De waarheid in Italië

Voor NieuwsLlink was Bert van der Veer vijf dagen in Rome, om de invloed van Silvio Berlusconi op de media te onderzoeken. Een hopeloze zoektocht naar iets als waarheid.

Over vijf minuten gaat de talkshow Ballaro live op Rai Due en ik zit op mijn knieën voor de minister van Toerisme. Het is niet mijn gewoonte voor excellenties door de knieën te gaan, maar voor Michela Vittoria Brambilla maak ik graag een uitzondering. Ik tel acht fotografen die de pest in hebben: ik bederf hun plaatje. Maar wat hebben zij te zoeken op de studiovloer, waar Giovanni Floris weldra een aflevering van zijn tweeënhalf uur durende discussieprogramma gaat presenteren?

Later vind ik op internet foto’s van Michela Brambilla. Op die ene is haar broekje te zien, op die andere het boord van haar kousen. Michela Brambilla behoort tot de inner circle van Berlusconi, heb ik gehoord. Hij heeft haar een niet al te gewichtig ministerie gegeven. Zo heeft zij alle tijd om zich in de media te manifesteren en haar nagels te lakken. Hoewel… daar heeft de minister een meisje voor – het staat tussen de coulissen, naast vier bodyguards. Op de tribune verspreid zitten nog minstens tien aanhangers van de minister, zij stuwen het applaus. Pal achter Brambilla zitten drie pittige pr-meisjes. “Where are you from?” vraag een van hen als ik de minister aanspreek. “Olanda Due,” zeg ik. “Do you want to speak to him?” vraagt ze aan de baas. “He seems nice,” zegt de minister.

Tot een pittig vraaggesprek komt het niet, terwijl de opnameleider de vloer schoon tracht te vegen van perstypes. Ik ben alleen maar een handdruk, een omhelzing, wie weet zelfs een tongzoen verwijderd van Silvio Berlusconi.

Ik moet haar vooral op youtube checken, hoor ik van een redactrice. En fluisterend worden daar twee letters aan toegevoegd: “SM.” Ik vind het filmpje moeiteloos. Het is een terugblik op de eerdere carrière van Brambilla. Ze maakte een reisprogramma voor Mediaset, ze bezocht graag kinky locaties. Het haar dat nu vlammend rood is, was zwart. Ze droeg korte rokjes die haar benen nog oeverlozer maakten. Het is een soort De Nachtrijder. Michela Brambilla was de Italiaanse Irene van der Laar. In een laatste flits is te zien dat de minister de compilatie van haar bonte avonturen zelf begeleidde in een komisch showprogramma.


Wat is waarheid in Italië?

Ik ben vijf dagen in Rome voor een programma dat NieuwsLlink heet. Ik word geacht te onderzoeken welke macht Berlusconi uitoefent over de media. Maar ik denk dat ik de hand makkelijker in de blouse van Brambilla kan krijgen dan de vinger achter de onderhavige problematiek. Of ze goed was, vraagt ze, als ze na afloop, een kop uittorend boven de sterke mannen, de studio verlaat. “Very good,” roep ik.

Maar ik heb geen idee. Het is maar van welke kant je bent. Ze was te agressief, hoor ik. Haar voornaamste tegenstandster in de schreeuwpartij die voor discussie door moest gaan, was Debora Serracchia-ni, die een verrassende winst wist te halen in de provincie Sindaci voor Primavera Democratica. Zij zegt dat zij gewonnen heeft. “Hoe?” vraag ik. “With facts,” zegt ze.

Eerder op de dag waren we op de redactie van La Repubblica. Dat is de krant die het meest anti-Berlusconi is. Ik verwachtte misschien iets te veel een verzetskrantje in oorlogstijd; La Repubblica bleek gevestigd in een sobere kantoorkolos. Geen logo op het dak, geen plakkaat op de muur. Er stond vier man security, om een pasje te krijgen moest het paspoort worden ingeleverd. Het is alsof het gevaar eerder gesuggereerd wordt dan dat het daadwerkelijk aanwezig is. Een aanslag heeft nog nooit plaatsgevonden.

We zijn op tijd voor de dagelijkse tv-uitzending van La Repubblica. Tv? Jawel, ook radio trouwens. Dit is geen houtje-touwtje-journalistiek. In een kleine, maar degelijk geoutilleerde studio praten drie journalisten over alleen maar politiek. Geen autocue, nauwelijks voorbereiding, af en toe eens een telefoongesprek. En dat twee uur lang. Digitaal te ontvangen en op internet te bezichtigen. Dagelijks een miljoen kijkers. Zeggen ze.


De krant La Repubblica heeft een marktaandeel van tien procent, de rest is in handen van Berlusconi. Maar als ik later een aanhanger van Il Popolo della Libertà spreek, hoor ik dat il presidente maar één krant bezit. Hij rekent de tabloids en tijdschriften gemakshalve maar even niet mee.

We zijn een eiland op een schiereiland, zegt Massimo Giannini, wiens dag- en nachttaak het is Berlusconi te bestrijden. Een redactrice die ik spreek, kan zich niet voorstellen ergens anders dan bij La Repubblica te werken. “I want to die here,” zegt ze. Giannini wordt vaak uitgenodigd voor de talkshows op Rai. Maar dat is prachtig toch? Dan valt het toch allemaal reusachtig mee met die kneveling van de media? Maar dat zie ik natuurlijk verkeerd. Het is juist een bewijs van Machiavelli-achtige slimheid. Door de tegenstanders een podium te gunnen, wordt het verzet getemperd.

Berlusconi is ook niet gek. Italië mag dan een wonderlijke republiek zijn, technologisch lopen ze niet achter, ze hebben ook gewoon internet. Als de Spaanse krant El País de korrelige foto’s publiceert van de orgie-achtige taferelen aan het zwembad van Berlusconi’s buitenverblijf op Sardinië, weet hij ook wel dat het verbod op publicatie in Italië de pikanterie nog niet buiten de grenzen houdt. En dat zijn aanhangers de frivole ambiance zullen zien als een kostelijke bijdrage aan de gekoesterde machocultuur.

Veertig procent van de Italiaanse mannen wil zijn als Berlusconi, en veertig procent van de Italiaanse vrouwen wil een man als Berlusconi, is mijn stelling, en ik word niet tegengesproken. De socialistisch getinte tegenstanders van het actuele bewind die ik spreek, geven ook grif toe dat links faalt. Links is verdeeld en weet geen charismatische persoonlijkheid naar voren te schuiven.


Een dag later hebben wij toestemming te draaien in de studio van Porta a Porta. Het is de Pauw & Witteman van Italië. Vier dagen in de week gaat de talkshow ergens tussen elf uur en half twaalf van start op Rai Uno om pas weer te stoppen als men is uitgepraat, vaak tot voorbij half twee in de nacht. De presentator is Bruno Vespa. Een fenomeen. Hij dankt zijn carrière aan het meewaaien met alle winden – inmiddels is hij de held van de Berlusconi-aanhangers.

Er is ons beloofd dat we hem mogen spreken, alleen moeten de vragen wel van tevoren worden ingeleverd. Ik heb me in die vragen niet verdiept, ik zie wel. Maar als Bruno Vespa – kort voor een opname, wat exceptioneel is, in een aflevering over een moord, wat ook exceptioneel is – tijd heeft, staat hij met een print-out van het vragenlijstje in zijn hand. En net als Massimo Giannini van La Repubblica en Giovanni Floris van Ballaro, wil hij liever geen Engels spreken. Ik heb daar inmiddels een trucje voor: ik daal met mijn Engels af naar hun niveau en houd mijn eerste vragen simpel en gevaarloos. Aan Bruno Vespa vraag ik mijn eerste vraag uit het Italiaans op het A4’tje te vertalen. “What kind of show is Porta a Porta?” hoor ik. Vraag 4 blijkt te gaan over het His Master’s Voice-schap van de prominente presentator. En natuurlijk stelt hij journalistiek onafhankelijk te zijn. Hij wijst op een stoel: daar zit altijd iemand van de oppositie. Behalve als Berlusconi komt – die wil altijd daar zitten, want dan zie je als kijker de goede kant van zijn gezicht.


Ik doe een poging nog een redactrice voor de camera te krijgen, maar zij mag niet praten – dat staat in haar contract. Is dat niet vreselijk? Alsof Arie Boomsma van de EO altijd maar zijn eigen gang mag gaan… Ik vraag of ze mij dan toch tenminste wil vertellen welke politieke kleur ze heeft. Ze lacht om mijn poging. Op welke partij ik zou stemmen als ik Italiaan was?, vraagt ze. Ik ga voor links, ik zeg: “Sinistra Democratica.” Haar lichaamstaal maakt duidelijk dat we partijgenoten zijn. Maar hé… een meisje moet ook werken.

Er is op Rai Due een derde talkshow – AnnoZero – waar wij graag rondgekeken hadden. Presentator Michele Santoro staat nota bene bekend als fel anti-Berlusconi. Maar ze willen geen pottenkijkers op de set. We besluiten AnnoZero te bekijken met een linksig, in de media werkzaam gezelschap. Dat wil zeggen: eerst eten en discussiëren we op het dakterras, en dan zien we nog net het laatste kwartiertje. De medekijkers blijken (en daar heb je weer zo’n paradox) geen fan van Santoro. Hij is te fel, hij schiet zijn doel voorbij. Maar hij moet wel blijven, hij heeft een symboolfunctie, hij is het bewijs dat zo’n stem nog gehoord kan worden.

We hebben nog ruimte op de laatste draaidag. Of ik nog ergens naartoe wil. Ik denk aan nog zo’n verhaal dat ik hoorde. Dat in de parlementsgebouwen tegenwoordig cameramannen rondlopen zonder journalistieke kennis of begeleiding. De politici leggen hun verklaring af in de microfoon en worden niet eens meer ondervraagd, laat staan tegengesproken. Ik overweeg een kijkje te nemen. Maar wat is daar de zin van? Als ik die cameraploegjes niet aantref, kan worden gezegd dat ‘ze er toevallig net niet waren’. Er bestaat niet zoiets als één waarheid in Italië.


Bij thuiskomst google ik nog eens op Michela Vittoria Brambilla. Ze heeft de campagne ‘Magic Italy’ gelanceerd. “Come on holiday to Italy!” riep ze mij toe terwijl ze omkranst door haar entourage de Rai-studio verliet. Het was waarschijnlijk het enige moment die dag dat ze haar taak als minister van Toerisme serieus nam.

NieuwsLlink is zondag 26 juli te zien om 19.35 uur op Nederland 2.

Bert van der Veer