Een politiek afkickcentrum

De Europese eenwording heet een saai onderwerp te zijn, maar op politieke denkers heeft het een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Dat komt ongetwijfeld doordat de eenwording nog niet vastligt. Zij kan verder worden verdiept en verbreed, maar het is ook mogelijk dat er een renationalisering optreedt of dat lidstaten uittreden. Tegelijk is er nu meer dan een halve eeuw ervaring opgedaan, waardoor de Europese Unie – die in het begin alleen ‘Idee’ was – ook een eigen geschiedenis heeft gekregen die aan alle betrokkenen een dwingend verband oplegt. Weliswaar houdt elke lidstaat zijn eigen verhouding tot ‘Brussel’, maar gaandeweg is ook een gezamenlijkheid ontstaan waarmee alle partijen rekening moeten houden. In zijn boek De passage naar Europa spreekt politiek filosoof Luuk van Middelaar van een ‘tussensfeer’ die het integratieproces gaande houdt. De geschiedenis van een begin luidt de ondertitel van het werk, waarop de auteur in mei aan de Universiteit van Amsterdam is gepromoveerd.

Van Middelaar, die voor Frits Bolkestein en Jozias van Aartsen heeft gewerkt, is voor zijn studie met lof overladen. Terecht, want hij legt een verbluffende kennis van zaken aan de dag en beschikt over het vermogen uitgekauwde onderwerpen net een tikje anders te zien. Het onderwerp leent zich daar ook voor, want het ‘onaffe’ karakter van Europa maakt het voor verbeeldingsrijke geesten mogelijk het project in telkens nieuwe definities te vangen. Ik wil niets aan de prestatie van Van Middelaar afdoen, maar tijdens lezing vroeg ik mij af of zijn boek niet te knap was en hier een gebouw werd opgetrokken waarin hij alleen de weg wist. Daarmee staan we precies op het punt dat Europa voor insiders zo fascinerend maakt en voor outsiders zo’n afstandelijk kristalpaleis (de boektitel van een andere filosoof, de Duitser Peter Sloterdijk).

Het origineelste deel van de studie van Van Middelaar zit niet in de door hem onderscheiden ‘tussensfeer’ (veel theoretici zijn hem voorgegaan met het idee dat Europa al vergaderend een eigen ‘logica’ ontwikkelt waaraan niemand zich kan onttrekken), maar in de zoektocht naar een publiek. De Europese Unie bestaat pas echt als de burger zich ermee identificeert. Mij is niet helemaal duidelijk of Van Middelaar dat zelf ook een noodzakelijke voorwaarde vindt (ik denk van niet, want de Europese eenwording zoals we die nu kennen, kwam buiten de burgers om tot stand), maar het is evident dat gebrek aan publieke waardering de grootste frustratie van de bouwers aan Europa is. Hun levenswerk stuit op desinteresse, euroscepsis en soms onverholen eurofobie. Dat kwetst hun ijdelheid, en daar doen de bouwers aan Europa het niet voor. Zij willen net als de krijgsheren en staatsmannen van weleer glorie, vlaggen en grootse verdragen, want zonder zulke symbolen blijft Europa een abstractie die nooit de harten van de mensen omsluit.


Die zucht naar applaus komt mij onvolwassen voor, want het Europese pacificatieproject is een doorslaand succes dat zichzelf verkoopt. Vergelijk het huidige Europa met zeventig jaar geleden, en niemand wil terug naar de tijd van toen. Alle lidstaten hebben bij volle verstand voor deelname aan de EU gekozen; volken die geen zin hadden, zijn erbuiten gebleven. Dat kan allemaal. Maar de bouwers aan Europa kunnen niet eisen dat hun bovenstatelijke project bij verkiezingen en referenda massaal en zonder tegenspraak wordt toegejuicht. De hele ratio achter het Europese project is juist het temmen van de politieke emotie, die in het verleden voor zo veel bloedvergieten heeft gezorgd. Dat betekent ook dat de legitimiteit van het project slechts voorwaardelijk is en dat de massa’s zich er nooit totaal aan zullen overgeven. Wees blij dat Europa de mensen koud laat. De Romeinse keizers begrepen al dat het volk brood en spelen wil. Wat willen de bouwers aan Europa dan meer?

De hang naar publieke waardering verraadt een fundamentele onzekerheid van de huidige generatie imperiumbouwers. Ik zou denken dat Europa boven aanhankelijkheidsverklaringen moet staan. De Europese gezamenlijkheid bestaat bij de gratie van discretie en dienstbaarheid. De ‘tussensfeer’ van de Brusselse vergaderkamers laat geen ruimte voor grote ego’s die de schijnwerpers zoeken, maar vraagt ambtenaren die in stilte excelleren. Alleen door saai en onspectaculair te zijn, kan Europa historische tegenstellingen overwinnen en de interne vrede bewaren. Europa is een politiek afkickcentrum, een oefening in ontnuchtering, ook voor de bouwers zelf, die nooit populair zullen zijn. Zij moeten het doen met de fascinatie van de best and the brightest, zoals Luuk van Middelaar. Dat lijkt mij eerbewijs genoeg.

import dirk jan van baar