tachtig in klassiekers als The French Lieutenant’s Woman, Sophie’s Choice, Silkwood en Out of Africa.

Hoewel ze sindsdien met films als Death Becomes Her en The Devil Wears Prada heeft bewezen ook als comédienne uit de voeten te kunnen, werd ze toch altijd vooral met drama’s geassocieerd. Maar sinds Mamma Mia! geldt Streep als een allround-actrice die niet alleen onweerstaanbaar leuk kan zijn, maar die ook nog eens kan zingen (haar vertolking van het gelijknamige Abba-nummer werd een hit in Portugal).

Je zou haar beslist geen zestig geven; ze heeft alleen wat lichte lachrimpeltjes rond haar groene ogen. En ze ziet er al evenmin uit zoals je van de Grande Dame van de Amerikaanse film zou verwachten: spijkerbroek, mosgroen bloesje en een strenge zwarte bril. Toch kun je haar met recht zo noemen: in haar ruim dertig jaar omspannende carrière werd ze meer dan enig andere acteur voor een Oscar genomineerd: vijftien keer. Twee keer mocht ze het gouden beeldje mee naar huis nemen.


En onlangs werd ze ook nog eens tot Box Office Queen van Hollywood uitgeroepen, de actrice die de meeste bezoekers naar de bioscopen weet te lokken. Haar succes verbaast haar allerminst, zegt ze desgevraagd. “Waarom zou ik me daarover verbazen? Het is net als met Obama. Iedereen stond er versteld van dat hij had gewonnen. Maar de beste hoort toch ook te winnen? Ik heb altijd hard gewerkt, dus ik vind het niet meer dan normaal.” Ze schiet in de lach. “Ik weet heus wel dat het vaak anders gaat, maar het zou de gewoonste zaak van de wereld moeten zijn.”

Ze is tegenwoordig zelfs kredietwaardiger dan haar mannelijke generatiegenoten: Al Pacino, Robert De Niro, en zelfs Jack Nicholson. Ook dat vindt ze volkomen terecht. “Die zijn niks tekortgekomen, hoor. Ze verdienden altijd veel meer dan ik.” Terwijl zíj pas voor haar rol in Julie & Julia voor het eerst een ‘mannensalaris’ betaald kreeg. Ze bedoelt maar.

De filmwereld is van oudsher weinig ruimhartig voor actrices van zekere leeftijd. Maar Streep bespeurt wel enige vooruitgang: “Toen Bette Davis zo oud was als ik, speelde ze gestoorde vrouwen in slechte films.”

Ze heeft er niet tegen opgezien om zestig te worden, zegt ze. “Ouder worden maakt je nederig. En dankbaarder voor het leven. Ik heb veel mensen om me heen verloren, veel van mijn vrienden ziek zien worden, en dat stemt me dankbaar voor alles wat ik heb, en dat is veel.”

Toch was ze bang dat ze niet meer aan de bak zou komen, al heeft ze die angst eigenlijk altijd al gehad. Maar hoewel ze nog steeds veel wordt gevraagd, is het vooral om ‘dragonders of anderszins excentrieke vrouwen’ te spelen. “Dat is het soort rollen dat ze voor vrouwen van mijn leeftijd schrijven. Misschien is dat wel de manier waarop er in onze samenleving tegen oudere vrouwen aan wordt gekeken. Maar als actrice is het mijn taak om zulke vrouwen meer dimensies mee te geven.”


Ook in haar laatste film, Julie & Julia, speelt ze een onalledaags type: Julia Child, de Amerikaanse prinses van de Franse keuken, die 1 meter 85 was. Bovendien moet Streep in de helft van de film doorgaan voor een vrouw van 36. Hoe heeft ze dat aangepakt? “Je moet jezelf gewoon wijsmaken dat je 36 bent, en 1,85.”

Ze heeft haar carrière niet doelbewust uitgestippeld, zoals mensen vaak denken. “Hoe komen ze daar toch bij? Er viel niet veel uit te stippelen; ik heb gewoon steeds de beste keus gemaakt uit wat er te kiezen viel.” Maar niet elke actrice krijgt rollen aangeboden in films als The Deer Hunter, Kramer vs. Kramer, The French Lieutenant’s Woman en Out of Africa.

“Gewoon mazzel, hoor, of een goede agent, dat kan ook. Zolang je nog mooi en jong bent, weten ze je wel te vinden.”

Loopbaanplanning of niet, ze heeft van het begin af aan weten te voorkomen dat ze alleen maar als het lieve blonde meisje met het perzikhuidje zou worden gecast. “Dat soort rollen interesseerde me ook niet. Ik had meer met films als Ironweed of A Cry in the Dark.

“Als ze één les heeft voor beginnende actrices, dan is het dat je maar beter je ijdelheid opzij kunt zetten. “Mensen willen je graag in een hokje stoppen. De eerste indruk die je op het publiek maakt, die moet je meteen onderuithalen. Mijn uiterlijk was in het begin heel belangrijk, maar ik paste ervoor om steeds dat blonde treurwilgje te spelen, want daar kom je dan nooit meer van af. Terwijl ik veel meer in m’n mars had.”

Dat mag inmiddels duidelijk zijn. Maar ondanks alle lof en alle prijzen zegt ze nog steeds aan zichzelf te twijfelen. “Je gaat steeds hogere eisen stellen, en ook de verwachtingen worden steeds hoger. Bij elke nieuwe film word ik weer heen en weer geslingerd tussen zelfhaat en zelfvertrouwen. Dan loop ik tegen mijn man te klagen dat ik nog nooit zo in de zenuwen heb gezeten. En dan zegt hij: ‘Ach, dat heb jij gewoon altijd. Je breekt jezelf altijd tot de grond toe af voordat je begint. Dat is gewoon jouw manier van werken.'”


En dat terwijl ze te pas en te onpas ‘de beste actrice ter wereld’ wordt genoemd. “Daar merk ik in het dagelijks leven niets van, hoor, en thuis al helemaal niet. Ik sta er alleen bij stil als er weer eens een journalist over begint.”

Ook regisseurs behandelen haar niet met ontzag. “Was het maar waar! Acteurs wel. Maar dat duurt nooit langer dan een dag. Als ik dan mijn tekst weer eens ben vergeten, is het van: ‘Nou, zo gewel-dig is ze nou ook weer niet!'”

Toch kan ze geboeid naar haar oude films kijken, biecht ze op. “Ik kan de plot nooit onthouden! Ik zit altijd heel benieuwd te kijken hoe het afloopt. Neem Falling in Love, met Robert De Niro. Mijn dochters wilden weten hoe het afliep, of hij nou bij zijn vrouw weg zou gaan of niet. Ik had echt geen idee meer.”

Hoewel Streep allang niet meer alleen maar ‘treurwilgjes’ speelt, is het toch nog een verrassing dat ze in levenden lijve zo’n lachebek is en voortdurend grappen maakt. Vraag haar waarom ze nooit een film heeft geregisseerd, en je kunt een antwoord verwachten als: “Waarom bestuur jij geen vliegmachine?”

Ze is gaan acteren omdat ze graag de paljas uithangt, vertelt ze. “Als kind was ik de grootste lolbroek van de klas. Ik heb altijd graag gelachen. En ik kan best geestig uit de hoek komen, hoor, al zeg ik het zelf; ik ben niet zo’n serieus mens.”

Dat vonden haar docenten ook tijdens haar toneelopleiding aan Yale. “Daar ben ik nog bijna af getrapt. Ze vonden me niet ambitieus genoeg, niet gretig genoeg. Daar zat wel iets in. Maar ik had het gevoel dat ik er zo ook wel zou komen. Tijdens mijn opleiding, aan Yale en aan Vassar, heb ik trouwens vooral geleerd wat ik níet wilde. Je heb twee soorten acteurs: acteurs die zichzelf spelen en acteurs die iemand anders willen spelen. Ik ben van dat tweede soort. Ik heb het altijd leuk gevonden om mezelf in een heel ander iemand te verliezen. Ik ben geen method actor; ik heb mijn eigen methode ontwikkeld.”


Hoe bereidt ze zich voor op een rol? “Ik heb de naam dat ik altijd heel veel research doe, en dat doe ik inderdaad als ik iemand uit een andere tijd moet spelen. Maar de kunst van acteren is om tot in je diepste vezels te luisteren, en dan moet het gebeuren op het moment dat de regisseur ‘actie’ roept. Of het gebeurt niet.”

Ze staat bekend om de perfectie waarmee ze vreemde accenten aanleert. Dat deed ze bijvoorbeeld voor Sophie’s Choice, waarin ze een Poolse vrouw met een concentratiekampverleden speelt, en voor haar rol van de Deense schrijfster Isak Dinesen in Out of Africa.

Maar ze noemt het ‘luie journalistiek’ dat daar altijd maar over wordt geschreven. “Het is zo makkelijk om het over die accenten te hebben, terwijl dat lang niet het interessantste aspect aan mijn werk is. Die accenten zijn iets oppervlakkigs, maar als ik ze niet kon gebruiken, zou ik alleen maar middleclass-vrouwen uit New Jersey kunnen spelen, en dan was mijn carrière wel erg beperkt geweest! En ik kom van het toneel, waar het heel gewoon is om over grenzen met andere culturen en tijden en plaatsen heen te stappen. Ik draaide er mijn hand niet voor om een oud vrouwtje of iemand uit een ander land te spelen.”

Het oppikken van zo’n accent gaat bijna vanzelf, zegt Streep. “Ik ben ontzettend makkelijk te beïnvloeden. Echt, ik praat meteen met iedereen mee. Mijn kinderen lachen me vaak uit als ik aan de telefoon ben. Dan bel ik het informatienummer van het telefoonbedrijf en dan is het achteraf: ‘Was zeker een Haïtiaanse telefoniste?'”

Behalve het accent vindt ze ook haar aankleding heel belangrijk. “Ze worden altijd stapelgek van me bij de kostuum-afdeling! Toen ik de hoofdredacteur van een modeblad speelde in The Devil Wears Prada, leek het me wel interessant als iemand uit die branche haar haar niet zou verven. Ze waren helemaal over de rooie bij de filmmaatschappij – een oude vrouw met wit haar! Maar steeds als we met andere ideeën aan de slag gingen, was het effect heel clichématig. Uiteindelijk heb ik toch mijn zin gekregen.”


Ze heeft iets met haar. De liefdesscène met Robert Redford in Out of Africa werd onlangs door het blad Entertainment Weekly uitgeroepen tot de beste liefdes- scène uit de filmgeschiedenis. Maar het enige dat ze zich er zelf van herinnert, is dat ze bloednerveus was. “Ik was als de dood dat Robert midden in de scène op mijn pruik zou gaan liggen en hem van mijn hoofd zou trekken!”

De glamourkant van Hollywood, de jurkenparade op de rode loper, is niet aan haar besteed. “Ik verdiep me alleen in kleding als het belangrijk is voor een rol, maar mode interesseert me verder geen barst. Ik heb er ook geen kijk op. Ik trek altijd maar gewoon wat aan.”

Omdat ze zich niet als doorsnee-ster gedraagt, is ze ook nooit voer voor de roddelpers geweest. Zelfs interviews voor keurige bladen gaat ze liever uit de weg. Waarom eigenlijk? “Het is geen verlegenheid of zo. Ik hou er gewoon niet van. Ik wil best aan pr doen voor een film, maar mijn leven is alles wat ik heb, en dat is niet te koop.”

Dat leven leidt ze dan ook mijlenver van Hollywood vandaan. “We hebben zestien jaar in een dorp gewoond (in Connecticut – red.). Daar waren geen paparazzi, alleen mensen die aan me gewend waren, en dat was prettig voor de kinderen.” Maar toen de kinderen groot werden en haar ouders een jaartje ouder werden, wilde ze terug naar New York, om dichter bij haar familie te zijn. Ze woonde er net twee dagen toen terroristen de Twin Towers binnen vlogen. “Dat was een moeilijk begin,” zegt ze met gevoel voor understatement. “En de kinderen wisten niet wat een slot op de deur was. Ze hadden nooit een sleutel gehad.”

Ook in New York gedraagt ze zich niet als een diva. “Ik ga gewoon met de metro en ik loop graag door Manhattan. De mensen zijn altijd heel aardig, dus eigenlijk heb ik nog steeds het gevoel dat ik in een dorp woon.” Ze heeft een simpele verklaring voor haar nuchtere levenshouding: “Je raakt niet snel verwend als je zelf de was strijkt.” Over huishoudelijke taken gesproken – kookt ze ook zelf? “Ik krijg altijd commentaar als ik gekookt heb, dus dat laat ik meestal maar aan een ander over.”


Wat ze dan wel doet in haar vrije tijd? “Ik zit altijd voor de tv. Ik heb de hele dag de televisie aan. Ik ben verslaafd aan nieuws.”

Ze heeft altijd zo veel mogelijk geprobeerd om haar kinderen – ze heeft drie dochters en een zoon – niet onder haar werk en haar sterrenstatus te laten lijden. “Mijn dochters vonden het vooral vervelend als er over ze gepraat werd. Dan vonden ze het genant dat ik hun moeder was. Mijn dochters lazen alles wat los en vast zat; dat hielp natuurlijk ook niet. En al mijn kinderen hadden er een hekel aan als iemand om een handtekening vroeg.”

Ze heeft haar carrière jarenlang op een laag pitje gezet vanwege haar gezin. “Moeder zijn is een fulltime baan, en de leraren op school wilden niet dat ik ze een paar maanden van school haalde om ergens een film te kunnen draaien. Dus deed ik maar één film per jaar, en geen films waarvoor ik buiten hun schoolvakanties op reis moest. Want ik deed geen oog dicht als ik ’s nachts niet bij ze in de buurt was. Voor Dancing at Lughnasa heb ik anderhalve maand in m’n eentje in Ierland gezeten. Vreselijk. Het duurde een eeuwigheid. Daarna ben ik nooit meer dan twee weken bij mijn gezin weg geweest. Als ik dicht bij huis werkte, liet ik me met een helikopter van en naar de set brengen. Ik wilde elke avond thuis zijn. Als mensen vroegen aan welke films ik met het meeste plezier had gewerkt, zei ik altijd: ‘Aan de films die ik dicht bij huis heb gemaakt.'”

Tijdens de opnamen van Julie & Julia lag een van Streeps dochters met een blindedarmontsteking en een tropische parasiet in het ziekenhuis, onder de morfine. “Het is een ontzettend leuke, vrolijke film, maar ik wilde alleen maar dat het draaien voorbij zou zijn. Want terwijl ik voor de camera stond, kon ik niet aan haar bed zitten. Ik ben tijdens een film eigenlijk altijd meer met mijn privéleven bezig dan met mijn werk.”


Die twee werelden heeft ze altijd streng gescheiden gehouden. “Ik heb mijn gezin nooit gebruikt om mezelf te promoten. Ik heb me niet laten fotograferen met mijn kinderen om te laten zien wat een fantastische moeder ik ben. Je hebt geen rechten als bekendheid. Over mij kunnen ze schrijven wat ze willen, en dat gebeurt ook. Maar ze moeten geen roddels of onwaarheden schrijven over mijn kinderen. Als ik met ze op de foto zou gaan, worden zij ook publieke figuren die geen enkele bescherming hebben. Ik heb gekozen voor werk dat nu eenmaal publiciteit met zich meebrengt, maar ik wil niet dat zij daar last van hebben.”

Ironisch genoeg zijn twee van haar kinderen, Henry en Mamie, gaan acteren. Mamie speelt in Taking Woodstock van Ang Lee, Henry in The Good Shepherd en Lying.

Krijgen ze advies van hun moeder? “Voortdurend, maar denk maar niet dat ze luisteren. Anders waren ze er niet eens aan begonnen. Ik heb ze altijd buiten beeld gehouden, omdat me dat beter voor ze leek. Ze hebben me nooit aan het werk gezien, en nooit meegemaakt dat ik daar plezier in had. Ze hebben me alleen horen zeuren en klagen als ik thuis kwam. En toch hebben ze voor het vak gekozen. Onvoorstelbaar!”

Ze heeft haar kinderen altijd voorgehouden dat de filmwereld keihard is. “Je bent enorm teleurgesteld als je naast een bepaalde rol grijpt, of als een film niet blijkt te zijn wat je ervan verwacht had. Ik heb gezegd ze veel beter dokter konden worden, maar denk maar niet dat ze luisteren.”

Zelf heeft ze nog steeds veel plezier in haar werk. “I still love it. Love it, love it, love it.” Denkt ze er dan nooit over om met pensioen te gaan? “Eigenlijk niet, nee. In ons vak word je op een gegeven moment gewoon niet meer gebeld.”

Bruno Lester