‘De straatcoach, dat ben ik’

Marvin Irions straatcoaches maakten Amsterdam een stuk veiliger. Maar per 1 oktober is Irion (42) de opdracht kwijt. Een gesprek over gebutste ambtenarenego’s en een softe burgemeester. ‘Als je ze toch niet handhaaft, maak die regels dan níet!’

U was in 2006 zo’n beetje de uitvinder van het fenomeen straatcoach – de in alle opzichten stevige toezichthouder met street credibility. Uw werk in Amsterdam kreeg karrenvrachten publiciteit en wordt alom beschouwd als een succes. Toch moet uw beveiligingsbedrijf To Serve and Protect er per 1 oktober mee stoppen. Hoe kan dat?

“De geschiedenis herhaalt zich. In 2002 haalden we alle kranten door het beruchte Amsterdamse station Lelylaan veilig te maken. Na een aanbesteding verloren we de klus aan onze veel grotere concurrent Securicor. Zoiets is nu opnieuw gebeurd. Trigion zal per 1 oktober de straatcoaches voor Amsterdam-Slotervaart, Osdorp en nog vijf andere stadsdelen gaan leveren. Spijtig, maar er is geen man overboord.”

Pardon? U raakt zeventig procent van uw omzet kwijt.

“Ja, maar we wisten dat deze opdracht elk jaar kon worden ingetrokken. En toen we vorig jaar hoorden dat er een aanbesteding zou komen, zei ik al tegen mijn compagnon: dit gaat fout. Iets waar hij overigens niet van uitging.”

Waarom zou hij ook? Iedereen was en is tevreden over de straatcoaches. Sinds uw mannen rondfietsen in probleemwijken, is de overlast van allochtone hangjongeren daar flink afgenomen. Van de negen lastigste groepen in Slotervaart zijn er nog maar vier over. Gevolg: ook andere gemeenten willen nu straatcoaches.

“Klopt. En toch wilde onze opdrachtgever, de gemeentelijke Stichting Aanpak Overlast Amsterdam (SAOA), maar wat graag van ons af.”

Volgens stichtingsdirecteur Jack van Midden had de offerte van Trigion simpelweg ‘de gunstigste prijs/kwaliteitverhouding’.


“Ja. Grappig is dat. Trigion is goed in het bewaken van objecten, banken en zo, maar heeft nul ervaring met straatcoachwerk, en heeft ook helemaal geen mensen die dat kunnen. En zij claimen dat ze ons op dat vlak kunnen evenaren?!”

Dan waren jullie kennelijk te duur.

“Alleen wij weten wat er allemaal bij dit werk komt kijken. Uiteraard zie je dat terug in de offerte. Het verschil tussen de duurste en de goedkoopste aanbieder uit de ‘top-3’ bedroeg 5,35 euro per manuur, zegt de gemeente. Ons basistarief was 29,95 euro. Inclusief alle toeslagen rekenden wij 38,95 euro per manuur.”

In totaal kosten de straatcoaches zo’n vierenhalf miljoen euro per jaar. De overheid moet toch zuinig zijn met het geld van de belastingbetaler?

“Natuurlijk. Maar ik weet tweehonderd procent zeker dat als we hetzelfde bedrag hadden gevraagd als Trigion, we de klus ook kwijt waren geweest. Achter de schermen was namelijk van alles gaande.”

Jack van Midden zegt dat eventuele fricties bij de toekenning van het nieuwe contract geen enkele rol hebben gespeeld.

“Ik weet wel beter.”

Wat is er precies gebeurd?

“De stichting had grote bekendheid willen vergaren met het straatcoachproject. Nou, ken jij iemand die ooit van de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam heeft gehoord? Ik ook niet. Maar iedereen kent de straatcoach. En dat zijn wij, van To Serve and Protect. Dus kwamen de media, die me al kenden van ‘station Lelylaan’, altijd naar mij, en niet naar Van Midden. Conform de afspraak verwees ik elke journalist door naar de stichting. Maar ja, Pauw & Witteman had geen interesse in Van Midden als studiogast. Ik mocht echter niet – geen item dus. Ook herinner ik me een ontmoeting met Tweede Kamerleden in Den Haag. Van Midden werd nauwelijks iets gevraagd. Pijnlijk. Sinds die dag heeft de stichting er alles aan gedaan om ons uit de publiciteit te houden.”


U hebt de aanbesteding verloren door het gekwetste ego van Van Midden?

“Nee, we waren ook gewoon lastig. Of ik kan beter zeggen: ík was lastig. Voorbeeldje: vorig jaar zomer moesten we van de stichting langer doorfietsen, tot drie uur ’s nachts. Ik zei: ‘Waarom in vredesnaam? Het is vakantietijd, die hangjongeren zitten allemaal in Marokko. Ik heb geen zin om de verloven van de politie te gaan zitten opvullen.’ Kijk, dan ben je dus lastig.”

Het is wel makkelijk geld verdienen in zo’n stille zomernacht.

“Weet ik. Eigenlijk ben ik oerstom geweest. Een hoge pief op het gemeentehuis zei ook al tegen me: ‘Marvin, je moet alleen geïnteresseerd zijn in geld verdienen.’ Maar zo bén ik gewoon niet. De SAOA wil dat als zij ‘spring!’ roepen, jij vraagt: ‘Hoe hoog?’ Ik vroeg steeds: ‘Waarom?'”

Conclusie: gebutste ambtenarenego’s en te vaak terugkerende discussies over de aanpak. Of was er meer?

“Eigenlijk wel. Er was op tal van momenten wrijving. Zo maakte een medewerker van de stichting, een gedetacheerde politieman, mijn personeel zwart, en was hij oneerlijk tegen ons. Dus zei ik tegen hem dat ik hem niet moest. Met diezelfde vent kreeg ik mot toen hij hoorde dat ik trainingen voor straatcoachwerk wilde gaan geven. ‘Dan word je een concurrent van ons,’ zei hij. Ik antwoordde: ‘Nee hoor, dat staat hier geheel los van.’ Toen zei hij dat mijn keuze kon resulteren in het verlies van dit project. Zulke bedreigingen hebben we meerdere keren ontvangen, van diverse personen. Een maand of tien geleden zei ik tegen mijn compagnon: Doe jij het maar, ik kap ermee.”


Wat was het breekpunt?

“Liep ik dus rond met plannen om een opleiding tot straatcoach te starten, wilde de SAOA dat opeens zélf gaan doen. Wij wilden hier met tegenzin aan meewerken. De stichting huurde een bedrijf in dat al onze expertise moest verzamelen, onder meer door al mijn medewerkers te interviewen. Ik zei tegen mijn compagnon: Dit klopt niet, ze willen gewoon onze werkwijze kopiëren. Ik vertelde de stichting dat ik het niet zag zitten, waarop deze het opeens op ‘kwaliteitsverbetering’ gooide. Want er waren zogenaamd klachten binnengekomen. Ik zei: ‘Hoezo? Laat maar es zien.’ Konden ze niet. De spreekwoordelijke druppel was de opmerking dat als we niet meewerkten, dit problemen kon opleveren, ‘want we zijn van plan om het project aan te besteden’. Toen knapte er iets. Sindsdien heb ik geen contact meer gehad met de stichting.”

Hoe liep het af met die ‘opleiding’?

“Dat bloedde dood. Aan mijn compagnon alleen had de stichting onvoldoende. De straatcoach, dat ben ik. Ik wil mijn kennis op het gebied van straatveiligheid best delen. Ik heb er zelfs een website voor opgezet: destraatcoach.nl. Maar aan stiekem gedoe heb ik een hekel.”

Nu u de aanbesteding hebt verloren, mag u weer zeggen wat u wilt. Vat ik het zo goed samen?

“Inderdaad.”

In een HP/De Tijd-artikel uit februari 2006, over de aanpak van criminele Marokkaanse jongeren, zegt u: “Burgemeester Job Cohen snapt het niet en zal het ook nooit snappen. Hij is een heel softe meneer. Die Marokkaantjes zijn dol op hem.”

“Dat zijn ze, helaas, nog steeds. Er zijn momenten geweest dat Cohen een stuk steviger werd, maar daarna zwakte hij zijn woorden telkens weer af. Na de zoveelste bedreiging van ambulancebroeders door Marokkanen vloog hij er vorig jaar oktober eindelijk keihard in. Ik dacht: hé, goed zo! Zei hij een dag later toch weer dat hij ‘een beetje spijt’ van zijn felheid had. Jammer. Maar ik ben dankbaar dat hij ons drie jaar geleden inhuurde, ondanks mijn harde woorden over hem en de PvdA in dat artikel. Toen toonde Cohen echt ballen. Weet je, misschien wíl hij vaak wel harder ingrijpen, maar hij dóet het gewoon niet.”


Noem eens een voorbeeld?

“Da’s een makkelijke: de taxi’s. Nu er een dode is gevallen staan er – naar ik vrees tijdelijk – een paar beveiligers bij de standplaats op het Leidseplein. Terwijl iedereen wist dat het daar al tijden een bende was. Maar ja, Nederland vertikt het om zijn eigen regels te handhaven. Maak die regels dan niet! Wie niet snapt waarom Geert Wilders het zo goed doet in de peilingen, heeft niet gewoon oogkleppen op. Nee, die heeft een heel zonnescherm voor zijn kop.”

Wat stemt u zelf?

“Het liefst stem ik níet. De politiek is één pot nat. Ik heb een keer op Laetitia (Griffith – VVD, red.) gestemd. En een keer op Wouter Bos, maar daar had ik een dag later al spijt van. Ik heb overwogen om zelf dan maar een partij op te richten, maar ik ben, denk ik, ongeschikt voor de politiek. Want te eerlijk en te duidelijk.”

Begin 2006 zei u ook: “Tegen een Nederlandse diender kun je van alles roepen. Zeker als je een opgeschoten allochtoon bent.”

“Is nog steeds zo. Maar zo zijn ze gelukkig niet allemaal. Laatst sprak ik een blanke agent, echt een topper. Die pikt niks! En die jongens hebben wel allemaal respect voor hem.”

Uw straatcoaches hebben geen bonnenboekjes en handboeien. Hoe winnen zíj dat respect?

“Door de jongeren met respect te behandelen.”

Hoe behandel je een blowende, meisjes voor ‘hoer’ uitscheldende Marokkaan op een te dure scooter met respect?

“Door hem neutraal te benaderen, alsof er niks gebeurd is. Onze werkwijze heet FRED: Flexibel, Respectvol, Eerlijk en Duidelijk. Die jongens doen pas wat je wilt als ze je mogen. Dus zeggen we het ook als we vinden dat er helemaal geen sprake is van overlast. ‘Maar doe maar toch effe zachter, oké? Anders moeten we zo meteen terugkomen’. Als je het zo brengt, denken die jongens: Hé, die gasten zijn redelijk, die gaan we een plezier doen. Maar we zijn ook duidelijk. Gescheld pikken we niet. Nooit.”


Hoe vaak hebben uw mannen de afgelopen drie jaar moeten vechten?

“Echt knokken? Dus meer dan wat duwen en trekken? Een keer of vijf maar, schat ik.”

En dreigementen?

“O, zo vaak. Zeker als we ergens net begonnen. Moet je niet bang voor zijn, en zeker niet mee naar de politie gaan. Dan denken die jongens: Wat een schijterds.

Uw – vooral allochtone – medewerkers staan hun mannetje. Er zitten nogal wat kickboksers bij, hè?

“Alsjeblieft, niet wéér. Dat halen journalisten er altijd bij. Net als het feit dat ik zelf ex-kampioen kickboksen ben. Het gaat om ons bedrijf, om onze werkwijze!”

In mei sponsorde To Serve and Protect een kickboksgala in de Amsterdam Arena. Als u geen kickboks-stigma wilt, moet u zoiets niet doen.

“De volgende keer sponsor ik een concours hippique of een tafeltennistoernooi. Ja, dat meen ik bloedserieus.”

Vanochtend zag een HP/De Tijd-redacteur twee van uw straatcoaches lusteloos tegen een hek hangen. Terwijl ze anders zo krachtdadig rondfietsten.

“Tja. Ze weten nu dat het per 1 oktober ophoudt en zijn gedemotiveerd. Ik zal het moreel weer moeten opvijzelen. Maar velen zijn kwaad. Voelen zich verraden. Want de stichting gaf hun telkens hoop door te zeggen: Het is maar een aanbesteding. Nu denken de jongens: Heb ik me dáár drie jaar de tering voor gefietst en problemen opgelost? De meesten hebben geen vast contract – daardoor komt ons bedrijf straks ook niet in de problemen. Maar reken maar dat Trigion onze jongens straks graag overneemt. Dat hebben Trigion en de stichting allang bekonkeld. Want zonder onze jongens kunnen ze weinig.”


Zal de overlast in de probleemwijken vanaf oktober weer toenemen?

“Dat weet ik niet. Wel weet ik dat wat wij doen verdomd moeilijk is. En dat de sfeer op station Lelylaan er na ons vertrek niet beter op is geworden. Ik weet nog iets: als wij erin slagen om vóór 1 oktober voldoende nieuwe klussen – bijvoorbeeld straatcoachprojecten in andere steden – te verwerven, blijven die jongens gewoon bij ons bedrijf. En dan hebben Trigion én de Stichting Aanpak Overlast Amsterdam een groot probleem.”

Boudewijn Geels